'Herijking van buitenlands beleid moet krachtiger'

DEN HAAG, 11 MAART. De twee jaar geleden begonnen herijking van het buitenlands beleid kan alleen slagen als de ambtelijke leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken daadkrachtiger optreedt. De coördinerende rol van Buitenlandse Zaken bij de beoogde departementale beleidsintegratie kan niet alleen maar een formele bevoegdheid zijn, maar dient te berusten op een meerwaarde aan toegevoegde kennis en efficiency.

Tot deze conclusie komt het adviesbureau KPMG na een onderzoek over de beide laatste maanden van 1997, waarvoor het bureau ruim zestig bij de herijking betrokken ambtenaren heeft geïnterviewd.

De harde, organisatorische kern van wat wel de grootste operatie in de naoorlogse geschiedenis van Buitenlandse Zaken wordt genoemd, is afgerond. Maar na het ineenschuiven van directies en afdelingen van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken, en na de vorming van een nieuw geïntegreerd directoraat-generaal voor het zogenoemde regiobeleid (DGRB), stagneert in het ambtelijk apparaat nog steeds de noodzakelijke “cultuuromslag”, aldus de onderzoekers. Er is meer “inspirerend leiderschap” van de ambtelijke top (de secretaris-generaal en de vier directeuren-generaal) nodig om “de vaart erin te houden”.

“Veel medewerkers hebben de indruk dat de departementsleiding na de formele reorganisatie de belangstelling voor het proces enigszins heeft verloren”, schrijft KPMG in een rapport dat het ministerie gisteren, samen met een zogeheten 'management letter' van secretaris-generaal D.J. van den Berg, heeft gepubliceerd. In die managementbrief aan de medewerkers van zijn ministerie onderschrijft Van den Berg de kritiek van het adviesbureau volledig. “Achteraf bezien heeft de grote dagelijkse vloed van actualiteiten de strijd om de aandacht gewonnen”, schrijft hij. Hij doelt daarbij onder meer op het Nederlandse voorzitterschap in de Europese Unie, in de eerste helft van 1997, en op “de voorbereiding daarop en het nadruppelen ervan”.

Pagina 2: Buitenlandse Zaken 'sterk hiërarchisch'

KMPG stelt dat de herijking nog te veel als een project in plaats van als een proces wordt gezien. De vroegere landenbureaus van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking zijn bij de herijking in elkaar geschoven. Met een aantal zogenoemde themadirecties (bijvoorbeeld een voor mensenrechten) moeten zij vooroplopen bij de beleidsontwikkeling.

Maar door gebrek aan geld, onduidelijke competentieverhoudingen alsook door kwalitatief onvoldoende personeel is het directoraat-generaal voor het regiobeleid nu nog te veel “een doorgeefluik” dat de ambassades te weinig steun geeft. De cultuur van het ministerie van Buitenlandse Zaken is volgens het adviesbureau “introvert, sterk hiërarchisch”. Men denkt er te veel “van binnen naar buiten”. Dat moet gaan veranderen in “meer teamwork”, in een grotere bereidheid om initiatief en risico te nemen en horizontaal te communiceren ten behoeve van een duidelijker “integraal management”.

De ambtelijke leiding dient daarbij een “voorbeeldrol” te spelen, aldus het KPMG-advies.