Elsevier-Kluwer en hun verloren balans

Wat dacht bestuursvoorzitter Cor Brakel van Wolters Kluwer toen hij een grotere hap uit de fusiekoek opeiste van zijn counterpart Herman Bruggink van Reed Elsevier? Dit wordt breken? Of meende hij echt dat Reed Elsevier overstag zou gaan in haar drang de fusie koste wat kost door te zetten?

Nu de droom van 's werelds grootste uitgever van informatie voor professionele gebruikers definitief aan diggelen is, blijven er vragen over die niet met officiële statements zijn te beantwoorden. Wolters Kluwer en Reed Elsevier hebben afgesproken de zwarte piet aan Europees Commissaris Van Miert te geven. Hij opperde grote bezwaren tegen het samengaan van de twee giganten. Hij kreeg tientallen klachten van klanten en concurrenten. Van Miert speelt de bal terug. Ik schuldig? De fusie is aan interne strubbelingen ten onder gegaan.

Wie de schijnbare tegenstelling in de reden voor het mislukken wil oplossen, moet zich verdiepen in de psychologie van een fusie en van de hoofdrolspelers. Leidinggevenden die voor een organisatie ingrijpende besluiten nemen zullen zich doorgaans vergewissen van de vraag of er wel genoeg draagvlak is. Dat schept betrokkenheid bij medewerkers en zo kom je er achter of de uitvoering gladjes kan verlopen. Zo wordt het spel gespeeld in de politiek, en vaak ook in het bedrijfsleven.

Zo gaat het echter niet in die speciale hoofdklasse van beursgenoteerde ondernemingen. Onder druk van beursregels en financiële wetgeving moeten ingrijpende beslissingen - zoals fusies - in het diepste geheim genomen worden. Slechts een handjevol bestuurders en een enkele specialist binnen de organisatie zijn op de hoogte van de onderhandelingen tussen de bedrijven. Als de besprekingen zouden uitlekken en slimmerikken op de beurs gaan met de informatie aan de haal, is de ramp niet te overzien. Misbruik van voorwetenschap is gauw geboren en wordt door justitie fel bestreden.

Onderhandelingen over fusies op deze schaal zijn momenten van opportunisme zonder weerga. Ketst het toch af, dan blijft het doorgaans geheim. Niemand staat in zijn hemd. Als het lukt, klimt het groepje bestuurders uit de ivoren toren, zoals Wolters en Elsevier op 13 oktober deden. Met gevoel voor theater leggen ze ten overstaan van analisten en pers uit waarom iedereen beter wordt van zo'n fusie. Door het onverwachte van de bekendmaking krijgt het verhaal grote vaart: de grootste professionele uitgever ter wereld, en het oranjegevoel is weer even gestreeld.

Van de eigen organisatie met duizenden medewerkers, hoort negenennegentig procent het nieuws op dat moment voor het eerst. Dat moet ongeveer een ervaring zijn als George Orwell beschrijft in 1984: Eurazië is niet meer onze vijand, Eurazië is onze bondgenoot. Eurazië is altijd onze bondgenoot geweest. Vanuit Wolters Kluwer perspectief: We hebben altijd tegen het grote Elsevier moeten opboksen, het Elsevier dat tien jaar geleden nog een vijandige overnamepoging deed. Nu zijn het onze collega's. Het tijdschrift OR Informatie (Wolters) voerde altijd een prettige concurrentiestrijd met Elseviers Tijdschrift Ondernemingsraad, maar is nu even de oriëntatie kwijt. En zo zijn er talloze voorbeelden.

Vervolgens moet de fusie echt worden uitgewerkt. Topbestuurders als Bruggink en Brakel leiden de gesprekken, maar nu openbaren zich ook de reguliere twisten van de werkvloer. Op diverse markten moeten bij velerlei dochters vervelende keuzes worden gemaakt. Bovendien blijkt ook Europees Commissaris Van Miert kritischer dan tevoren ingeschat. Het nieuwe Elsevier wordt te groot, bromt Van Miert en de gespreken verlopen moeizaam.

De beurskoersen van de twee bedrijven, het dagelijks rapportcijfer dat de beurs geeft, lopen sterk uiteen. Wolters is een winnaar, Elsevier niet. Wolters, de kleinste van de twee, levert in de persoon van Brakel de voorzitter van de nieuwe combinatie, een gedreven financieel expert, die sommige analisten net iets te zelfverzekerd vinden.

De verhoudingen die op 13 oktober zo evenwichtig leken, raken echt uit balans als Van Miert zijn eisen formuleert. Dochters afstoten. Brakel legt zijn eigen eisen op tafel. Niet bij Van Miert, maar bij Reed Elsevier. Een onsje meer voor zijn aandeelhouders. Ten koste van de al gestrafte beleggers van zijn fusiepartner. Brakel speelde met vuur. Zou zijn zelfverzekerdheid hem parten hebben gespeeld?

    • Jaco Alberts
    • Menno Tamminga