Geen college van rechters-generaal

Volgens prof.dr. A.W. Koers is de onafhankelijkheid van de rechter geen doel van de rechtspraak maar middel tot '(maatschappelijke) kwaliteit van de rechtspraak' (NRC Handelsblad, 3 maart). Koers verwijt mij dat ik in mijn bespreking van het rapport-Leemhuis over de organisatie van de rechterlijke macht geen aandacht heb besteed aan de kwaliteit en de doelmatigheid van de rechtspraak. Koers, die lid was van de commissie-Leemhuis heeft gelijk: kwaliteit en doelmatigheid van de rechtspraak verdienen aandacht en verbetering.

De rechter heeft de taak burgers, bedrijven en overheden desgevraagd snel en goed uit hun straf-, civiel- en bestuursrechtelijke geschillen te helpen. Van deze dienstverlenende taak zou de rechter zich ook zonder onafhankelijkheid heel doelmatig kunnen kwijten. Juist daarom heeft de rechter nòg een taak: het bewaken van het machtsevenwicht in de rechtsstaat en het waarborgen van de belangen van de burger tegen de overheid. De rechter moet het overheidshandelen kunnen toetsen aan het recht. Slechts als hij dat in onafhankelijkheid kan doen, is de maatschappelijke orde een rechtsorde. Of men dan de onafhankelijkheid middel of doel noemt is mij om het even, zolang men haar ten minste dezelfde prioriteit toekent als aan de kwaliteit en de doelmatigheid.

Mijn stelling is dat het bestuur over rechters in de voorstellen van de commissie-Leemhuis krachtig gecentraliseerd wordt. Het is de bedoeling om het 'beheer' van de minister over te hevelen naar de Raad voor de Rechtspraak. In zoverre wordt inderdaad gedecentraliseerd. De vergelijking dringt zich op met de operatie, die het openbaar ministerie 'op afstand' van de minister van Justitie bracht en het college van procureurs-generaal in het leven riep.

Het rechterlijk beleid en het procesbeheer worden in de voorstellen Leemhuis echter wel degelijk onder het centrale gezag van de Raad voor de Rechtspraak gebracht. De Raad wordt een regelaar en zal bestaan uit regelaars, die door de minister van Justitie - telkens voor vier jaar - geselecteerd zullen worden en voor wier onafhankelijkheid ik niet op voorhand zou durven instaan. Openbaarheid en motiveringsplicht zullen niet het gereedschap van de Raad vormen. Een orgaan van rechtspraak zal het dan ook niet worden.

De waarborgen voor de onafhankelijkheid van de individuele rechter die Koers noemt, zijn mager. Het is waar dat de raad zich niet tot de individuele rechter kan wenden, maar de Raad is wel de baas over de besturen van de gerechten en die besturen zullen over allerlei stuurmiddelen tot en met het 'dienstbevel' beschikken. Getrapt bestuurd is ook bestuurd.

Wat zal het worden: een rechter die nog slechts bouche du Conseil de la Magistrature is of een Raad voor de Rechtspraak die fungeert als college van rechters-generaal of beide? We moeten rekening houden met kwade - vaak pas op termijn werkende - krachten.