Pronk is bij de Palestijnen op eigen terrein

Minister Pronk troeft bij herhaling zijn collega Van Mierlo af. Dat blijkt dezer dagen opnieuw nu Pronk tal van Palestijnen ontmoet.

JERUZALEM, 11 MAART. Wie minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) dezer dagen door Gaza en de Westelijke Jordaanoever ziet trekken, ontkomt niet aan de indruk dat hij niet alleen in Indonesië en Afrika, maar ook bij de Palestijnen zijn rivaal op Buitenlandse Zaken, Van Mierlo, ver achter zich heeft gelaten.

Pronk, die hier maandag aan een vierdaagse reis begon, bezoekt ministers en ambtenaren van de Palestijnse Autoriteit, non-gouvernementele organisaties en VN-kantoren. Veel gesprekken zijn follow-up-gesprekken, geen kennismakingen. Ze gaan over geld en politiek. Ook in Israel, meer en meer het terrein waarop Van Mierlo zich heeft teruggetrokken, heeft Pronk afspraken.

De scheidslijn tussen Pronks portefeuille, Ontwikkelingssamenwerking, en de politiek (het vredesproces), het terrein van Van Mierlo, zijn hier niet scherp te trekken. Alles is politiek. Daarbij staat Nederland in de top-tien van de grootste donorlanden van de Palestijnen. Politieke overwegingen spelen een rol bij de verdeling van het hulpgeld, daar valt niet aan te ontkomen. Elk gesprek dat Pronk dezer dagen met de Palestijnen voert, is een politieke daad. Is de grens nog te trekken?Nee, zei Pronk in een recent interview in het blad Internationale Samenwerking: 'wie betaalt, bepaalt'. Van Mierlo, naast hem, protesteerde.

Dat Pronk zich daar weinig van aantrekt, bleek gisteren. Toen stond er in Gaza heimelijk een ontmoeting met Yossi Beilin geboekt, voormalig Israelisch onderminister van Buitenlandse Zaken en stuwende kracht achter de Osloakkoorden. Maar het initiatief was uitgegaan van Beilin, en Pronk steunt vredesprojecten waarbij Beilin betrokken is. Ging hij buiten zijn boekje of niet?

Dat de bezette gebieden eens voor Pronk verboden terrein waren, is niet meer voor te stellen. In 1989 verbood minister Van den Broek (Buitenlandse Zaken) hem hierheen te reizen, omdat hij er niets te zoeken had. Er was immers nog geen hulpprogramma voor de Palestijnen. Pronk was zo boos dat hij weigerde zijn reisbudget nog langer beschikbaar te stellen aan BZ-ambtenaren die de Palestijnen wilden of moesten bezoeken.

Nu zijn de rollen omgedraaid. Vraag Palestijnen naar een Nederlandse minister, en zij noemen Pronk. Pronk heeft geld (0,8 procent van het bruto nationaal product, bijna driemaal zoveel als BZ). Dat blijkt - net als in Afrika - aantrekkelijker dan het feit dat Van Mierlo de grootste staf heeft op het ministerie, of een stem heeft in het Europese buitenlandse beleid dat grotendeels een papieren tijger blijft. Tijdens het bezoek van Van Mierlo en premier Kok aan Gaza, twee jaar geleden, was dat al duidelijk. Toen ze de eerste schep zand zouden verplaatsen op de plek waar eens de haven moet komen, was iedereen plotseling Van Mierlo vergeten. Voor hem was zijn gesprek in Orient House, het PLO-kantoor in Oost-Jeruzalem, een dappere daad. Voor de Palestijnen was het symbolisch, één in een (toen nog) lange serie van buitenlandse bezoeken aan het omstreden kantoor.

Tot 1994 onderhield de Nederlandse ambassade in Tel Aviv contact met de Palestijnen. Toen de Palestijnen autonomie kregen in Gaza en Jericho, werd er een aparte diplomatieke missie geopend - eerst in Jericho, nu in Ramallah. Dat Tel Aviv niet gelukkig was met dat 'terreinverlies', is geen geheim. Als het moet is er overleg tussen Tel Aviv en Ramallah, maar niet vaak. “Je hebt toch het gevoel dat je bij de vijand op bezoek gaat”, zegt een diplomaat. Diplomaten uit Ramallah wagen zich niet in Israel, althans niet in functie, om Tel Aviv niet in de gordijnen te jagen. Als iemand uit Tel Aviv op zijn vrije dag naar Gaza gaat, wil Ramallah weten of het echt privé was, wie hij gezien heeft en waarover ze het hebben gehad. Die rivaliteit, of politieke correctheid, lijkt sterk op die tussen Israeli's en Palestijnen zelf.

Alle Europese vertegenwoordigers in Israel en bij de Palestijnen klagen dat 'de andere kant', als ze al bijeenkomen om beleid te coördineren, de kaarten angstvallig voor de borst houdt. De vorige Amerikaanse consul in Jeruzalem en de ambassadeur in Tel Aviv begonnen te schelden als het gesprek op de ander kwam.

Ambtenaren in Den Haag krijgen een rapportage uit Tel Aviv en een uit Ramallah. Beide kantoren verslaan, behalve bilaterale zaken, hun kant van het vredesproces. Soms werpen die rapportages meer vragen op dan ze beantwoorden. “Nederland sponsort de bouw van een haven in Gaza”, zegt een diplomaat. “De onderhandelingen zitten al jaren muurvast. We horen het verhaal uit Israel en de versie van de Palestijnen. Maar inzicht in de grijze zone daartussen ontbreekt soms. Het zou goed zijn als één persoon beide kanten kon horen om de twee versies aan elkaar te breien.”

De rivaliteit tussen de twee ministers maakt de kans op zo'n coherent beeld er niet groter op. Pronk zag deze week het Palestijnse onderhandelingsteam over de haven. Als Pronk ook over de Israelische kant wil praten, komt hij terecht bij de directeur-generaal van het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken zelve. Zo'n bespreking kan Van Mierlo tegen de haren instrijken. Tel Aviv is steeds meer van hem naarmate Ramallah meer van Pronk is.

Bij de herijking op het ministerie, in 1995, nam Pronk de regiodirecties en een aantal themadirecties over. Van Mierlo erkent dat hij bij die ingreep terrein heeft verloren. Soms vecht hij terug, zoals toen Pronk de Bosnische Serviërs hulp toezegde of het Indonesische IMF-plan kapittelde. Hier doet hij dat niet. Een ambtenaar, die vindt dat Pronk de Palestijnen te veel naar zich toetrekt, zegt: “Ik moet toch toegeven dat Pronk zijn dossiers beter kent dan Van Mierlo. Pronk kent iedereen, hij weet waar hij het over heeft. In het vredesproces tellen details. Daar heeft Van Mierlo geen belangstelling voor.” Zolang Van Mierlo tijdens officiële bezoeken niet blijkt te weten dat een gevangen Palestijnse mensenrechtenactivist van wie de naam hem is ontschoten al drie weken eerder is vrijgelaten, is hij voor Pronk geen partij.

De ware problemen, voorspelt de ambtenaar, gaan pas spelen onder de opvolger van Van Mierlo. “Als dat iemand wordt die je om een boodschap kunt sturen, die dossiers bestudeert, moet Pronk bij de Palestijnen gaan oppassen.”