Omaanse olieminister: Opec moet direct ingrijpen

De gekelderde olieprijs betekent een ernstige crisis voor de olieproducerende landen, vooral als olie hun enige exportartikel is. “Opec moet snel ingrijpen”, zegt de Omaanse minister Mohammed al-Romhi. “Men moet nu leiderschap tonen.”

DEN HAAG, 11 MAART. “Elke dollar die van de olieprijs afgaat kost ons op jaarbasis 100 miljoen rial (535 miljoen gulden). Voor een land als Oman dat voor meer dan 95 procent van zijn exportinkomsten afhankelijk is van ruwe olie is de hardnekkige prijsdaling heel ernstig”, aldus dr. Mohammed bin Hamad bin Saif al-Romhi (41). Sinds november vorig jaar is hij minister voor oliezaken van het sultanaat Oman in het uiterste zuiden van het Arabisch schiereiland.

Sultan Qaboos koos deze in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten opgeleide olie-ingenieur en econoom uit zijn reservoir van jong talent om het belangrijkste ministerie te gaan leiden, maar het zit hem tot nu toe niet mee.

Op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag waar hij overleg voert met de top van het olieconcern, toont Al-Romhi zich zeer bezorgd over de olieprijs. Begin deze week daalde de prijs van de toonaangevende Noordzee-olie Brent op de termijnmarkt in Londen zelfs tot een fractie beneden de 13 dollar per vat (159 liter). “De waarde die wij voor onze ruwe olie uit Oman ontvangen is nog anderhalve dollar lager”, aldus de minister. “We hebben onlangs onze hele begroting herzien. Aan de inkomstenkant hebben we de gemiddelde opbrengst per vat verlaagd van 15 tot 13,50 dollar. Dat betekent al een enorme bezuiniging op de overheidsuitgaven. Maar ik vrees dat we 13,50 dollar niets eens halen en dat we binnenkort nog een bijstelling en een tweede bezuinigingsronde moeten doorvoeren.”

Vooral kleine productielanden als Oman, Gabon en Ecuador die vrijwel niets anders dan olie exporteren, zijn kwetsbaar als de prijs voor hun product op de wereldmarkt keldert, want ze kunnen er niets tegen ondernemen. De grote olie-exporteurs zoals Saoedi-Arabië, Noorwegen, Iran, Koeweit, Venezuela en de Verenigde Arabische Emiraten maken de dienst uit: zij bepalen het aanbod en daarmee vaak de prijs.

In november besloten de elf lidstaten van Opec, de Organisatie van olie-exporterende landen, op voorstel van Saoedi-Arabië hun gemeenschappelijk productieplafond met 10 procent te verhogen, tot 27,5 miljoen vaten per dag. Maar intussen brengt Opec bijna een miljoen vaten extra op de markt, omdat Venezuela, Nigeria, Qatar en de Emiraten zich niet aan hun quota houden.

“Naar onze berekeningen is er nu een overschot van 3 miljoen vaten olie op de wereldmarkt, dus is er een forse ingreep nodig”, zegt Al-Romhi. “Want behalve dit overschot zit er nog een grote hoeveelheid extra olie uit Irak aan te komen zodra de Verenigde Naties en de regering in Bagdad het eens zijn over de 'olie-voor voedsel-overeenkomst'. Het voorstel dat deze week in New York wordt besproken, gaat uit van een verdubbeling van het maximumbedrag dat Irak aan olie mag exporteren tot 5,2 miljard dollar elke zes maanden. Je kunt wel nagaan wat dat bij een lage olieprijs betekent.”

Tot maandag schatte de Omaanse minister de kansen op een snel herstel van de oliemarkt nog gunstig in, maar toen verklaarde zijn collega van Saoedi-Arabië - het machtigste olieland - niet bereid te zijn tot enige productievermindering zolang Venezuela, Nigeria en Qatar niet eerst hun overproductie beëindigen. “Dat betekent een crisis op de oliemarkt en een conflict binnen Opec. Ik ben nog wel optimistisch dat de Opec-ministers volgende week tijdens hun vergadering in Wenen tot een oplossing komen, dat de realiteit zal worden ingezien. Ze moeten nu leiderschap tonen, want ik ben ervan overtuigd dat geen enkel exportland dit lang kan volhouden. We verliezen allemaal zwaar in deze situatie. Het belangrijkste streven van Opec is altijd een stabiele markt geweest, met stabiele en redelijke prijzen voor zowel exporteurs als afnemers en dat kunnen ze nu opnieuw waarmaken.”

Oman is geen lid van de Opec, maar Al-Romhi denkt wel dat zijn land zal meedoen aan een collectieve vermindering van de olieproductie om de prijs te normaliseren. “Ik hoop dat belangrijke niet-Opec-landen zoals Noorwegen en Rusland ook zullen helpen, als Opec het initiatief neemt. Als het in ons belang is zal mijn regering het zeker steunen. Een extra reden voor matiging van de productie is dat er binnen niet al te lange tijd een flinke olieproductie uit de Kaspische Zee-regio gaat komen.”