'Handen aan het bed' zelden allochtoon

Er dreigt zo'n groot personeelsgebrek in de verpleging en verzorging dat een uitzendbureau in Oosterhout wil gaan zoeken in het buitenland. Nederlandse allochtonen zouden uitkomst kunnen bieden, maar de werving verloopt moeizaam.

AMSTERDAM/EINDHOVEN, 12 MAART. Vier jaar geleden vluchtte de 23-jarige Farzaneh Safari uit Iran naar Nederland. Vorig jaar solliciteerde ze bij alle ziekenhuizen in haar woonplaats Rotterdam als leerling-verpleegkundige, maar ze werd keer op keer afgewezen. “In de afwijzingsbrieven stond alleen dat ik ongeschikt was. Dat mijn taal niet voldoende zou zijn hebben ze niet tegen mij gezegd.” Zelf vermoedde ze wel dat dat de reden was en ze was het daar niet mee eens. “Ik had een jaar Nederlands gedaan. Ik dacht dat ik het wel kon.” Uiteindelijk werd ze wel geschikt bevonden bij het Rotterdamse Claraziekenhuis. Daar is ze nu een week in opleiding.

In Nederland dreigt een groot gebrek aan verpleegkundig personeel. Het Nederlands Zorginstituut verwacht bij onveranderde omstandigheden een tekort van zo'n twintigduizend verpleegkundigen in het jaar 2002. Het uitzendbureau Emergency Medical Care in Oosterhout maakte vorige week bekend alvast verpleegkundigen te gaan werven in Zweden, België, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemde dit plan 'kortzichtig'. Volgens hem kan best in Nederland in de vraag kunnen worden voorzien, bijvoorbeeld door extra en aangepaste opleidingen, werkervaringsplaatsen en herintredende vrouwen.

Ook een betere werving onder de allochtone beroepsbevolking, van wie een groot deel werkloos is, zou volgens sommigen een oplossing kunnen zijn. Het aantal allochtonen in de verpleging en verzorging bedraagt volgens voorzitter A. Krol van de Nederlandse Zorgfederatie ongeveer achtduizend. Op een totaal van 370.000 verplegenden en verzorgenden is dat niet veel. “Het komt helaas veel voor dat allochtonen over onvoldoende kwalificatie beschikken”, zegt consulent W. van de Wiel van het 'transferpunt' in de zorgsector in Zuid-oost-Brabant. Het Eindhovense Catharinaziekenhuis heeft onlangs voor een aantal verpleegafdelingen een opnamestop ingesteld wegens gebrek aan personeel. Het ziekenhuis heeft slechts twaalf allochtone verpleegkundigen op een totaal van elfhonderd. Zij zijn van Turkse, Marokkaanse en Iraanse afkomst. Hoofd Personeel en Organisatie A. Hullegie: “Het probleem is dat er uit die hoek weinig mensen zijn met een opleiding in de verplegende en verzorgende sector. Ondanks onze inspanningen om meer allochtonen te interesseren blijft het een zeer moeizame zaak.”

Ook een woordvoerster van Savaz, het uitzendbureau voor de gezondheidszorg in Amsterdam, spreekt van “een zorgelijke situatie”. “Surinamers en Antillianen doen wel behoorlijk mee maar je kunt je afvragen of je die tot de allochtonen moet rekenen. De Turkse en Marokkaanse gemeenschap blijven achter. Het beroep staat in de cultuur van deze mensen heel laag aangeschreven. We doen er wel van alles aan om dat te veranderen maar dat gaat heel moeilijk.”

Adjunct-directeur A. van Elzakker van het samenwerkingsorgaan van instellingen voor gezondheidszorg Sigra, heeft juist de indruk dat er vrij veel allochtonen werken in de zorg. Volgens hem is vijftien procent van het personeel in de regio Amsterdam van allochtone afkomst, maar dan rekent hij ook Surinamers en Antillianen mee. “We doen het dus helemaal niet zo slecht in vergelijking met andere sectoren op de arbeidsmarkt.” Dat komt volgens hem doordat men in Amsterdam sinds begin jaren '90 actiever werft, met name onder de Turken en Marokkanen. “We hadden zelf een aantal allochtone medewerkers in dienst die scholen, buurthuizen en moskeeën bezochten en - zo nodig in de eigen taal - informatie gaven en folders verspreidden.”

Van Elzakker vindt de vermeende taalbarrière “een overschat probleem”, althans voor Amsterdam. Immers, zegt hij, “veel van die allochtonen spreken gewoon Amsterdams. Dat is weliswaar een aparte taal maar die doet het hier vrij goed”. Bovendien zijn er in de regio wat Van Elzakker noemt “specifieke toeleidingstrajecten” waarbij de vorming in de Nederlandse taal een belangrijke rol speelt. Hoofd Hullegie van Personeel en Organisatie van het Eindhovense Catharinaziekenhuis: “Alleen een opleiding tot het vak van verpleegkundige of verzorgende is niet voldoende. Als iemand het Nederlands niet goed spreekt zijn wij er zeer restrictief in om zo iemand aan een bed toe te laten. Dan dreigen er toch teveel misverstanden.”

Allochtonen die wel terecht komen in de zorg kiezen meestal voor de lagere opleiding. “Hoe lager de opleiding, des te meer allochtonen”, zegt een woordvoerster van de bij de Kempenpoort in Eindhoven gevestigde middelbare opleiding voor dienstverleners in de gezondheidszorg. De school heeft tien allochtone leerlingen op een totaal van vierhonderd. “Er zijn er meer voor een opleiding als helpster in bijvoorbeeld de bejaardenzorg dan in de verpleging.” Fontys Hogescholen in Eindhoven heeft zo'n vijfentwintig allochtone studenten op een totaal van negenhonderd. Maar A. Ruiter, studentenbegeleider en docent HBO-verpleging vindt dat geen negatief gegeven. “Vier jaar geleden zat er nog bijna niemand. Het begint aantoonbaar te veranderen. Dat is hoopvol.”