Echte en onechte aquarellen van Jawlensky

Tentoonstelling: Jawlensky; Die verschollen Aquarelle - Das Auge ist der Richter. T/m 22/3 in Museum Folkwang, Goethestrasse 41, Essen. Di-zo 10-18 uur (do tot 21 uur) Catalogus: 45,- DM.

Het Museum Folkwang in Essen toont ongeveer 150 werken, waaronder enkele topstukken uit Duitse musea, van de Russische schilder Alexej von Jawlensky (Kuslovo 1864 - Wiesbaden 1941). De samenstellers van de tentoonstelling Jawlensky; Die verschollen Aquarelle waren volkomen zeker van hun zaak. Maar vlak na de opening bleek op een symposium dat 110 van Jawlensky's aquarellen, waarvan er zo'n twintig op de tentoonstelling hangen, vals zijn.

De vervalsingen, geleverd door Galerie Valentin in Stuttgart, zijn afkomstig uit een partij van ongeveer zeshonderd bladen en enkele schetsboeken uit de periode 1907-'17. Ze verschenen vanaf de beginjaren negentig op de Duitse kunstmarkt. Enkele bladen waren ook in 1994 te zien op de Jawlensky-tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Ook bij het Jawlensky-Archiv in het Zwitserse Locarno, dat zowel grafologisch als materiaalonderzoek liet verrichten, bestond er geen enkele twijfel. Het nam de werken op in het vierde en laatste deel van een oeuvrecatalogus.

Deskundige Michael Bockemühl, professor aan een privé-universiteit in Witte/Herdecke, durfde zijn handen ervoor in het vuur te steken. “Mochten ze toch vals blijken te zijn dan gaat het hier wel om bijzonder knappe vervalsingen”, aldus Bockemühl onlangs in een interview in het Duitse kunsttijdschrift Art. De critici zouden hun oordeel al klaar hebben zonder de opgedoken werken te hebben gezien. “Men mompelt al gauw iets over de vervalsingswerkplaatsen van de KGB, maar niemand weet er het fijne van”, zei Bockemühl.

De Russische schilder Alexej von Jawlensky, zo ging althans het verhaal, zou de werken op papier, die vóór het symposium nog een marktwaarde tussen de 40. en 100.000 mark per stuk hadden, vanuit München in het revolutiejaar 1917/18 hebben verstuurd naar zijn broer in St. Petersburg om zo de aandacht van de Russische kunstwereld te trekken. Op de tentoonstelling, waar het overgrote deel van de werken overigens hinderlijk scheef hangt, zowel echte als valse, zijn nu de onderschriften bij de vervalsingen voorzien van twee stempeltjes: 'Jawlensky?' en 'für falsch erklärt'. Aardiger zou het zijn geweest als de valse onder de catalogusnummers op een apart vel ter beschikking gesteld waren zodat het publiek zelf zijn onderscheidingsvermogen kan testen.

Zou je, ook als leek, een echte van een valse kunnen onderscheiden? Waarschijnlijk wel. De vervalsingen hebben iets slaps vergeleken met de echte Jawlensky-doeken met hetzelfde thema. Dat geldt zowel voor de portretten, de landschappen als de bloemstukken, die veelal op de rand van abstractie en figuratie balanceren.

Jawlensky schilderde zijn 'muziek voor het oog' in series. Hij probeerde de werkelijkheid, die als het ware achter de dingen verborgen was, in beeld te brengen. De voorstellingen moesten daarom ontdaan worden van hun materialiteit. Daartoe gebruikte hij afwijkende felle kleuren. Juist die keuze van en dat spel met kleuren - Jawlensky speelde tegengestelde kleuren van de kleurencirkel tegen elkaar uit - heeft de vervalser niet doorgehad. Hij maakte gebruik van kleuren die het naast elkaar goed doen.

Dat de vervalsingen zo'n krachteloze indruk maken lijkt welhaast onvermijdelijk. Zou de vervalser met dezelfde vaart en intensiteit hebben gewerkt als de schilder van de originele werken, dan zou zijn eigen handschrift zijn ontstaan en zou het verschil nog veel groter zijn geworden.

Enkele vroege tekeningen op de tentoonstelling laten zien dat Jawlensky, die een leerling was van de naturalist Repin, aanvankelijk heel degelijk en academisch te werk ging. Een vergelijkbaar studieuze houding vinden we terug in zijn oeuvre van na 1910. Hij heeft daarin zijn eigen weg gevonden, gebaseerd op theosofische en antroposofische ideeën. Geestverwanten trof hij bij Der Blaue Reiter, al werd hij niet door Kandinsky en Marc uitgenodigd om zich bij die beweging aan te sluiten.

Een prettige bijkomstigheid van een tentoonstelling met vervalsingen is dat je veel oplettender gaat kijken. Voortdurend loop je als een inspecteur Colombo heen en weer om je bevindingen te toetsen. Elke vlek, toets en elk lijntje wordt op een weegschaal gelegd. Het is prijzenswaardig dat het museum de vervalsingen niet heeft verwijderd. Jawlensky, die in 1937 vanuit zijn rolstoel - hij leed aan een spierziekte - zijn eigen werk zag hangen op de tentoonstelling Entartete Kunst in München, is dankzij de vervalsingen alleen nog maar een grotere ster geworden.