Strijd tegen de corruptie blijft prioriteit China

PEKING, 11 MAART. Het Chinese Nationaal Volkscongres heeft gisteren met grote meerderheid ingestemd met een ingrijpende herstructurering en inkrimping van het overheidsapparaat. Niet-aflatende corruptiepraktijken en een inefficiënte bestuursstructuur zouden bij vele gedelegeerden de doorslag hebben gegeven voor de goedkeuring van de plannen.

Tegelijkertijd maakte de hoogste openbaar aanklager in China, procureur-generaal Zhang Siqing, bekend dat binnenkort het proces zal beginnen tegen de voormalige secretaris van de communistische partij in Peking, en ex-lid van het politburo, Chen Xitong. Chen werd drie jaar geleden opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij een groot corruptieschandaal.

Op het Volkscongres, het Chinese parlement dat jaarlijks bijeenkomt, bracht gisteren zowel procureur-generaal Zhang, als de president van het Chinese Hooggerechtshof, Ren Jianxin, verslag uit over stand van zaken op het gebied van corruptie, criminaliteit en rechtspraak. Volgens de regering, onder aanvoering van kandidaat-premier Zhu Rongji, is het ondoorzichtige en achterhaalde overheidsapparaat een belangrijke oorzaak van het probleem van corruptie binnen de ambtenarij. De huidige bestuursstructuur, door het leiderschap gekenmerkt als een erfenis van het staatsgeplande verleden, heeft afgedaan. Voor een moderne markteconomie is een bestuurlijk systeem nodig waarbij de staat gescheiden opereert van het bedrijfsleven.

Volgens de plannen van de regering die nu zijn bekrachtigd door het Volkscongres, zullen in de komende drie jaar 11 van de 40 ministeries verdwijnen. Ruim de helft van de acht miljoen ambtenaren moet op zoek naar een andere baan. Slechts 12 van de de 2.877 aanwezige gedelegeerden stemden tegen de plannen, 33 onthielden zich van stemming. Het officiële Chinese persbureau Nieuw China meldde een half uur voor de geheime stemming al dat het congres “was overeengekomen”, de maatregelen “goed te keuren.”

President Jiang Zemin kondigde enkele jaren geleden een grootscheeps offensief aan tegen de corruptie, nadat het verzet binnen de samenleving tegen corrumperende overheidsfunctionarissen en leden van de communistische partij groter begon te worden. De val van de in 1995 opgepakte Pekingse partijsecretaris Chen Xitong - tot dusver de hoogste overheidsfunctionaris die officieel wordt verdacht van het aannemen van steekpenning - heeft het vertrouwen onder de bevolking niet gesterkt, aangezien een openlijke veroordeling tot op heden op zich heeft laten wachten. Velen gaan ervan uit dat Chen in bescherming wordt genomen door het leiderschap, dat een publieke vernedering wenst te voorkomen. Maar volgens procureur Zhang is het onderzoek naar “de criminele activiteit” van Chen afgerond, en zal de vervolging van het voormalig politburolid “binnen afzienbare tijd” plaatshebben. Chen wordt in verband gebracht met de verduistering van publieke fondsen waarbij een bedrag van meer dan vier miljard gulden is gemoeid.

Corruptie was volgens Zhang niet het enige probleem waarmee China kampt in zijn gang naar een economische supermacht. “Serieuze criminaliteit”, zoals de pogingen van “vijandelijke krachten in binnen- en buitenland” die uit zijn op het splijten en ondermijnen van het land, “blijft bestaan.” Opperrechter Ren Jianxin beloofde dat de in 1996 geïnitieerde 'Sla Hard'-campagne zal worden voortgezet, omdat “de sociale stabiliteit” sinds het begin van de campagne, zienderogen zou zijn toegenomen. Rechters hebben de opdracht gekregen criminelen snel te veroordelen en forse straffen uit te delen. Volgens Amnesty International, die zich baseert op meldingen in de Chinese media melding, is daarbij de doodstraf veelvuldig toegepast. In 1996 zouden ten minste 4.367 mensen ter dood zijn veroordeeld.