Ebony Band met ernst en luim uit Duits interbellum

Concert: Ebony Band o.l.v. Werner Herbers. M.m.v. Lieuwe Visser, spreekzanger. Werken van Toch, Kahn, Schulhoff, Ponc en Hindemith. Gehoord: 11/3, Concertgebouw Amsterdam.

'Alles am Schlager ist echt', riep de schrijver Kurt Tucholsky, 'weil es so wunderschön falsch ist.' Het is een opmerking waaruit dédain spreekt, maar die tegelijkertijd ook een zekere fascinatie uitdrukt voor de schone schijn van de schlager. Een zelfde soort van dubbelzinnigheid is te beluisteren bij menig componist die in het Duitsland van de jaren twintig van zich deed spreken. Satire, ernst en luim lagen dicht bij elkaar, en de flirt van 'serieuze' muziekbeoefenaren met de 'platvloerse' nieuwigheden uit de amusementsmuziek was vaak intens.

In het vierde concert van de (uit verschillende programma's bestaande) concertreeks Tussen twee Vuren, waarmee de Ebony Band van Werner Herbers op dit moment door ons land toert, worden verschillende, sinds lang vergeten composities gespeeld waarvan de maker met het ene been in de klassieke traditie stond, en met het andere in de amusementsmuziek. De Ebony Band heeft zich bevlogen toegelegd op het Duitse interbellum, en dan met name in de veelal vergeten namen uit de jaren twintig, toen het cultureel optimisme de boventoon voerde en het repressieve Derde Rijk nog goeddeels moest worden bedacht. Met de componisten van de muziek die de Ebony Band speelt loopt het doorgaans niet goed af. Omdat hun modernisme en hun joodse afkomst - wat in veel gevallen samenging - de nazi's onwelgevallig was.

Zoals Tucholski zijn Duitse staatsburgerschap verspeelde en uiteindelijk zelfmoord pleegde, zo eindigen de levens van deze componisten ofwel voortijdig in Duitsland ofwel in isolatie overzee. Maar zover is het in de jaren twintig nog niet. Ernst Toch flirtte in zijn Tanzsuite op. 30 nog lachend met de lichte muze door castagnetten op de afterbeat te laten swingen. Erich Itor Kahn schreef in zijn wat wijdlopige Präludien zur Nacht vrolijke stadsmuziek, maar wel met een zwaarmoedige ondertoon. Muziek van een levensgenieter, die zich op een helder moment met een schok realiseert dat hij maar één lever, één leven, één paar versleten schoenen en een handvol versleten idealen bezit. En Erwin Schulhoff vermaakte zijn gehoor als steeds in het absurdistische Die Wolkenpumpe, door Lieuwe Visser op aanstekelijk theatrale wijze gebracht.

De vijf Polydynamische Stücke van Miroslav Ponc waren de ontdekking van de avond. Deze aforistische stukken voor strijkkwartet, met ondersteuning van piano, xylofoon en klarinet, roepen Schönberg en Webern in herinnering, maar representeren tegelijkertijd een individuele, dwarse klankwereld. De muziek van Ponc vormde de perfecte opmaat tot Paul Hindemiths briljante Kammermusik nr. 1, met die stuwende motoriek, met die verstilde blazerslijnen en die heerlijke parodie op de schlager tot slot. En in de toegift viel te beluisteren hoe die geparodieerde, immens populaire schlager van Wilm Wilm in zijn authentieke onbenulligheid, in zijn 'wunderschöne Falschheit', zo ongeveer moet hebben geklonken.