Een ware opportunist

Ten minste achtmaal verschoot hij van politieke kleur. Koning Willem II en zijn angstige uren in 1848.

ZIJN 'BEKERING' tot het liberalisme maakte de grondwetsherziening van 1848 mogelijk, maar toch hebben weinig historici het begrepen op koning Willem II (1792-1849). Oversekst, ijdel, roekeloos, vatbaar voor intriges - het is maar een kleine greep uit de sneren die de Oranjetelg toebedeeld heeft gekregen. Ook tijdgenoten die Willem van dichtbij kenden, waren weinig over hem te spreken. “Er is in die Prins een ondergrond van ijdelheid, lichtzinnigheid en dorst naar vulgaire populariteit die me doet trillen bij alles wat hij onderneemt”, schreef de Britse hertog van Wellington, onder wiens commando Willem in het Britse leger tegen Napoleon diende.

Toen Willem in 1840 de kroon van zijn vader overnam, was zijn naam al verbonden met een groot aantal schandalen. In Brussel, waar de prins na 1815 was neergestreken, verkeerde hij in kringen die in verband werden gebracht met gokken, afpersing en seksuele uitspattingen. Toen in 1829 de juwelen van Willems echtgenote Anna Paulowna werden gestolen, gingen velen ervan uit dat de kroonprins zelf hand- en spandiensten aan de dieven had verleend. Hoe opportunistisch Willem was (historici hebben uitgerekend dat hij ten minste acht keer in zijn leven van politieke kleur is veranderd), bleek tijdens de Belgische revolutie van 1830. Even overwoog de kroonprins serieus zich aan het hoofd te stellen van de rebellen. Willem wilde graag koning worden en zag er niet tegenop zijn vader, met wie hij het niet goed kon vinden, een hak te zetten. In een brief zegt hij zelfs de afscheidingsbeweging te steunen. De steunbetuiging kwam echter te laat en de kroonprins moest naar Engeland vluchten. Een jaar later staat hij aan het hoofd van de Nederlandse troepen die op het slagveld de afscheiding van België ongedaan moesten maken.

Hereniging met het 'Zuiden' bleek een belangrijke drijfveer voor Willem na zijn inhuldiging in 1840. In de eerste jaren van zijn bewind voerde hij een pro-Franse politiek in de hoop het zo met Parijs op een akkoordje over België te kunnen gooien. Maar ook hier liet Willem zich meeslepen door zijn wel zeer rijke belevingswereld: zo droomde hij ervan de linkervleugel van een toekomstig Frans leger tegen Pruisen aan te voeren. Willems enthousiasme voor de Franse zaak ging zelfs zo ver dat de Franse gezant in Den Haag hem tot kalmte moest manen. Na 1843, toen de betrekkingen tussen Parijs en Londen verbeterden, was het overigens weer vrij snel met Willems 'Franse' sympathieën gedaan. Engeland immers had zich opgeworpen als beschermheer van België en het ontstaan van een as Londen-Parijs maakte Franse medewerking aan een verdeling van België onmogelijk.

Na 1843 was het ook voorbij met Willems sympathieën voor de liberale zaak. Aanvankelijk had Willem nog wel enig heil gezien in de liberale ideeën. “Il faut marcher avec son siècle, il faut franchement entrer dans la voie constitutionelle, il n'y a plus que ce moyen pour les souverains”, zei de koning vrijwel dagelijks, aldus de Russische gezant in Den Haag. Dat zijn vader het liberalisme had verafschuwd, pleitte wat Willem betreft alleen maar voor de nieuwe stroming. Daarnaast zag de koning, altijd gedreven door een verlangen naar roem en populariteit, in omarming van de liberale ideeën een manier om zich geliefd te maken bij zijn onderdanen. Na 1843 kwam Willem II echter in steeds sterkere mate in conservatief vaarwater terecht. Hij werd zich steeds meer bewust van het gevaar van revolutie en besloot met hand en tand zich ertegen te verzetten.

Die vastbeslotenheid smolt echter als sneeuw voor de zon toen de revolutie in 1848 daadwerkelijk zijn spoor door Europa trok. Willem liet de voorzitter van de Tweede Kamer, Boreel van Hogelanden, weten dat hij voorstander was van een ingrijpende grondswetshervorming. In vierentwintig uur tijd was Willem - zo verklaarde hij op 16 maart tegenover de gezanten van Oostenrijk, Engeland, Rusland en Pruisen - van zeer conservatief tot zeer liberaal geworden. De crisis deed Willem zelfs breken met zijn verlangen van hereniging met België. Met zijn instemming deed Nederland het voorstel aan België om tot een entente te komen. In de angstige uren van 1848 ontwierp Willem zelfs een krijgsplan dat erop was gericht met de hulp van België de Franse revolutionaire legers buiten Nederland te houden.

Waarom Willem zo snel zwichtte voor de liberale druk is nog niet afdoende verklaard. Zeker is dat de koning in de angstige uren sterk werd beïnvloed door het radicale - en ietwat verlopen - tweespan Van Andringa de Kempenaer en Van Bevervoorde, die het revolutiegevaar tegenover de paniekerige koning zwaar aandikten en hem bezwoeren dat hij alleen als 'volkskoning' nog enige toekomst had. Om dat te bewijzen, organiseerden zij op 15 en 16 maart zelfs vrolijke volksfeesten in Den Haag, waar Willem, altijd gevoelig voor affectie, uitbundig werd toegejuicht.

De koning, die een groot deel van zijn leven in het buitenland had doorgebracht, begreep bovendien niet dat het ouderwetse Nederland au fond weinig met de revolutionaire nieuwlichterij ophad en dat het gevaar voor een 'sociale' revolutie niet of nauwelijks aanwezig was. Het zogeheten oproer in Amsterdam op 24 maart was niets anders dan een uit de hand gelopen bijeenkomst van relschoppers die meer op vernieling uit waren dan op een nieuwe sociale orde.

En hoe definitief was de 'bekering' van Willem? Zonder al te veel moeite liet de koning zich overreden niet de progressief-liberaal Thorbecke maar de conservatief Schimmelpenninck tot kabinetsformateur en eerste minister te benoemen. En toen het vrij liberale ontwerp voor een nieuwe grondwet van de nieuwe commissie in de ministerraad werd behandeld, liet Willem weten “dat men voor den drang van 't oogenblik moest zwichten, om daarop later weer terug te komen”. Een fatale hartaanval op 19 maart 1849 voorkwam dat hij dat voornemen kon uitvoeren.