De aspiraties van de samenleving; Gepriegel

De grondwet is onder juristen niet onomstreden. Staat er niet te veel in en is het niet vreemd dat het de rechter verboden is andere wetten aan de grondwet te toetsen? Twee staatsrechtsgeleerden geven hun mening: prof. A.J.M. Kortmann, hoogleraar staatsrecht en algemene staatsleer aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en prof. A.W. Heringa, hoogleraar Nederlands vergelijkend staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Maastricht.

KORTMANN: “Ik behoor tot de 'harde positivisten'. Ik praat als jurist en ik betrek daar zo min mogelijk elementen van politiek en beleid bij.

“Eigenlijk vind ik dat er veel te veel in de grondwet staat. De sociale grondrechten kunnen eruit. In feite zijn dat gewoon politieke programma's. Ze roepen verwachtingen op die de politiek maar in heel beperkte mate kan realiseren. Ik vind bovendien dat grondrechten geen overheidsinterventie moeten uitlokken, maar de burger juist moeten beschermen tegen machtsoverschrijding door de overheid.

“Wat mij betreft kan het toetsingsverbod van artikel 120 worden geschrapt. Ik ben er voorstander van dat de rechter wel aan de grondwet mag toetsen. Ik zou niet kiezen voor een constitutioneel hof zoals in Frankrijk of Duitsland, dat wetten in abstracto mag toetsen, omdat je daar vaak een uiterst politieke rechtspraak ziet. Ik zou kiezen voor het Amerikaanse stelsel. De rechter toetst dan de toepassing van een norm in een concreet geval. Ik vind dat een rechter in zo'n geval een wet buiten toepassing moet kunnen laten.

“Ik vind niet dat de positie van politieke partijen in de grondwet moet worden geregeld. Politieke partijen moet je niet binnen de staatssfeer trekken. Zodra je dat doet, loop je het gevaar dat de overheid gaat uitmaken welke politieke partijen wel of niet mogen. Men zou bijvoorbeeld al snel op het idee kunnen komen dat politieke partijen intern democratisch georganiseerd moeten zijn. Waarom eigenlijk? Waarom zou een partij als de SGP niet de kans mogen krijgen elementen aan het staatsbestel toe te voegen die wij nog niet kennen? En waarom zou een politieke partij niet mogen pleiten voor afschaffing van de huidige democratie - niet dat ik daar een voorstander van ben. Of minder gevaarlijk, voor afschaffing van de monarchie?

“Bovendien ben ik tegen dat eeuwige onderhoud aan de grondwet. In Nederland hebben we sterk de neiging een wet meteen te veranderen, zodra zich een minuscuul probleempje voordoet. Je hoeft de grondwet helemaal niet steeds te veranderen. Neem bijvoorbeeld het voorstel om de bescherming van de vertrouwelijkheid van e-mail expliciet in de grondwet op te nemen. Niemand legde de bepaling over het briefgeheim zo beperkt uit en bovendien zijn er ook altijd nog de privacybepalingen waar je een beroep op kunt doen. Ik vind dat gepriegel zonder enige betekenis.

“Er zijn ook een paar dingen die ik in de huidige grondwet mis. Ik zou een aantal belangrijke grondrechten formuleren en dan niet, zoals nu het geval is, met het voorbehoud dat de wetgever het grondrecht nader kan beperken. In plaats daarvan voel ik veel voor het Amerikaanse systeem: de rechter en de wetgever moeten samen bepalen hoe ruim de reikwijdte van een grondrecht is. Zo kent de Amerikaanse grondwet een absoluut verbod aan de wetgever om de vrijheid van meningsuiting te beperken. 'Congress shall make no law abridging the freedom of speech.' Dat vind ik een heel gezond principe.

“Naar mijn mening is het nog steeds van belang om grondrechten in de Nederlandse grondwet op te nemen, zelfs als vergelijkbare grondrechten in internationale verdragen staan. Wij kennen een aantal grondrechten die in internationale verdragen aanmerkelijk zwakker zijn gegarandeerd. Het duidelijkste voorbeeld is het onderwijsartikel, een oer-Hollands grondrecht. Dat zul je in internationale verdragen niet vinden. In een aantal gevallen bieden onze nationale grondrechten bovendien meer waarborgen dan de internationale. Volgens onze grondwet mag je bepaalde grondrechten alleen beperken door een parlementaire wet, terwijl je grondrechten uit internationale verdragen bij elke nationale regeling mag beperken.

“Wat ik ook een gemis vind, is dat wij geen bepaling over de rechterlijke onafhankelijkheid hebben. We kennen wel de bepaling dat rechters voor het leven worden benoemd, maar dat is rechtspositionele onafhankelijkheid. De Duitse grondwet zegt: 'Die Richter sind unabhängig und nur dem Gesetze unterworfen.' Wij zouden ook een bepaling moeten hebben waarin het geven van instructies aan rechters wordt verboden. Nu is er altijd een risico van een druk vanuit het bestuurlijk apparaat.

“Er zijn mensen die van mening zijn dat bijvoorbeeld het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Amsterdam op gespannen voet met de grondwet staan. Ik maak me daar weinig zorgen over. Als een verdrag iets regelt dat bij ons door de gewone wetgever geregeld zou mogen worden, is zo'n verdrag naar mijn mening grondwettig. Ik zou alleen een probleem zien als zo'n verdrag iets regelt waartoe de gewone wetgever niet bevoegd zou zijn.

“Ik vind wel dat er in het parlement meer naar de grondwet zou moeten worden gekeken. Er bestaat maar een zeer geringe notie over wat zo'n grondwet nou eigenlijk betekent, waar de normatieve elementen zitten. Bovendien bestaat in de politiek - niet alleen in de Nederlandse - een sterke neiging de beleidswetenschappers te laten beslissen wat goed is. Die moeten van grondwetten vaak niks hebben. Niet alles wat je wilt 'moet kunnen', zoals men dat tegenwoordig uitdrukt. Ik geloof dat het goed is dat de politiek regelmatig wordt geconfronteerd met de grenzen van het politieke handelen.”