Van Mierlo contra Voorhoeve

RECIFE, 11 MAART. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) meent dat zijn collega Voorhoeve (Defensie) “een totaal verkeerde zienswijze” heeft op de problemen die er zijn tussen hem en zijn collega Pronk. Vorige week vrijdag schreef Voorhoeve op de opiniepagina van deze krant dat de premier een coördinerende rol zou moeten krijgen in het buitenlands beleid, “als aanvulling op de minister van Buitenlandse Zaken”.

Van Mierlo, die deze week samen met kroonprins Willem-Alexander een officieel bezoek brengt aan Brazilië, zegt dat de “competentieproblemen” met Pronk in de formatie moeten worden opgelost. Die problemen betreffen de verhouding tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking en de verdeling van het budget.

Van Mierlo: “De bevoegdheden van de minister van Buitenlandse Zaken liggen vast in de constitutie. Als collega Voorhoeve hiervoor de constitutie wil veranderen, kan hij die wat mij betreft ook meteen zo aanpassen dat de minister-president rechtstreeks wordt gekozen.”

Voorhoeve pleitte vorige week voor een 'vijfhoek' van de bewindslieden van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Internationale Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die onder leiding van de minister-president iedere week vergaderen over politieke hoofdpunten van de lopende internationale zaken. In die vergaderingen zouden dan iedere week politieke keuzes worden gemaakt. Dat zou volgens Voorhoeve de “slagkracht” van Nederland in de internationale politiek vergroten, en het zou naar zijn mening ook een oplossing zijn voor de problemen tussen Pronk en Van Mierlo.

De laatste wil niet verder op het artikel van Voorhoeve reageren. Hij moet het stuk nog eens goed lezen, zegt hij, en hij wil erover “nadenken”.