Van Noten zorgt in Parijs voor een explosie van kleuren

Zo'n 115 ontwerpers tonen dezer dagen in Parijs hun nieuwe collecties voor de winter 1998-'99. Jonge en dwarse talenten moeten de gevestigde mode-instituten nieuw leven inblazen. Marc Jacobs bijvoorbeeld, die een joggingpak van kasjmier maakte.

PARIJS, 11 MAART. Het is op de derde dag van de Parijse modeweek te vroeg voor stellige conclusies, maar duidelijk is dat het de komende seizoenen draait om verborgen luxe. En koning van de onnadrukkelijke weelde is Martin Margiela, die afgelopen maandag zijn eerste collectie presenteerde voor Hermes, het lederwarenhuis dat buiten Frankrijk vooral bekend is om de hoogglanzende sjaals bedrukt met motieven uit de edele ruitersport. De modewereld keek met spanning uit naar Margiela's defilé. Hoe kon de Belgische ontwerper, beroemd en berucht om zijn minimalisme en deconstructivisme, zonder zichzelf te verloochenen een collectie ontwerpen voor het chique, ja snobistische Hermes?

Hij kon het. Zelfbewuste vrouwen van 20 tot 50 jaar toonden ruimvallende trenchcoats, lange streng-rechte jurken, royale broeken met brede pijpen, simpele doublebreasted jasjes en tunieken met ruimhartige V-halzen in de mooiste kasjmier, al dan niet vermengd met pure zijde, of gemaakt van het zachtste hertenleer en de soepelste gabardine. Dat alles in een kleurenpalet van 'gebrand zwart', camel, grijs of honingkleurig beige. Voeg daarbij de geheimen, die zich openbaarden na een bezoek aan het Hermes-hoofdkwartier aan de Faubourg St. Honoré: jassen die op drie manieren te dragen zijn, jassen die aan de lamsleren binnenkant bijna mooier zijn dan aan de teddybonten buitenkant, omkeerbare truien zonder naden, een transparante regenjas waarop waterdruppels wegparelen als kwik, en ten slotte - de enige verwijzing naar de naam van Hermes - in de knopen met zes gaatjes, zodat de draad een H vormt. Kan het subtieler?

Het was een goed begin van de prêt-à-portershows voor winter 1998-'99, de laatste voor de wisseling van het millennium. Parijs snort tevreden dat, Aziatische crisis ten spijt, in negen dagen circa 115 ontwerpers hun collecties presenteren, waarbij veel nieuwelingen voor verrassingen zorgen.

Zoals Marc Jacobs. Clean en simpel was de collectie van de Amerikaanse ontwerper die is ingehuurd door Louis Vuitton, de tassengigant die het bij de (Japanse) klandizie toch vooral van het zichtbare LV-label moet hebben. Minimale jurken zodat opvallende tassen maximaal kunnen afsteken, is wellicht Jacobs idee geweest. De 'coolest designer' van New York kreeg er geen onverdeeld gunstige pers mee: draagbaar ja, modern ja, maar het lijkt te veel op toonaangevende ontwerpers van de afgelopen seizoenen, Helmut Lang en Prada. Overigens was het maandag weliswaar de eerste show van Jacobs voor Vuitton, maar niet zijn eerste LV-collectie. In de twee weken geleden geopende Vuitton-tempel aan de Champs Elysées hangt al een zomercollectie voor zowel mannen als vrouwen: jong, nogal androgyn, met sportinvloeden - bijvoorbeeld: een joggingpak van kasjmier (13.500 franc) - en ook hier grote aandacht voor onopvallende details. Kleren die niet zijn bedoeld voor de behoudzuchtige en doorgaans oudere LV-klant, aldus een verkoopster, maar die een nieuwe doelgroep moeten binnen halen, de “go-go-go working girl die veel reist”. En een aardig salaris verdient.

Margiela en Jacobs zijn illustratief voor de huidige trend om met jong en enigzins dwars talent gevestigde mode-instituten nieuw leven in te blazen. De Brit John Galliano die gisteren al weer zijn tweede ready to wear Dior-collectie presenteerde, leek zich opzettelijk en nadrukkelijk af te zetten tegen sobere chic. Zijn collectie was een explosie van kleuren (oranje met knalroze, turkooizen met geel) overgoten met een saus van Engelse extravagantie. Anoraks met mink aan de capuchons, parka's met wilde prints en windjacks met smockwerk in de taille vormden fantastische, om niet te zeggen uitzinnige interpretaties van sport en vrijetijdskleding.

Dries van Noten gaat intussen overstoorbaar door met zijn oorspronkelijke mix van glanzende Aziatische dessins, militante uniformjassen op dwarrelende bloemenrokken, transparante, langgerekte jurken op soldatenlaarzen, en dat in overwegend stemmige kleuren waarvan het diepe paars herinneringen oproept aan de jaren zeventig. Maar de voortbenende modellen zijn onmiskenbaar hedendaagse stadszigeunerinnen, die met rinkelende amuletten de onbekende gevaren van het volgende millennium bezweren. Waarmee Van Noten blijkbaar ook tegemoet wil komen aan een zekere behoefte aan fantasie en magie.

Voor Josephus Thimister ten slotte geldt weer meer de eenvoud als hoogste ideaal. Hoewel hij in Antwerpen opgroeide en daar ook naar de mode-academie ging, is Thimister toch een beetje 'van ons', want geboren in Maastricht. De ontwerper, voorheen werkzaam bij het huis Balenciaga, presenteerde eerder dit jaar een haute couture collectie onder eigen naam, en viel uit het niets de Franse top 60 van ontwerpers binnen op plaats 48. Op de 'vernissage' - Thimister hield geen defilé, maar toonde zijn kleding op paspoppen en hangers in een galerie - liet hij een ingetogen en bruikbare collectie zien van zwarte avondjurken in vloeiende lijnen, minimaal maar niet kil, sierlijk maar niet zoetig. 'Pure poezie' noemt hij het zelf, en dat geldt in ieder geval voor de sneeuwwitte gewatteerde en vederlichte jurken met een vage kale takkenprint, of de fragiele gazen jurken waardoorheen een borduurdraad kringelt. Zijn materialen zijn niet zo kostbaar als die van Hermes, maar Thimister weet met simpele middelen een maximaal effect te bereiken.