Aanhoudend musketvuur

De Tachtigjarige Oorlog staat vooral te boek als een belegeringsoorlog. Maar ook veldslagen waren belangrijk en één bevelhebber aan Staatse zijde heeft zijn sporen tot ver buiten de Nederlanden nagelaten: prins Maurits, aan wie in Delft een tentoonstelling is gewijd.

Expositie 'Van Maurits naar Munster, tactiek en triomf van het Staatse leger', Legermuseum, Korte Geer 1, Delft, 015-2150500. Open di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Entree tot 1 april: volw ƒ 4,50, kinderen ƒ 2,50; daarna resp ƒ 6 en ƒ 3. Catalogus ƒ 44,50. De tentoonstelling is onderdeel van een landelijke herdenking van de Vrede van Munster. Alle exposities zijn op internet, http:/www.vvmBinnenkort verschijnt het boek '1648 Vrede van Munster, feit en verbeelding', uitg. Waanders. ƒ 55 in de musea, ƒ 75 in de boekhandel.

De vijand te velde de rug toekeren was een van de nieuwerwetsigheden waarmee prins Maurits, graaf van Nassau (1567-1625), vanaf 1618 prins van Oranje, de Spaanse krijgsmacht wist te weerstaan. Maurits had een geduchte opponent tegenover zich. In aantallen manschappen zou hij het Spaanse leger nooit kunnen evenaren. Bovendien bestond dit leger uit geharde veteranen en was het esprit de corps van de troepen wijd en zijd befaamd. Met conventionele middelen was Maurits niet opgewassen tegen hen. Vanuit dit schijnbaar hopeloze perspectief ontwikkelde hij een geheel nieuwe inzet van de infanterie. Hij leerde zijn soldaten hoe zij met hun musketten aanhoudend vuur konden geven.

Volgens de Britse krijgshistoricus Geoffrey Parker (The Military Revolution: military innovation and the rise of the West, 1500-1800. Cambridge Univ. Press 1988) markeert een brief van Willem Lodewijk van Nassau aan zijn neef Maurits nauwkeurig de belangrijkste militaire omwenteling van de late zestiende- en vroege zeventiende eeuw. In die brief, te zien op de tentoonstelling 'Van Maurits naar Munster, tactiek en triomf van het Staatse leger' in het legermuseum te Delft, staat een tekening van de 'contramars'.

Bij de contramars geven de voorste manschappen vuur. Daarna keren zij zich om en lopen, terwijl zij hun musketten volgens voorgeschreven handelingen herladen, door de rijen terug naar achteren. Op het moment dat zij klaar zijn om het volgend schot te lossen staan zij weer vooraan. Zo kon de voorste rij soldaten bijna continu een salvo afgeven. Maurits en zijn neven kwamen tot deze innovatie na bestudering van Romeinse geschriften waarin de oefendril werd beschreven voor slingeraars en speerwerpers.

De contramars kon alleen slagen als de troepen intensief waren gedrild. De bediening van 'roeren' of musketten was buitengewoon omslachtig en alleen door de meest strikte discipline konden deze vuurwapens gecoördineerd worden ingezet. Gebruikmakend van gestandaardiseerde commando's én vuurwapens - ook een novum in die dagen - leerden de soldaten laden, richten, vuren, schoonmaken, herladen en weer vuren.

Al deze handelingen werden rond 1597 voor trainingsdoeleinden opgetekend door Jacob de Gheyn in het beroemde Wapenhandelinghe van roers, musquetten ende spiessen. Aanvankelijk was het boek geheim, zeker voor 'papisten', maar in 1607, nadat de contramars zijn waarde op het slagveld had bewezen, werd het vrijgegeven. Binnen enkele jaren hadden de belangrijkste legers van Europa de tactiek van Maurits overgenomen.

De waarde van de nieuwe wijze van disciplinering was niet onmiddellijk evident. Zo ongewoon was het exerceren en drillen van soldaten zelfs, dat bevelhebbers elkaar waarschuwden dit niet en plein public te doen. Omdat dit bij velen “om d'onghwoonheydt [..] vreemt ende lacherlyck” voorkwam. Degenen die de Spaanse zaak verdedigden meenden ook dat, in tegenstelling tot de ketters, de Spanjaarden geen circusberen waren die men op bevel allerlei kunstjes kon leren. Het waren dan ook de protestantse vorsten die als eersten deze mauritsiaanse krijgsvorm imiteerden.

Op de tentoonstelling is behalve wapentuig rond 1600 - kurassen van piekeniers, houwdegens, rapieren en degens, helmen en spiesen - ook het harnas van Maurits te zien. Een video laat zogenaamd Maurits aan het woord over zijn militaire hervormingen en mansgroot is hij ook te zien aan tafel terwijl hij formaties tinnen soldaatjes bestudeert. De bezoeker zij geadviseerd ook de permanente tentoonstelling te bezoeken. Daar zijn - in miniatuur - de Spaanse formaties te zien waartegen Maurits het opnam, benevens een diapresentatie met onder andere afbeeldingen van Jacob de Gheyn. En we kunnen Maurits zien terwijl hij zijn troepen soldij uitbetaalt. Een scène die belangrijker is dan zo op het oog lijkt. Want Maurits mag dan de vader van de contramars zijn, Geoffrey Parker wijst er fijntjes op dat Maurits ook het geluk had dat zijn tegenstander het regelmatig liet afweten. Door de ongeregelde betalingen sloegen de Spaanse troepen herhaaldelijk aan het muiten, waardoor Maurits ongehinderd zijn gang kon gaan. Waren de Spaanse soldaten steeds tijdig betaald en was de contramars niet ingevoerd, dan hadden we nu stierenvechten op de Dam gehad en tapas bij de jenever.