1848

In 1848 breekt in Parijs de revolutie uit en wordt in Frankrijk de republiek uitgeroepen. Silezië en Galicië kampen met boerenopstanden. Onrust is er in Berlijn, opstanden zijn er in PoznaEÉn, Venetië, Moldavië. De Pruisen en de Denen voeren oorlog met elkaar. Oostenrijk vestigt een dictatuur in Hongarije.

En daarmee is nóg lang niet alles gezegd over het roerige jaar 1848. Het zijn fragmenten van het Europese decor dat de achtergrond vormde bij de ingrijpende herziening van de grondwet in Nederland. Die, chronologisch, als volgt verliep: 8 maart De regering dient 27 herzieningsvoorstellen in bij de Tweede Kamer. 13 maart Koning Willem II wordt, in eigen woorden, “in 24 uur van conservatief liberaal” en besluit tot een grondwetsherziening die verder gaat dan wat de ministers willen. Hij vraagt de Tweede Kamer hem te laten weten wat haar wensen zijn om tot een uitgebreidere grondwetsherziening te komen. De voorzitter van de Tweede Kamer, jonkheer Boreel van Hogelanden, wordt via een adjudant van de koning naar het paleis genood om dit verrassende standpunt van Willem II te vernemen.

15 maart De ministers voelen zich door de verklaring van Willem II, die buiten hen om is afgelegd, gepasseerd en treden af. De koning accepteert het ontslag zonder omwegen. Het blad De Burger constateert in een 'buitengewoon nommer' verheugd dat “ALLE de ministers zonder onderscheid hun ontslag hebben ontvangen” en dat “de Koning aan ALLE de billijke verlangens der Natie zal toegeven”. Het blad van de journalist Van Bevervoorde (die nauwe contacten met de koning onderhield) stelt verder vast: “Het laaghartig en heilloos stelsel van BEHOUD is den bodem ingeslagen; het ligt ter neder, om niet weder op te staan.” Het Kamerlid Lodewijk Luzac, uitgesproken voorstander van een liberaler staatsbestel, reageert nerveus op het aftreden van de ministers: “Mijn God! Nu moeten wij eraan.” Die avond maakt Luzac, op audiëntie geroepen ten paleize, Willem II duidelijk dat hij niet de man is die de koning zoekt. Vervolgens stuit hij in Den Haag op een menigte die 'Luzac! Luzac! Luzac!' scandeert en: 'Leve de koning!' De manifestatie was opgezet door Van Bevervoorde.

17 maart Willem II benoemt een grondwetscommissie, waarin op aandringen van Luzac de Leidse hoogleraar en jurist Thorbecke zitting neemt. Thorbecke wordt voorzitter. De andere leden zijn: Donker Curtius, De Kempenaer, Luzac en Storm. De commissie krijgt de opdracht een grondwet op te stellen 'met overweeging van de wenschen der Tweede Kamer'. Dus niet: in overeenstemming met de wensen van de Kamer, die er in meerderheid conservatieve ideeën op nahield.

11 april De commissie- Thorbecke biedt de inmiddels nieuw benoemde regering een ontwerp voor een nieuwe grondwet aan. Kern daarin is dat de ministers voortaan verantwoording voor hun beleid schuldig zijn aan de volksvertegenwoordiging; de basis voor het parlementaire stelsel wordt hiermee gelegd. De burgers wordt vrijheid van godsdienst, meningsuiting, vereniging en vergadering gegarandeerd. De nieuwe ministers wijzen het ontwerp af; de koning keurt het goed en dat is doorslaggevend.

19 juni De regering dient twaalf herzieningsvoorstellen bij de Tweede Kamer in.

7 en 8 september De Kamer neemt de ontwerpen in eerste lezing aan; ze worden daarmee een wetsvoorstel.

11 oktober De Kamer neemt de ontwerpen ook in tweede lezing aan.

25 oktober Bij Koninklijk Besluit wordt het drukken van een nieuwe officiële uitgave van de grondwet bevolen.

3 november De herziening van de grondwet wordt plechtig afgekondigd.