Sorgdrager aangenaam verrast in China

Ook minister Sorgdrager van Justitie vindt dat de Europese Unie China niet langer moet provoceren met kritiek op schending van de mensenrechten. Een dialoog is beter en daarom is de minister deze week in China op bezoek.

PEKING, 11 MAART. Begin deze week prees het Engelstalige dagblad China Daily de Europese Unie voor haar “wijze” besluit enkele weken terug, niet langer de confrontatie met China te zoeken op het gebied van de rechten van de mens. “De Amerikanen staan alleen in hun aanvallen op China”, aldus het blad. Rechtstreekse kritiek - zo heeft Nederland vorig jaar als voorzitter van de EU zelf ondervonden na de opmerkingen van minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken binnen de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties - leidt tot weinig meer dan verkilde betrekkingen en “daar is niemand mee gediend”, aldus de Chinese autoriteiten.

Minister Winnie Sorgdrager van Justitie is dezelfde mening toegedaan. Sorgdrager is een week op bezoek in China, op uitnodiging van haar Chinese ambtgenoot Xiao Yang. Na twee dagen van gesprekken, onder anderen met de Chinese premier Li Peng, de minister van Justitie, de vice-president van het Hooggerechtshof en de vice-minister van Openbare Veiligheid, heeft de Nederlandse minister geconcludeerd dat sprake is van “veel aanknopingspunten”. In sommige opzichten zelfs “meer dan in Oost-Europa”. “De Chinezen hebben heel duidelijk aangegeven dat een goede juridische structuur ten grondslag moet liggen aan een goede economische structuur. Dat vind ik zeer opmerkelijk.”

“Een dialoog heeft altijd zin”, aldus de minister. Zonder dialoog “laat je de mensen in de steek”. Derhalve heeft Sorgdrager met haar Chinese ambtgenoot een beginselovereenkomst gesloten over uitwisseling van informatie op juridisch gebied. Nederland en China zullen jaarlijks tien specialisten uitwisselen met als doel “het wederzijds begrip en de kennis van elkaars juridische praktijk” uit te breiden.

Sorgdrager gaat met haar bezoek in op de uitnodiging van de Chinese regering om achter gesloten deuren te praten over de rechten van de mensen en andere juridische kwesties, op voorwaarde dat de buitenlandse partners openlijke kritiek achterwege laten. Sorgdrager wilde dan ook niet in detail treden over haar discussies over de mensenrechten in China. “Ik ga hier niet zeggen wat we binnenskamers hebben besproken. Anders is het niet meer binnenskamers.”

Daags na het besluit van Brussel om niet langer kritiek te leveren op China in de Commissie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties bracht een groep diplomaten en juridische specialisten van de Europese Unie eind vorige maand een tweedaags bezoek aan China. Door mensenrechtenactivisten werd dat bezoek omschreven als “een propagandastunt, die de Chinezen in de kaart speelt”. De delegatieleden brachten onder andere een bezoek aan een modelgevangenis. Geen van hen vatte dat op als een belediging. Het bezoek onderstreepte volgens de EU-delegatie juist de vooruitgang die in China is geboekt op het gebied van de mensenrechten, en het bevestigde het belang van een dialoog.

Ook Sorgdrager spreekt van “grote stappen voorwaarts”. “Het feit dat China het belang erkent van een goed juridisch stelsel vind ik veelbetekenend.” Volgens de minister is men zich in China bewust van de problemen. Maar het kost tijd om de rechtsregels in de praktijk toe te passen. “Je moet de mensen een kans geven zichzelf te ontwikkelen.” Sorgdrager voegt daaraan toe dat een dialoog “ook kritisch kan zijn”.

Dat Nederland op juridisch gebied ook van China kan leren, bleek volgens de minister na gesprekken met Chinese experts op het gebied van bemiddeling. “Tweederde van de conflicten in China worden opgelost via bemiddeling. In Nederland bestaat die cultuur niet.” De tegenwerping dat in China, anders dan in Nederland, geen vertrouwen bestaat in het rechtssysteem, waardoor juridische tussenkomst voor veel Chinezen de slechtste optie is, doet Sorgdrager af met de opmerking: “Ja, maar het Nederlandse rechtssysteem heeft ook zijn makkes.”