Het verzuimd Braziel

Prins Willem-Alexander had deze week in Brazilië heel wat in te halen. Ruim 350 jaar geleden was een ver familielid van hem gouverneur van de Nederlandse kolonie in Brazilië. Deze Nassau leeft in de Braziliaanse geschiedenis nog altijd voort als het begin van een onvervulde droom.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw veroverde de kaapvaarder Piet Heijn voor de West-Indische Compagnie de kuststrook van Brazilië op de Portugezen. De WIC stuurde in 1636 Johan Maurits van Nassau, een telg uit de Friese tak van de Oranjes en een neef van de Hollandse stadhouders, naar de Braziliaanse kolonie. Hij vestigde zich als gouverneur in 'het Recief' (tegenwoordig Recife). 'Mauricio', zoals hij in de kolonie genoemd werd, maakte faam als een humanistische prins in de tropen.

Hij begon aan de bouw van een stad volgens de nieuwste inzichten uit die tijd. Op godsdienstig gebied stond hij tolerantie voor tussen protestanten, katholieken en joden. Hij respecteerde de indianen, hij bevorderde het wetenschappelijke onderzoek van de natuur en de sterrenhemel, hij haalde Hollandse schilders naar Brazilië om het tropische landschap uit te beelden. In het Mauritshuis, dat hij na terugkeer in Den Haag met geld en hout uit Brazilië liet bouwen, hangen nog altijd 'Braziliaanse' schilderijen van Albert Eeckhout en Frans Post.

De Heeren XIX van de WIC zagen niets in de uitgaven voor kunsten en wetenschap, ze wilden geld zien, maar de suikerrietplantages brachten onvoldoende op. De expansie van de kolonie stokte. In 1644 werd Johan Maurits teruggeroepen. Teleurgesteld over zoveel Hollandse en Zeeuwse zuinigheid verliet hij Brazilië.

Twaalf jaar later kwam een einde aan de Nederlandse aanwezigheid: een gecombineerd legertje van Portugese kolonisten, slaven en indianen versloeg de Hollanders op de heuvels van Guararapes. De overwinning van deze coalitie van de drie rassen wordt wel beschouwd als het begin van de Braziliaanse identiteit.

Het bewind van Mauricio is sindsdien verheerlijkt. In Brazilië zijn boeken, musicals en films over hem gemaakt. En er is de onvervulde droom: àls die verstandige Hollanders de kolonie nu eens hadden voortgezet, en niet die achterlijke Portugezen, wat zou Brazilië dan een efficiënt en welvarend land zijn geworden.

In Nederland is het Braziliaanse avontuur weggedrukt uit de herinnering. Zozeer zelfs, dat een achttiende-eeuwse schrijver opriep tot herstel van 'Het verzuimd Braziel'.

De economische, maar ook culturele en politieke ontwikkelingen in dit grootste land van Zuid-Amerika (de helft van het continent qua oppervlak en bevolking) zijn aan Nederland goeddeels voorbijgegaan. Daar lijkt nu eindelijk verandering in te komen. Willem-Alexander, de verre verwant van Mauricio, heeft deze week de historische banden met Brazilië aangehaald en eind dit jaar zal een handelsmissie onder leiding van Wim Kok (als hij dan weer premier is) in het voetspoor van de WIC treden.

Ook Brazilië is de afgelopen jaren veranderd. Het land, dat zo groot is dat het meende zich niets van de buitenwereld te hoeven aantrekken, is bezig zich open te stellen. Dit gebeurt onder leiding van Fernando Henrique Cardoso, de eerste Braziliaanse president met internationale ervaring.

Deze aimabele intellectueel, voormalige politieke balling en linkse socioloog, oud-hoogleraar en gastdocent aan onder meer de Universiteit van Amsterdam, besloot begin jaren tachtig zijn baan als oprichter van een oppositioneel onderzoekscentrum te verruilen voor een politieke carrière. In de nadagen van het militaire bewind werd hij als senator van de deelstaat S Paulo gekozen. Begin jaren negentig was hij als minister van Financiën verantwoordelijk voor de muntstabilisatie in Brazilië, het Plan-Real. Mede dankzij dit succes won hij vier jaar geleden de presidentsverkiezingen. Als hij zich kandidaat stelt, maakt hij goede kans later dit jaar herkozen te worden.

President Cardoso heeft de ramen en deuren van de Braziliaanse economie opengezet. Staatsbedrijven worden op grote schaal geprivatiseerd (verwachte opbrengst in 1998: 60 miljard dollar), de buitenlandse handel is geliberaliseerd en ondernemers worden gedwongen om hun concurrentievermogen te vergroten nu de cyclus van inflatie en devaluaties is doorbroken. Dankzij het wegvallen van de inflatie is de koopkracht van de bevolking toegenomen. Arme mensen hebben toegang gekregen tot consumptiegoederen.

Eind vorig jaar dreigden plotseling problemen. De Aziatische crisis zou kunnen overslaan naar Brazilië, de financiële markten zouden de koers van de real onderuit kunnen halen. Anders dan in het verleden reageerde Brazilië kordaat. De rente werd drastisch verhoogd om de munt te verdedigen, bezuinigingen en lang uitgestelde sociaal-economische hervormingen werden door het Congres gejaagd. Het werkte. De real bleef op koers, al is deze volgens veel economen overgewaardeerd en is Brazilië nog altijd sterk afhankelijk van de toestroom van buitenlands kapitaal.

Cardoso ziet het anders. “De democratie in Brazilië heeft bewezen in staat te zijn om met pijnlijke maatregelen de economische stabiliteit te verdedigen”, zei hij vorige maand op een internationaal forum.

Het beleid van Cardoso kan worden omschreven als een tropische variant op 'paars'. Hij probeert vorm te geven aan economische modernisering met een sociaal en ecologisch gezicht. Alsof de humanistische traditie die Mauricio van Nassau in de zeventiende eeuw begon, een eigentijds vervolg krijgt.