Slapend heb ik 't u gemeld

Ligt het aan mij, of stormt het steeds vaker in Nederland, en dan speciaal 's nachts? Al die zuidwestenwind! Zo veel wind kan ik me van vroeger niet herinneren. Maar ik ben te lui om er een onderzoekje naar in te stellen. En of J. Buisman, de auteur van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, al gevorderd is met het derde deel weet ik niet. Zodra het uit is, zal ik het kopen. Zal ik het echt lezen? Je weet nooit waar een boek goed voor is. Een boek markeert, overeenkomstig de grillige systematiek van zijn lezer, de actieradius van diens gedachteleven.

Dat ik denk dat het 's nachts vaak stormt, komt dat doordat ik wat al te licht slaap de laatste tijd? Of is het ongekeerd, en word ik wakker van al dat onrustbarende geweld rond stadsbomen, tegen huismuren, langs daken? Zal ik opstaan om het rammelende raam te sluiten? Wordt dit weer zo'n gat in de nacht? Ik kijk naar het geometrische patroon van de richtlijnen over plafond en muren. Ze zijn afkomstig van een briljant samenwerkingsverband tussen welgeteld één lantaren, buiten op de stoep, en de gaatjes- danwel gleufjesstructuur in de lamellen van de luxaflex.

Maar de strepen over plafond en muren waarnaar ik staar, ontsnappen aan het regime van de luxaflex. Het zijn eigenlijk lekkages, maar erg mooie. Met een vriend deelde ik eens een Venetiaanse hotelkamer, een Florentijnse, één in Assisi en nog een paar. Een week lang. Hij was een gepatenteerd moeilijke slaper. Niet alleen pillen had hij nodig, maar ook volstrekt geblindeerde ramen. En liefst ook luiken. Niets mocht daardoor naar binnen kunnen, geluid noch licht. Als er één manier was om mij 's nachts badend van het angstzweet wakker te laten worden - volkomen gedesoriënteerd: waar is het raam? waar is de deur? is er wel een deur? - dan was het wel deze, zo bleek tijdens onze reis.

Ik kreeg het gevoel geen adem meer te kunnen krijgen. Licht was blijkbaar ook een soort van adem. Onlangs in Zwitserland viel mij op dit gebied een nieuwe sensatie ten deel. We hadden de auto om milieuredenen maar vooral ook uit nieuwsgierigheid op zo'n trein gezet die zich vervolgens door een gebergte boort. Het ging om een traject waar je zonder autotreintunnel een paar uur langer over zou doen. Het is een heel vreemd gezicht, zo'n trein, met niets dan auto's erop, vrachtwagens, trucks met opleggers, personenauto's. In roerloze stilte staan ze daar allemaal te wachten, met al die nutteloze chauffeurs op hun vertrouwde plaatsen achter het stuur, en al hun door hen niet langer voortbewogen passagiers.

Het is de snelweg zelf die even later begint te glijden, met heel die betoverde over honderden voertuigen verdeelde duizendkoppige bemanning. Daar zitten jullie in die auto, jijzelf, met je vrouw naast je en je dochters achterin. We hebben een week gelopen, steeds hogerop, door een zijdal van de Rhône, tot waar de eeuwige sneeuw begint, die Zwitserland en Italië hermetisch van elkaar afsluit. Daar glijden we de tunnel in, met toenemende snelheid. Je glimlacht nog, de handen op het stuur. Maar het is om op slag krankzinnig van te worden. Dit doe ik nooit meer! Want met het licht leek, opnieuw, de lucht verdwenen. Weer begreep ik waartoe ik nooit speleoloog heb willen worden: zo'n held, die zich met zijn cyclopisch licht, dat best eens uit zou kunnen gaan, door nauwe spleten wringt, op weg naar een nieuw Altamira of een nieuw Lascaux.

Ik kijk naar mijn levensgezellin die met weergaloze elegantie haar kalme slaap slaapt, het hoofd heel mooi geborgen, bijna ingelijst, tussen een ontspannen hand en een kom van de elleboog. Ik ben vol interesse voor het geheim van haar slapende leven. Het is weer eens zo ver. Zal ik eruit gaan en een beetje gaan werken en dan later op de dag het gat weer volslapen? Of zal ik hier maar gewoon blijven liggen tot die paar uur vergleden zijn? Zal ik toch maar eens een walkman aanschaffen? Of zal ik gaan lezen? Nachtlezen is het slechtste lezen niet, als je het treft. Iets heel goeds lezen 's nachts, en zoetjesaan de eerste golfjes voelen van de terugkerende slaap, die aan de rand van jouw verstand begint te lekken en te knabbelen, ook dat is een vorm van geluk.

Ik tref het. Ik lees een paar voorbeeldige essays. Essays die ook meteen naar meer doen verlangen. In die zin dat ik de brieven en de gedichten van Huygens direct wil gaan lezen en herlezen. Want daarover gaat het in 'De slapeloze Huygens'. Een medeslapeloze richt zich tot mij met een heel grote slapeloze dichter als trait d'union: aangenamer slapeloos zijn is niet mogelijk. Het slanke, dus goed vast te houden, boek is aanstekelijk ook in deze zin dat ik me voorneem om spoedig een dagje rond en door de Beemster te fietsen. Dit zeventiende-eeuwse kunstwerk van de rechte lijn, de vierkante kavel, het piramidale boerderijdak is het onderwerp van prachtige geometrische gissingen. Maar ook een nieuwe planologie en architectuur komen op verfrissende manieren aan de orde. Bijvoorbeeld in beschouwingen over poëzie en nieuwbouw, en over het met het vergeetwoord 'flatneurose' aangeduide voorgoed voortvluchtige misschien alleen gevreesde, misschien werkelijk ondervonden syndroom.

Voor wie het weten wil: de schrijver is Martin Reints. Het boek heet Nacht- en dagwerk en is net verschenen bij De Bezige Bij. Deze schrijver kan met geen mogelijkheid van overproductie beticht worden. Zijn oeuvre is hoogst overzichtelijk. Het telt twee, met een tussenruimte van twaalf jaar gepubliceerde, dichtbundels (door mij al evenzeer bewonderd). Met deze bundel essays, van slechts honderdveertig pagina's dik, is het oeuvre nu - schrikwekkend - verdubbeld in omvang. Het boek is duur. Dat zeg ik erbij. Maar het is zijn prijs waard.

Mooi vond ik de beschouwing 'Het uitgewiste handschrift'. Daar gaat het over de vraag of men een gedicht kan dromen. Ik zeg het verkeerd. Of men een gedicht kan dromen en onthouden. De spaarzame bekende gevallen, zoals dat van Coleridge met Kubla Khan, worden opgesomd, besproken en getoetst aan eigen ervaring. Ik heb nu natuurlijk een sterke neiging om te zeggen dat ik Martin Reints' boek heb gedroomd; met bespreking en al. Slapend heb ik 't u gemeld. Om mij een kleine variatie te veroorloven op, als ik wel heb, Bilderdijk. Maar een dergelijke, wel erg solipsistische lectuur, ach nee, die zou toch niet mijn voorkeur hebben. Gedeelde lectuur, dat is voor iedereen het beste, ook al ben jij 's nachts de enige lezer geweest.

    • Nicolaas Matsier