Hoge eis tegen 2 'bendeleden'

ROTTERDAM, 11 MAART. Het openbaar ministerie heeft gisteren voor het gerechtshof in Den Haag gevangenisstraffen van respectievelijk twintig en twaalf jaar geëist tegen twee leden van de vermeende bende van Leerdam.

Twaalf van de dertien verdachte leden van de bende, voornamelijk van Molukse afkomst, staan deze maand terecht voor een groot aantal gewapende overvallen op casino's, particulieren, supermarkten en een bank. Bij die overvallen zijn een hasjhandelaar uit Dordrecht en een juwelier uit Gorinchem gedood.

Tegen de 24-jarige C.T. werd gisteren twintig jaar geëist. De rechtbank in Dordrecht veroordeelde T. eerder tot veertien jaar celstraf. Het openbaar ministerie oordeelt dat T. is betrokken bij het doden van de hasjhandelaar. Volgens de raadsvrouw van T. kan hem hooguit medeplichtigheid ten laste worden gelegd, omdat T. de twee anderen uit het oog zou zijn verloren toen de fatale ripdeal plaats had.

De 22-jarige J.L. hoorde twaalf jaar tegen zich eisen, dezelfde straf die hij van de rechtbank in Dordrecht had gekregen. Procureur-generaal mr. A. van der Schans achtte vier gewapende overvallen en een brandstichting bewezen.

De advocaat van L., mr. J. Coumans, bestreed dit niet, maar vroeg begrip voor de Molukse achtergrond van zijn cliënt. Als L. niet in deze groep had meegedaan was hij volgens Coumans in een sociaal isolement beland. Volgens hem leven Molukse jongeren in twee werelden.

L. benadrukte dat de buit van de overvallen niet naar de niet erkende Republik Maluku Selatan (RMS) is gegaan. Hij zei puur uit geldzucht te hebben gehandeld.

Het hof zal in beide zaken uitspraak doen op 14 april.