Duitse echo in Nederlandse weekstaat

AMSTERDAM, 11 MAART. De tarieven op de geldmarkt vertoonden ook deze week geen beweging. Sinds half januari staat het toonaangevende geldmarkttarief, de 3-maands AIBOR, vrijwel onafgebroken op 3,45 procent. Alleen in de 12-maands AIBOR, het langste tarief op de geldmarkt, is in die periode enige beweging waar te nemen, vooral door veranderingen in de kapitaalmarktrente. De mutaties zijn echter over de gehele linie minimaal.

Zelfs de daggeldrente kon deze week, na het rumoerige einde van de kasreserveperiode in de vorige verslagweek, geen rimpeling teweegbrengen. Verder lieten de overige tarieven zich weinig gelegen liggen aan de opmerkingen van Bundesbank-bestuurder Kuehbacher, die liet weten geen reden te zien om de Duitse rente in de aanloop naar de EMU nog te verhogen, eerder het tegendeel.

Wel echoode Kuehbachers uitlatingen enigszins na in de weekstaat. Mede door zijn opmerking steeg de koers van de dollar met twee cent, waardoor de post 'waarderingsverschillen goud en deviezen' met 175 miljoen gulden toenam. Bij wisselkoersmutaties is de evenknie hiervan de post 'vorderingen en waardepapieren buitelandse geldsoorten'. Deze nam echter af met 295 miljoen gulden. De reden daarachter is dat de Nederlandse Staat in de verslagweek ten laste van deze post een aanbetaling in vreemde valuta heeft gedaan aan een of meer EU-lidstaten en/of instellingen. Deze betaling zal ruim 400 miljoen gulden hebben bedraagd. Hiertegenover stond een verruimende werking van een terugstroom van bankbiljetten via het bankwezen. Het overgrote deel hiervan zal door carnavalsvierders zijn gebruikt.

Bovenstaande mutaties hebben geleid tot een afname van de kasreserverekening met circa 350 miljoen gulden. Dit is ook niet ongebruikelijk na het begin van een nieuwe kasreserveperiode. Deze start gaat vaak gepaard met een genereuze speciale belening waardoor banken overreserves kunnen opbouwen. Deze week is daar weer een deel van afgebouwd.

In de komende week zal de Staat weer een deel terugkopen van de 5-jarige staatslening (6,25 procent) die loopt tot 15 juli aanstaande. Eerder kocht de Staat al 3,3 miljard en 1,9 miljard gulden terug van deze lening, waarvan nu nog 15,7 miljard gulden uitstaat. Met deze terugkopen wil de Staat voorkomen dat op 15 juli aanstaande het volledige bedrag (21 miljard gulden) ineens zou moeten worden afgelost. Deze forse aflossingsverplichting zou verstoringen met zich mee kunnen brengen op de geldmarkt.

Bron: ING Economisch Bureau