Lintbebouwing

Fietst men in Nederland, zeg maar van Wommels naar Franeker, dan krijgt men tussen die plaatsen, in die oneindigheid van aarde en lucht, weinig kans om te schuilen. Die eindeloze ruimten vindt men niet in België, zeker niet in het overbevolkte Vlaanderen. Het geeft de indruk dat het land vol is, geen ruimte meer. Die situatie is historisch gegroeid en helaas niet meer recht te trekken.

Toen er nog geen gewestplannen waren en de scheiding tussen bouw- en landbouwgrond schemerachtig was, ging men aan de slag. Landbouwers verdeelden stukjes grond aan de kinderen en lag er ook nog een weg dan bouwde men, want de Belg is niet erg mobiel, dus bij voorkeur bouwen op eigen erf. Maar de grootste oorzaak van deze lintbebouwing is een gebrek aan beleidsvisie zodat het cliëntelisme bij de politici hoogtij vierde en advocatentaal makkelijk op kon tegen de vaagheid van plannen en intenties.

Vanaf 1970 werden gewestplannen uitgetekend die eens en voor goed alles zouden vastleggen. Ze werden ingekleurd volgens zones voor bouw, landbouw, industrie, recreatie, maar speculatieve grijze zones bleven. Er werd ook nog een opvulregel ingevoerd: als er tussen twee bebouwde percelen een landbouwstuk lag van 70 meter kon die ruimte voor bebouwing worden opgevuld. Voor landbouwzones werden bovendien herzieningen na tien jaar mogelijk gemaakt.

Het moet talloze malen gebeurd zijn dat iemand een stuk grond erfde waarvoor geen bouwtoelating was. Die man schreeuwde dan: “Da's straf. Ik heb grond en mag er niet op bouwen.” Mits wat bemiddeling en nog net verschoonbare argumenten kwam dat wel in orde.

Er zijn gehaaide verkopers van bos- en landbouwgronden geweest die op de vraag of er gebouwd mocht worden, simpelweg zeiden: “Kijk maar eens rond.” Is de laatste jaren de strengheid toegenomen, de eeuwige mazen blijven.

En dan de rooilijn: geen straat in België waar alle huizen op eenzelfde lijn staan, want de bouwheer is baas, my house is my castle. Men zou, zoals iemand schreef, de Belgische rooilijn getand als een postzegel kunnen omschrijven. Als het echt te gortig wordt, dreigt men met afbraak. Dat is de laatste jaren precies éénmaal gebeurd en leverde een gruwel van nationaal protest op.

    • Leo Suykerbuyk