De Grave tegen wildgroei; Pensioenfonds mag niet vrij verzekeren

DEN HAAG, 12 MAART. Staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) komt “op korte termijn” met een wet die oneerlijke concurrentie door pensioenfondsen met verzekeraars moet tegengaan.

In de Tweede Kamer zei De Grave gisteren dat hij “snel een einde wil maken aan de wildgroei” van verzekeringsproducten die pensioenfondsen aanbieden. Door een wijziging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet in januari 1997 is het voor pensioenfondsen eenvoudiger om werknemers vrijwillige aanvullende verzekeringen aan te bieden, om bijvoorbeeld het zogeheten WAO-gat te overbruggen. Daarnaast wil het kabinet door flexibilisering en individualisering van de pensioenregelingen meer maatwerk leveren voor deelnemers. Naast de verplichte deelneming in de gewone algemene pensioenregeling per bedrijf of bedrijfstak zijn zo een keur aan vrijwillige verzekeringen ontstaan.

Het Tweede-Kamerlid J. van Zijl sprak over “een grijs gebied”. “Gevechtsterrein voor verzekeraars en pensioenfondsen”, aldus Van Zijl die wil dat de staatssecretaris ingrijpt. Dit in tegenstelling tot zijn collega G. Terpstra (CDA). Hij suggereerde dat de betrokken partijen in goed overleg tot bruikbare voorstellen komen en dat de staatssecretaris daarop wacht.

Maar De Grave vindt dat er sprake is van een “onevenwichtige situatie” op de markt voor aanvullende verzekeringen. De fiscus stelt pensioenfondsen vrij van vennootschapsbelasting omdat ze op basis van “collectiviteit en solidariteit” moeten opereren. Met het massaal aanbieden van verzekeringen gaan deze kenmerken niet meer op en dreigt er volgens De Grave oneigenlijke concurrentie te ontstaan. Mede op instigatie van het ministerie van Financiën kondigt hij wetgeving aan om de werkterreinen van pensioenfondsen en verzekeraars af te bakenen.

De Grave wil als eis aan de pensioenfondsen stellen dat ze een zogenoemde 'doorsneepremie' hanteren, een percentage van het bruto loon dat voor iedereen die in het fonds deelneemt gelijk blijft. Op deze wijze zijn premieverschillen binnen het fonds die ontstaan door het aanbieden van verzekeringen niet meer mogelijk en wordt het moeilijker voor een pensioenfonds om individuele verzekeringsproducten aan te bieden. Als aan het uitgangspunt van de doorsneepremie niet wordt voldaan, gaat het in principe om een taak van verzekeraars.

De regeringsfracties zijn het in principe eens om via de weg van de premie het concurrentieprobleem tussen pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen op te lossen. Het Kamerlid Van Zijl vindt wel dat het criterium 'doorsneepremie' niet al te rigide moet worden gehanteerd. D66-Kamerlid Giskes vindt dat binnen een collectieve regeling ook variaties mogelijk moeten zijn.