'Het is beter om de puist in Indonesië weg te snijden'

Ondernemers in Indonesië maken zware tijden door. 'Overleven' is hun grootste zorg. Tegelijkertijd groeit het besef dat een politieke hypotheek moet worden afgelost om de Indonesische 'luchtbel'-economie weer gezond te maken. 'Zo kunnen we niet doorgaan'.

ROTTERDAM, 12 MAART. Wat doe je als ondernemer in een land waarvan de munt is geërodeerd, waarvan de regering op de huid wordt gezeten door het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en waar politieke onrust en maatschappelijke chaos op de loer liggen? “Dan bid je en je hoopt dat jouw bedrijf het zal overleven”, zegt de fabrikant met een glimlach op zijn gezicht, waarachter zorgen schuil gaan. “Wat kun je anders doen”?

De ondernemer, een vooraanstaand producent van consumentengoederen in Indonesië, is op zakenbezoek in Nederland. Binnenkort reist hij terug naar Jakarta, en over de desastreuze situatie in zijn land wil hij wel praten, maar dan alleen op basis van anonimiteit. Hij wil het voortbestaan van zijn onderneming, een aantal fabrieken met in totaal tussen de 4.000 en 5.000 man personeel, niet in gevaar brengen. Bovendien behoort hij als etnische Chinees tot een bevolkingsgroep die het in Indonesië de laatste tijd toch al zwaar te verduren heeft.

De waarde van de roepia is het afgelopen jaar met zo'n 75 procent gedaald ten opzichte van de dollar en liefst 95 procent van de ingrediënten voor zijn producten moet hij uit het buitenland halen. Alleen al die combinatie maakt het ondernemen voor hem en voor veel van zijn collega's in het Indonesië van vandaag tot een zware opgave. Onlangs grapte hij nog tegenover een bevriende producent van gebottelde en gesuikerde thee, een zeer populair product in Indonesië, dat die de dans mooi ontsprong omdat hij zijn grondstof voor goedkope roepia's kan inkopen. Maar dat bleek een misverstand, zo legde de vriend uit: “Elke theehandelaar wil exporteren. Met als gevolg dat ik bij de aankoop van thee exportprijzen moet betalen in dure buitenlandse valuta.”

Als jongeman was de ondernemer in het midden van de jaren '60 nauw betrokken bij de studentenprotesten tegen president Soekarno. Nu, ruim 30 jaar later, bekruipt hem een déjà vu-gevoel, want opnieuw gaan studenten de straat op, ditmaal om het aftreden te eisen van Soekarno's opvolger Soeharto.

Pagina 4: 'Het vertrouwen ontbreekt in Indonesië'

Liep hij als student storm tegen het establishment, nu moet hij zijn levenswerk overeind zien te houden. Hij heeft nog geen werknemers hoeven te ontslaan als gevolg van de huidige financiële crisis. Maar in sommige fabrieken stuurt hij zijn arbeiders wel een week in de maand zonder salaris naar huis. “Je laat hun daarmee weten dat het erom spant, dat het moeilijke tijden zijn en dat het van het grootste belang is om nog efficiënter te produceren.”

Niet alleen de uit het buitenland geïmporteerde grondstoffen zijn veel duurder geworden, ook de uitstaande schuldenlast bij de internationale banken is aanzienlijk verzwaard. Buitenlandse banken hebben hun kredietkraan voor Indonesische ondernemers dichtgedraaid en Indonesische letters of credit blijken over de grens niets meer waard. De Japanse banken stellen zich nog het meest begripvol op, de banken uit Singapore en Australië het hardst, heeft de ondernemer ervaren. “Wat kun je doen? Je gaat onderhandelen met de banken. Aan aflossingen kom je niet meer toe. Dus je praat alleen over rentebetalingen en dan heb je het over rentes van 30 tot 40 procent, in roepia's uitgedrukt”.

Mogelijkheden om de exploderende kosten te compenseren door de verkoopprijzen te verhogen, zijn er nauwelijks, zeker gezien de afgekalfde koopkracht. De fabrikant heeft zijn produkten de afgelopen maanden gemiddeld zo'n 40 procent duurder gemaakt. Hij heeft daardoor klanten verloren, omdat die eenvoudigweg het geld niet meer hebben om zijn produkten te kopen. Maar hij krijgt er ook nieuwe klanten bij, die vroeger kochten bij concurrenten die inmiddels het loodje hebben gelegd. Dat raakt de essentie van het huidige ondernemersschap in crisis: “Je probeert het zo lang mogelijk vol te houden, zo lang mogelijk te teren op je oude, tegen lagere kosten aangelegde voorraden. Als je die tegen nieuwe prijzen verkoopt, kun je nog enige tijd grondstoffen kopen tegen de sterk verhoogde prijzen. Tegelijkertijd hoop je dat je niet de eerste zult zijn, die het niet langer volhoudt. Je hoopt dat er acht, negen, tien andere bedrijven over de kop gaan, en dat jij het kunt uitzingen en hun marktaandeel kunt overnemen.”

En over de recente aanvallen op Chinese ondernemers, met name winkeliers, doet hij gelaten: “We zijn aan dat soort dingen gewend. Het is in het verleden vaker gebeurd in Indonesië en het kan ons overal overkomen, ook in Los Angeles of New York. Natuurlijk moet ik voorzichtig zijn en ben ik bang. Ik kan alleen maar bidden dat het mij niet overkomt.”

'Overleven' is het sleutelwoord geworden in Indonesië. Met politiek laat de ondernemer zich niet in. Althans niet rechtstreeks. Maar indirect vertelt hij wel degelijk een politiek verhaal, al was het alleen maar omdat hij als ondernemer elke dag wordt geconfronteerd met de consequenties van de huidige politieke situatie in Indonesië. Invoering van het door het IMF en Westerse industrielanden fel bekritiseerde plan voor invoering van het currency board system (CBS) - om de roepia tegen een hoge koers vast te koppelen aan de dollar - zou niet alleen de aan de Soeharto-clan gelieerde ondernemingen, maar ook zijn eigen bedrijf grote voordelen opleveren. “Voor mij als ondernemer zou invoering van het CBS een zeer goede zaak zijn. Dat zou ik toejuichen, iedereen in Indonesië zou er blij mee zijn. Maar ik weet ook heel goed dat daarmee de Indonesische ziekte niet genezen is. Daarom zeg ik: het is beter de puist weg te snijden dan om die te laten zitten en af te wachten tot ze vroeger of later toch uiteenbarst.”

Dus liever toch geen currency board? “We kunnen in Indonesië wel aan touwtjes trekken, om het hoofd boven water te houden, maar alleen door buitenlandse druk kunnen er in ons land wezenlijke veranderingen tot stand worden gebracht. Maar ik weet niet hoe het IMF uiteindelijk zal reageren. Fischer [de tweede man van het IMF] heeft gezegd dat het IMF zich flexibel wil opstellen. Men gaat al schuiven. De grootste angst van de Amerikanen is natuurlijk dat een CBS een succes wordt voor Indonesië. En die kans bestaat. Als er een vaste wisselkoers komt, zul je zien dat de dollars Indonesië weer binnen stromen”.

De fabrikant trekt een vergelijking met de Japanse bubble-economie die enkele jaren geleden implodeerde. “Wij hebben ook een luchtbel-economie. Alleen bij ons gaat het om politieke luchtbellen”, zegt hij. Daarom gelooft - en hoopt -hij ook niet dat de Indonesië na de zitting van het Volkscongres en de herbenoeming van president Soeharto weer 'gewoon' kan overgaan tot de orde van de dag, alsof er niets is gebeurd. “We zijn de afgelopen decennia te snel en te gemakkelijk gegroeid. Veel mensen in onze samenleving zijn te hebzuchtig geworden. Het was te gemakkelijk om geld te verdienen. Daarvoor moeten we een prijs betalen. Daarom is het onverantwoord om te zeggen: we kunnen het in Indonesië wel af zonder het IMF.”

Alleen als de politieke bellen worden doorgeprikt, is een gezonde ontwikkeling van Indonesië mogelijk, zegt de ondernemer. “Waarom gaat het in Zuid-Korea nu opeens weer de goede kant op? Omdat iedereen vertrouwen heeft in de nieuwe president, Kim Dae-jung.”

Dat vertrouwen ontbreekt in Indonesië. Om dat terug te winnen, zijn ingrijpende veranderingen nodig om een eind te maken aan de vervlechting tussen politiek, leger en bedrijfsleven. “U moet niet vergeten: dit maakt onderdeel uit van de ontwikkelingsfase waarin Indonesië verkeert. Vroeger dachten we: het is goed om een sterke man te hebben die de beslissingen neemt. Als ondernemer zoek je een plekje dicht bij het vuur en profiteer je van politieke dekking. In zo'n omgeving kunnen bedrijven gedijen waarin de zoon van de eigenaar de inkoop doet en commissie vraagt, een andere zoon de distributie verzorgt en daarvoor ook commissie vraagt, en de vrouw verantwoordelijk is voor de financiën en daarvoor procenten van de banken eist. Maar de wereld is veranderd. We willen nu dat de besluitvorming in het land doorzichtig is. In zo'n klimaat zullen 'schone' bedrijven overleven. Ik weet niet hoe de ontwikkeling zal zijn in Indonesië, ik weet alleen dat ik wil overleven”.