Italië wil eindelijk 'slechte' ambtenaren ontslaan

Bij Italiaanse overheidsdiensten en -bedrijven kon nooit iemand worden ontslagen. Zelfs lanterfanters en bedriegers hadden weinig te vrezen. Sinds kort tekent zich in Italië, op weg naar de Economische en Monetaire Unie, voorzichtig een cultuuromslag af.

ROME, 11 MAART. Een man uit Sassari, op Sardinië, was al wekenlang niet op zijn werk gekomen zonder iets van zich te laten horen. Zijn werkgever wilde hem ontslaan, maar de man vocht dat aan met het argument dat hij voortdurend dronken was en daardoor niet kon bellen of schrijven en niet meer wist wat hij deed. De rechter gaf hem gelijk: wie dronken is, is niet meer verantwoordelijk.

Het is een extreem voorbeeld van de sterke rechtspositie die veel Italianen in loondienst hebben. De werkgevers waarschuwen voortdurend dat Italiaanse bedrijven in een rigide arbeidsmarkt moeten werken en dat daardoor de concurrentiepositie op de gemeenschappelijke Europese markt in gevaar komt. Maar zij vechten tegen een cultuur waarin er een taboe rust op ontslaan: vandaag wordt een spoorwegstaking gehouden uit protest tegen het voornemen om drie mensen te ontslaan.

Als een ontslag juridisch wordt aangevochten, kiest de rechter vaak de kant van de werknemer. Soms is dat uit bescherming, want het sociale vangnet voor werklozen vertoont enorme gaten en ontbreekt vaak helemaal. Maar deze bescherming heeft behalve een arbeidsrechtelijk en sociaal-economisch aspect ook een cultureel-filosofische achtergrond. Italianen denken niet in termen van schuld en boete. In deze van katholicisme doortrokken samenleving gaat het eerder om berouw en vergiffenis.

Daarom is er enorm tumult uitgebroken toen de spoorwegen een ontslagbrief stuurden naar drie werknemers die grove fouten hadden gemaakt en daardoor een ongeluk hadden veroorzaakt. Justitie overweegt strafrechtelijke vervolging, maar de directie van de spoorwegen wilde daar niet op wachten. Eind vorige maand gingen de ontslagbrieven de deur uit, met als toelichting in de pers: wie zich vergist, betaalt de prijs daarvoor. De vakbonden denken daar anders over. Een aantal spoorwegbonden is vandaag uit protest in staking gegaan. De drie grote vakfederaties waren van plan om vrijdag een algemene proteststaking te houden, maar hebben die actie opgeschort, nadat ontslag van twee van de drie maandag is bevroren.

Het belangrijkste bezwaar van de bonden is niet dat de drie geen schuld hebben, maar dat anderen ook schuld hebben. Bijna iedere dag gebeuren er ongelukken - maandag vloog nog een locomotief in brand. Het merendeel van deze incidenten is te wijten aan gebrekkig onderhoud, verouderd materiaal, slechte beveiliging. We moeten werken in een bedrijf dat slecht functioneert, protesteren de spoorwegwerknemers. Logisch dat er dan fouten worden gemaakt.

Bovendien hanteert de top van de spoorwegen, een staatsbedrijf, voor zichzelf andere normen. Een aantal topmanagers heeft bepalingen in zijn contract die ontslag feitelijk onmogelijk maken. En dat terwijl het bedrijf op veel niveaus lijdt onder inefficiëntie, wanbeleid en corruptie. De justitie is deze maand een nieuw onderzoek begonnen naar smeergeld rondom de contracten voor een hoge-snelheidstrein. Ook vorig jaar, vijf jaar nadat het grote corruptie-onderzoek Schone Handen begon, zouden nog steekpenningen zijn betaald.

Als iedereen schuldig is, is niemand schuldig, was min of meer het argument van de bonden. Premier Romano Prodi probeert dat om te draaien. Hij onderstreept dat de spoorwegen het recht hebben mensen te ontslaan als ze grote fouten hebben gemaakt, en voegt daaraan toe dat ook mensen aan de top weg moeten als ze niet functioneren. Prodi heeft recht van spreken, want het kabinet heeft vorige maand de president van de spoorwegen en een aantal leden van de raad van bestuur uit hun functie gezet.

Maar de drie grote vakfederaties lieten hun spierballen zien. In het nauw gedreven hebben de spoorwegen nu beloofd dat ze zullen nadenken over het ontslag van in ieder geval twee van de drie. Maar ondanks deze halve stap terug is er de afgelopen twee weken voor het eerst openlijk gediscussieerd over een onderwerp dat lang taboe is geweest: de duizenden mensen in overheidsdienst die niet goed functioneren.

Jarenlang hebben de vakbonden iedereen onder een beschermende paraplu gehouden. Ook lanterfanters, incompetenten en bedriegers mochten niet worden ontslagen. Ook de mensen die zonder geldige reden wegbleven, of klokten en dan boodschappen gingen doen, wisten dat niemand hen iets kon maken.

Met name de spoorwegen en de posterijen kampen met dit probleem. Deze twee staatsbedrijven, ieder met tienduizenden werknemers, zijn de afgelopen decennia gebruikt door politici om vrienden onder te brengen, op alle niveaus. Het personeel is vaak op de verkeerde manier geselecteerd. In combinatie met de juridische garanties tegen ontslag heeft dit de bedrijfscultuur grondig verziekt.

Andere staatsbedrijven, zoals de publieke omroep Rai, worstelen hier ook mee. Bedrijven als de luchtvaartmaatschappij Alitalia en het telefoonbedrijf Telecom, beide al gedeeltelijk geprivatiseerd, zijn een paar jaar geleden begonnen aan het moeizame proces van een verandering van de bedrijfscultuur. Topambtenaren die in het kielzog van het centrum-linkse kabinet aan de macht zijn gekomen, breken zich het hoofd over de vraag hoe ze hun ambtenaren in hemelsnaam in beweging krijgen.

De rampzalige situatie waarin de spoorwegen nu verkeren, is wel vergeleken met die bij Fiat aan het einde van de jaren zeventig. Een lange reeks stakingen en protestacties had de autofabrikant in een diepe crisis gebracht. Aangemoedigd door de top heeft een deel van het middenkader toen in 1980 de beroemde 'mars van de veertigduizend' georganiseerd. Die veertigduizend werknemers van Fiat vroegen modernisering, en keerden zich tegen de vastgeroeste situatie die was ontstaan door oneigenlijk gebruik van vakbondsrechten. Het was een keerpunt, niet alleen voor Fiat, maar voor de hele particuliere sector in Italië. Nu is de publieke sector met horten en stoten begonnen aan een vergelijkbare cultuuromslag.