De wekelijkse soufflé van HP

Wat is het schrijversleven toch mooi deze week. Zó veel aandacht, zó veel erkenning. Dat mag ook wel, na een jaar creatief tekstverwerken in kelder of zolderkamer. Dan komt de beloning: het Boekenbal. Alle ego's krijgen een publieke poetsbeurt en dan kunnen we er weer een tijdje tegen, tot de volgende recensie.

(Waarom bestaat er trouwens geen Balletdansersbal, geen Naaldkunstenaressenbal, geen Beeldhouwersbal?) De weekbladen besteden veel ruimte aan de Boekenweek, want ze hebben het beste voor met de kunst. Eh... kunst? De Groene Amsterdammer stelt die vraag in een serie fraaie artikelen over de streekroman. Echte streekromans worden er eigenlijk niet meer geschreven, het zijn familie-of gezinsromans geworden. Ze behandelen nog wel de spanning tussen stad-en platteland en strenge boeren willen wufte deernen nog steeds niet als schoondochter. Maar de stad is niet alleen maar slecht en het land niet alleen puur. De hedendaagse streekroman is volgens Xandra Schutte een hybride genre geworden. De moraal blijft archaïsch, maar de problemen zijn modern. Verkrachting binnen het huwelijk, zelfmoord, kinky seks, alles komt aan de orde.

En de boeken worden verslonden, volgens verslaggever Joris van Casteren, die naar Wervershoof en Onderdijk (Westfriesland) is gereisd. In de openbare bibliotheek daar treft hij een situatie die zou kunnen uitgroeien tot een klein streekdrama. In de hoofdrollen: de in Amsterdam opgeleide bibliothecaresse Jessica Dip, versus het bestuur en de vrijwilligers. Jessica Dip heeft één doel in het leven: “Ze moeten plezier krijgen in het lezen van iets anders dan streekromans. Dat is mijn missie.” Het enorme bestand aan streekromans is dus met harde hand uitgedund; daarvoor in de plaats komt echte literatuur. Het zendingswerk heeft vooralsnog weinig effect. Er is gemor en weerstand, de wachtlijsten voor Henny Thyssing-Boer en Margreet van Hoorn worden langer. En Dostojevski, Mulisch? Zij verstoffen op de plank, onaangeroerd. Vrijwilliger Joop Mol, veteraan-stempelaar achter de balie, is woordvoerder van het verzet. “Ik vind het vreselijk hoe de collectie in Wervershoof eruit is gaan zien. Om het opleidingsniveau aan te pakken? (...) Nee, aan dat soort maatschappelijke opdrachten verleent een Westfries geen medewerking. Laat ze die educatie asjeblieft achterwege laten, we zijn geen onnozelen.”

Wie heeft gelijk? Men kan cultuur niet door de Westfriese strotten jagen, dat is duidelijk. Heeft het dan zin om Dickens en Dostojevski neer te zetten? (Ja, voor die ene zoekende puber die later de Nobelprijs literatuur voor Wervershoof zal winnen.) Moeten we streekromans toch blijven subsidiëren? (Ach ja, zeker zo lang op elke stoel in de opera per voorstelling 635 (zeshonderdvijfendertig) gulden subsidie ligt.)

Zo geëngageerd als de Groene behandelt HP/De Tijd de Boekenweek niet. Dat blad heeft een soufflé-karakter en geeft een lijst van de literaire pikorde in Nederland. Met schrijven alleen kom je er niet, blijkt uit dit organogram. Aanvoerder van de Top-40 der machtigen is Weekbladpers-directeur Pieter de Jong. Daarna komen nog twee uitgevers, en pas op de vierde plaats staat een echte auteur, Nelleke Noordervliet. “De nieuwe Victor van Vriesland. Zit bij alles voor wat een pen vasthoudt.” De veertig predikaten zijn voornamelijk irrelevant, maar wel vilein en vaak vermakelijk. Zo is Hanneke Groenteman (10) 'koperpoetser van literaire ornamenten'; Janus Arjan Peters (27) 'Grondbedrijf van de Volkskrant. Trapt naar boven, en trapt naar beneden'; Oscar van Gelderen (21) 'Uitbater van een schrijvend Marokkanenpension'.

Elsevier doet ogenschijnlijk niets extra's aan de Boekenweek, maar bedient zijn lezers met 20 belastingtips. Tip 18 luidt: “De kosten van kunstmatige inseminatie in verband met lichamelijke afwijkingen van man of vrouw zijn aftrekbaar als de partner als donor optreedt. Doet een derde dit, dan lijkt aftrek slechts mogelijk als de man onvruchtbaar is en dit tot psychische spanningen leidt.” Een béétje streekromancier haalt hier toch wel drie boeken uit.

    • W. Woltz