De luxe van het huisvrouwschap

ALMERE. Elke ochtend zien ze anderen wegfietsen naar het station of een tl-verlicht glaspaleisje of de auto starten en over de verkeersdrempels wegkruipen naar vlakke verzamelwegen, autobanen met als eindpunt een Amsterdams kantoorpark. Dankzij de achterblijvers is Almere nog niet helemaal slaapstad.

Ze brengen de kinderen naar school, doen het huishouden, spelen piano of gaan winkelen. “Het is een luxe dat we niet hoeven te werken.” Daar zijn beide huisvrouwen uit de Lindengouw, een straat met aan elkaar gebouwde carportwoningen in Almere, het over eens. Ze hebben het gevoel steeds meer een uitzondering te zijn. Hun mannen verdienen genoeg en daarom wilden ze de kans aangrijpen om zich helemaal aan de kinderen te wijden. “Het lijkt wel of ze je er soms een beetje op aankijken”, zegt J. IJsendijk, ex-bouwtekenaar en huismoeder van drie kinderen.

José Thomasse nam meteen ontslag als secretaresse bij een diamantbedrijf. “Ik wil mijn twee kinderen niet in een kinderopvang als het financieel niet hoeft”, zegt ze. Ze geeft vier redenen: ze is er altijd als de kinderen haar nodig hebben, ze ziet ze opgroeien, ze heeft het zelf helemaal in de hand en ze kan de kinderen rust geven. Haar kinderen kunnen na schooltijd doen wat ze willen, alleen op hun kamer zitten, met een vriendje spelen of de kleintjes in het hofje achter bezighouden. Als ze zou werken, zouden ze de school moeten verruilen voor naschoolse opvang, ook een soort klassituatie met de spanningen van verplichte omgang. “Ik hoef niet met mijn kinderen te leuren”, zegt ze.

Niet iedereen aan de Lindengouw kan de hypotheek financieren uit één inkomen. Twee huizen verderop wonen de onderwijzers Laurens en Jeanette van der Leij met hun twee dochtertjes. “We zouden het nooit van één inkomen kunnen doen”, zegt hij. Ze lijden daar niet bepaald onder. Jeanette wil nu zelfs een dag extra aan haar baan van twee dagen toevoegen. Ze hebben het geluk van goede oppassen, gevonden in het informele economische circuit.

Vorige eeuw was het huisvrouwschap, het niet betaald hoeven werken, een luxe. De arbeidersbeweging maakte het gezin met één kostwinner tot een basisvoorziening. De mannen hielpen hun vrouwen niet in de keuken maar met de aankoop van wasmachines, stofzuigers, broodroosters en staafmixers.

In Nederland is de ideologie van het kostwinnerschap nog lang blijven hangen. Veel vrouwen en sommige mannen stellen nog hoge eisen aan de opvoeding en willen zelf voor hun kinderen zorgen. Volgens Peter Cuyvers van de Nederlandse Gezinsraad neemt nog meer dan de helft van de vrouwen ontslag als er kinderen komen. Toch wordt betaald werk de norm.

Ook in Almere groeit het aantal dubbelverdieners of alleenstaanden met kinderen. Een dure echtscheiding, een huis met een tuin, een veilige wijk, het zijn, behalve het plezier in werk buitenshuis, motieven om de arbeidsmarkt op te gaan. Werk buitenshuis voor geld wordt steeds meer een plicht en het huisvrouwschap m/v keert terug naar haar oude luxe-status. Het bedrijfsleven en de verzorgingsinstellingen schreeuwen om mensen. Helaas is ons land nog niet zo ingericht op werken en verzorgen tegelijk. Het is voortdurend balanceren tussen schooluitjes, zieke kinderen, onverwacht overwerk en haal- en brengdiensten. Wat te doen met de lastige 13-jarige die geen boodschap heeft aan een oppas of opvangcentrum?

In het winkelcentrum van Almere-haven lopen overdag schoolkinderen verloren rond omdat hun alleenstaande moeder of beide ouders uit werken zijn. Er is inmiddels een centrum voor naschoolse opvang opgericht. Maar niet iedereen maakt daar gebruik van omdat de prijs voor sommigen nog steeds te hoog is. Op een gegeven moment zal de overheid bijspringen, al was het maar in het belang van de openbare orde. Een stad als Almere moet ordentelijk blijven.

Minister van Sociale Zaken, drs. A. Melkert, heeft voorgesteld om van kinderopvang een basisvoorziening te maken, te beginnen met een bescheiden investering van 400 miljoen gulden. Volgens berekeningen van de Nederlandse Gezinsraad kost de opvang per kind 20.000 gulden, een 24-uursplaats is het dubbele, een internaat 70.000 gulden.

Zo wordt de kinderzorg in Nederland steeds verder gemonetariseerd. Ouders verlaten het huis en besteden de kinderen uit. Melkert heeft het Scandinavische model voor ogen. In Zweden en Noorwegen moeten ouders werken. Het inkomen van een kostwinner is te weinig voor de huur, de hypotheek, het vervoer en het eten. Daar staat tegenover dat de overheid helpt met de kinderopvang. De ouderlijke verantwoordelijkheden zijn gedeeltelijk gecollectiviseerd. Echtscheiding heeft minder nadelige gevolgen voor de kinderen. Het nadeel is dat alles wat eerst gratis was, nu geld kost, inclusief BTW, premies en belasting. Voor nachtelijke kinderopvang geldt het overwerktarief.

Elke opvoedingshandeling, vroeger gratis, moet worden vergoed. Het woonhuis staat meestal leeg, er zijn extra gebouwen nodig voor activiteiten van thuis, managers die de zorginstellingen moeten sturen, koks voor de afhaalmaaltijden. Psychologen vangen het probleemkind op. Als de professionals de taken van de huisvrouw overnemen, stijgt het nationale inkomen bij gelijkblijvende zorgactiviteit en minder persoonlijke aandacht voor kinderen. Het bestaan begint te knellen. Volgens Cuyvers moeten de mensen “harder werken voor minder comfort”.

De huisvrouw of huisman is als de oude boer voor wie het onderscheid tussen huis en bedrijf nauwelijks bestaat en die nog niet zijn hele land heeft moeten verpanden voor nieuwe melkmachines en combines. Maar wij gaan in de richting van het rijke Zweden, waar in de woorden van W.F. Hermans een knakworst hetzelfde kost als een kalkoen in Frankrijk. Het huisvrouwschap m/v wordt weer een luxe zoals in de vorige eeuw.