Innemende Bretonse road movie van Manuel Poirier; Een wedstrijdje in charme

Western. Regie: Manuel Poirier. Met: Sergi Lopez, Sacha Bourdo, Elisabeth Vitali, Marie Matheron, Basile Siekoua. In: De Uitkijk en Rialto, Amsterdam; Lantaren/ Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; 't Hoogt, Utrecht; Cinemariënburg, Nijmegen; Filmhuis, Arnhem.

'Een Bretonse road movie' is het makkelijke etiket waarmee in één klap de misleidende titel van Western geduid kan worden. De in Cannes met de juryprijs bekroonde vierde lange speelfilm van Manuel Poirier, een in Normandië wonende Peruaan, gaat dus niet over cowboys en indianen, maar wel over open landschappen aan de meest westelijke grens van een machtige beschaving, waar andere wetten gelden dan in de stad. Het is ook een in Cinemascope gedraaide film over outlaws en settlers, over ontworteling en het zoeken naar een plek om je te vestigen, en vooral ook over de vriendschap tussen twee mannen.

Aan het begin van de film neemt Paco (Sergi Lopez), een Catalaanse handelsreiziger in schoenen, een liftster mee, althans, dat denkt hij. Ze stapt niet in, maar dringt de automobilist een Russische vagebond op, de levenskunstenaar Nino (Sacha Bourdo). Even later is Paco zijn auto kwijt, en een paar verwikkelingen verder trekt hij samen met zijn nieuwe metgezel, werkloos en berooid, wandelend, liftend en soms zelfs op hun handen lopend door een bizar landschap, waar het altijd waait en heel vaak regent.

De wereld van Poirier, van wie vorig jaar in Nederland het eveneens erg aardige Marion werd vertoond, wordt bevolkt door innemende, vriendelijke en open mensen: geen beroepsacteurs en al zeker geen sterren, en van het soort dat je in Frankrijk buiten Parijs gemakkelijk ontmoet, maar zelden in een Franse film. Wat de film zo interessant maakt, is de spannende relatie tussen werkelijkheid en stilering. Zoals het een echte road movie betaamt, kent Western geen traditionele dramatische spanningsboog, maar vloeien de gebeurtenissen logisch en vanzelfsprekend uit elkaar voort. Geen van de ontmoetingen en kleine anekdotes is voor de hand liggend, of zelfs waarschijnlijk, maar de bizarre loop der dingen is nooit ongeloofwaardig. De vormgeving is daarentegen in filmische zin verre van realistisch: Poirier, die Bresson, Cavalier en Pialat als zijn voorbeelden beschouwt, houdt van camera-instellingen met een lange adem en een brede blik, een soort van kijkdozen, waarin tot in de verste hoeken van het beeld van alles gebeurt, maar soms ook weer alleen maar een lange, geïmproviseerde dialoog gevoerd wordt.

Eenvoud is de kracht van dit soort filmmaken: schitterend is bij voorbeeld het spelletje dat de Rus, de Catalaan en een toevallig ontmoete Afrikaan in een rolstoel op een winderig terras spelen. Het heet 'Bonjour la France' en de regels zijn simpel. Elk aan een apart tafeltje gezeten groeten ze om beurten een willekeurige voorbijganger. Als een man teruggroet is dat een punt, een vrouw of meisje levert twee punten op.

Het testen van de eigen charme is een thema dat de beide hoofdpersonen van Western nogal bezighoudt. Gelukkig voor hen blijkt het wilde westen van Frankrijk bevolkt te worden door hordes alleenstaande vrouwen, die niets liever willen dan gecharmeerd te worden. De mannen eten eens bij de een en slapen dan weer bij de ander, en houden scherp in de gaten wie van beiden het meeste succes heeft. Ze streven hardnekkig naar geluk en belanden uiteindelijk in de slotscène aan een grote eettafel, in het gezelschap van een alleenstaande vrouw met een half dozijn kinderen van even zo vele vaders, passanten als zij.

Zo Poirier al iets lijkt te willen beweren in Western, dan is dat een loflied op de pluriforme, multiculturele samenleving, zonder verstikkende regeltjes en conventies. Niet alleen de beide helden zijn buitenlanders, met een voor Fransen opvallende en grappig accent, maar de hele maatschappij bestaat uit moderne eenlingen, op zoek naar iets of iemand om bij te horen. In de eindcredits hebben alle acteurs en medewerkers een of meer vlaggetjes achter hun naam, om aan te geven uit welke cultuur of regio ze afkomstig zijn. Gezamenlijk maakten ze een herkenbare, bemoedigende en warme film over het avontuur van het geseculariseerde en geïndividualiseerde bestaan, waarin nieuwsgierigheid en ontvankelijkheid het hoogste goed vormen. Voor wie zich met die opvatting verwant voelt, is Western een zeer aangename belevenis.