De Baan neemt sober afscheid van RO Theater

Voorstelling: John Gabriel Borkman, van Henrik Ibsen, door het RO Theater. Bewerking: Guus Baas. Regie: Peter de Baan. Decor- en licht-ontwerp: Niek Kortekaas. Spel: Nettie Blanken, Sanneke Bos, Roeland Fernhout, Sabrina van Halderen, Geert de Jong, Joop Keesmaat, Judith Klute, Peter Tuinman. Gezien: 11/3 Rotterdamse Schouwburg. T/m 18/3 aldaar; tournee t/m 5/6. Inl (010) 4046888.

In het winterlandschap dat achter de kamer begint, staat een bevroren boom. De vrouw in de kamer lijkt op die boom. Ook zij staat er stijf en als bevroren bij. Sinds de binnenkomst van haar zus heeft Gunhild Borkman het kouder dan ooit. Die zus wil haar zoon afpakken, en juist op Erhart heeft zij al haar hoop gevestigd. Met een prachtcarrière, zo stelt Gunhild het zich voor, moet de zoon de eer van het gezin herstellen die door de vader is verwoest.

Deze vader was eens een groot man, een bevlogen idealist die de mist in ging toen hij zich bij het verwezenlijken van zijn ideaal aan het geld vergreep van de bank waarvan hij de baas was. Acht jaar geleden kwam hij uit het cachot en nog steeds leeft hij als een gevangene, streng gescheiden van de buitenwereld en van zijn vrouw die hem niet kan vergeven.

De somberheid van Henrik Ibsens stuk John Gabriel Borkman wordt door het RO Theater vertaald in soberheid. In sobere strengheid wel te verstaan, met veel grijzen en koude materialen: ook die boom daarbuiten is niet van gezellig Scandinavisch hout maar van afwerend metaal. Twee verdiepingen telt het decor - beneden woont mevrouw, boven meneer. Een starre orde die verstoord wordt door Ella, de zus. Behalve dat zij haar pleegkind Erhart terugwil heeft ze ook nog iets uit te praten met Borkman, ooit haar geliefde, die haar verried in ruil voor macht en glorie.

In dit laat-negentiende-eeuwse verhaal ligt de pathetiek overal op de loer en om dat gevaar te omzeilen koos regisseur Peter de Baan, in zijn laatste grote zaal-regie bij het RO Theater, voor afstandelijkheid. Er zijn wel ruzies en gemene sneren, er zijn wel momenten van woede en wanhoop, maar tragisch wordt de voorstelling nergens. Daarvoor is de mise-en-scène te netjes, te schematisch vooral. Haast voortdurend staan de personages ver van elkaar af. Om hun eenzaamheid te onderstrepen natuurlijk, maar het spel wordt er ook ietwat houtenklazerig door omdat men nauwelijks of slechts met flinke vertraging op elkaar reageert. En de enkele keer dat men wat meer naar elkaar toe kruipt gebeurt dat zo nadrukkelijk dat de geloofwaardigheid eronder lijdt.

Overduidelijk zet De Baan de ouderen tegenover de jongeren: drie tegen drie, wat een keurig plaatje oplevert. Zelfs tijdens de diepste crisis in Ibsens tekst zien we op het toneel geen chaos, geen ontreddering maar een heldere patstelling: links Erhart en de jongedame van wie hij houdt met op de achtergrond nog een meisje; rechts het echtpaar Borkman en Ella. De ouderen buigen zich voorover om de jongeren naar zich toe te halen, maar het is te laat: de arrenslee waarin de jongelui naar het warme zuiden willen vluchten staat al klaar.

En zo komen niet alleen die jongeren maar ook de toeschouwers er te gemakkelijk vanaf. Immers: een drama wordt pas interessant wanneer beide partijen begrip voor hun zaak weten te wekken, hetzij door argumenten, hetzij door emoties. De Baan behartigt de belangen van die ene partij, die van de ouderen, nogal slecht. Noch hun argumenten, noch hun emoties overtuigen: hun karakters zijn gewoon te eenduidig, te vlak. Nettie Blanken als Gunhild Borkman blijft een keiharde bourgeoismadame die slechts voor het fatsoen lijkt te leven en Peter Tuinman als de titelheld is een brommerige, harteloze, egomane baas die geen greintje medelijden oproept.

Alleen Geert de Jong heeft iets moois. Bij Ibsen komt Ella dicht in de buurt van de ideale, onbaatzuchtige vrouw, maar Peter de Baan, in zijn manische streven naar overzicht en onsentimentaliteit, wilde haar per se in het kamp van de gefrustreerde oudjes plaatsen. Met als resultaat een halfslachtig personage dat eigenlijk amper opvalt.