Denen kiezen tussen gemoedelijk en flamboyant

De Denen kiezen vandaag vervroegd een nieuw parlement en het ziet er naar uit dat de zittende premier Rasmussen een rekenfout heeft gemaakt.

ROTTERDAM, 11 MAART. De Deense premier Poul Nyrup Rasmussen heeft zichzelf mogelijk rijker gerekend dan hij in werkelijkheid is. Als de opiniepeilingen gelijk krijgen, verspeelt de regeringscoalitie vandaag het krediet van de kiezers en belanden zijn Sociaaldemocraten en de radicaal-liberale partner in de oppositie. Rasmussens rivaal, Uffe Ellemann-Jensen van de rechts-liberale partij Venstre, lijkt met een paar kleine middenpartijen een nipte meerderheid te behalen in de Folketing, het Deense parlement - net iets meer dan 90 van de 179 zetels.

Daar zag het niet naar uit toen Rasmussen drie weken geleden geheel onverwachts vervroegde verkiezingen uitschreef. Er was voor hem weinig reden om aan de kiezersgunst te twijfelen. De economie groeit gestaag, de inflatie is met ongeveer 2 procent bescheiden, de werkloosheid is de afgelopen vijf jaar van 12,4 naar 7,4 procent gedaald en sinds kort laat de staatsbegroting zelfs een klein overschot zien. “Waarom zouden we risico's nemen? Laten we doorgaan op de stabiele koers waarop we nu zitten”, zei Rasmussen gisteren nog maar eens.

Maar wat op het oog een voordeel voor hem leek, dreigt zich uiteindelijk tegen hem te keren. Want bij gebrek aan harde thema's heeft de verkiezingsstrijd zich de afgelopen weken vooral vertaald in een persoonlijke strijd tussen Rasmussen en Ellemann-Jensen, de twee enige kandidaten voor het premierschap. En in die strijd delft de gemoedelijke, maar een tikje saaie en als 'mijnheer consensus' bekendstaande Rasmussen het onderspit - ook al zal zijn partij wel de grootste van het land blijven. Ellemann-Jensen, voor de meeste Denen gewoon 'Uffe', is een flamboyante en charismatische oud-minister van Buitenlandse Zaken, die met zijn onverwachte uitspraken in de Deense media regelmatig de titel 'man van het jaar' en 'gek van het jaar' heeft veroverd - beide evenzeer koesterend.

Over de belangrijkste onderwerpen konden de opponenten elkaar moeilijk in de haren vliegen omdat ze het in grote lijnen eens zijn. Over Europa bijvoorbeeld. Beiden vinden dat Denemarken volwaardig moet meedoen en beiden hopen dat de Denen in een referendum op 28 mei het Verdrag van Amsterdam goedkeuren. Dat Rasmussen blij is met de zogeheten 'opt-outs' voor Denemarken (die het land de mogelijkheid bieden om niet mee te doen aan bij voorbeeld een gezamenlijk defensiebeleid en de muntunie) heeft vooral te maken met de hardnekkige anti-Europeanen in zijn achterban.

Ellemann-Jensen wil af van de Deense uitzonderingspositie binnen Europa. Maar uit angst om zich aan dit al te gevoelige thema te branden heeft hij daar de afgelopen weken nauwelijks over gesproken. Pas deze week, aan het eind van de campagne, liet hij zich even gaan. “We zullen ons aan de EMU-criteria houden”, zei Ellemann-Jensen. “zelfs nog stricter dan de landen die straks in de eerste ronde deelnemen”. Voor Rasmussen was dat aanleiding om direct zijn terughoudendheid te etaleren. “We zullen geen onzekerheid over onze uitzonderingspositie dulden”, aldus Rasmussen. “De 'opt-outs' zijn van het Deense volk. Zij en alleen zij beslissen over hun toekomst.” Maar ook hij deed er verder het zwijgen toe.

Analisten van de Deense politiek wijzen er op dat de kans op een 'ja' voor het Verdrag van Amsterdam op 28 mei groter is met Rasmussen als premier. Al was het alleen maar omdat hij dan zijn eigen Eurosceptici beter in toom kan houden. Overigens wijzen opiniepeilingen uit dat op dit moment 45 procent voor 'Amsterdam' zou stemmen, tegen 31 procent tegenstemmers. De rest twijfelt nog.

In plaats van over Europa, kibbelden de partijen de afgelopen weken vooral in abstracto over het behoud van de welvaartsstaat, verbetering van onderwijs en gezondheidszorg en over het verkleinen van de wachtlijsten voor ziekenhuisopname. De ene partij legt wat meer accent op het verlagen van de belastingdruk, de andere op het verminderen van de werkloosheid.

De Denen bleken echter amper geïnteresseerd. Het enige onderwerp dat tot de verbeelding sprak was de immigratiepolitiek, voor 43 procent van de Denen was dit bij de verkiezingen van vandaag het belangrijkste thema (bij de verkiezingen van 1994 was dat nog maar 16 procent). Dat is mede te danken aan de zogeheten 'pianisten', aanhangers van Pia Kjaersgaard van de Deense Volkspartij. Bij lokale verkiezingen een paar maanden geleden haalde deze nieuwe partij bijna 7 procent van de stemmen. “We willen werken voor de Denen, buitenlanders komen op de tweede plaats”, aldus Kjaersgaard. “We zijn tegen een multi-etnische samenleving.” Kjaersgaard zegt niet tegen het opnemen van politieke vluchtelingen te zijn, maar ze wil niet dat ze toestemming krijgen om in de Deense samenleving te integreren uit angst dat ze nooit meer zullen vertrekken.

Volgens Jan Hjarnoe, hoofd van het Centrum voor Migratie en Etnische Studies, creëren sommige politici een mythe over de kosten van het opnemen van vluchtelingen. “Maar er is onder Denen eerder sprake van xenofobie van dan echt racisme”, aldus Hjarnoe. Uit een enquête blijkt dat slechts de helft van degenen die immigratie als het belangrijkste verkiezingsthema beschouwden, de grenzen willen sluiten. De rest vindt dat Denemarken juist gastvrij moet zijn tegenover vluchtelingen.

In Denemarken, met een bevolking van 5,3 miljoen mensen, wonen slechts 180.000 buitenlanders (3,3 procent) die niet uit de EU, Noorwegen of de VS komen. Toch besloot de regering Rasmussen eerder dit jaar de immigratiewetgeving strenger te maken. Ellemann-Jensen pleitte onlangs voor strengere grenscontroles en voor het eerder terugsturen van vluchtelingen naar het land van oorsprong.

Het is wel de vraag of Ellemann-Jensen straks, mocht hij premier worden, die harde taal kan handhaven. Zijn regering zal zeker afhankelijk zijn van kleine partijen. Vooral de Centrum Democraten, in het verleden een van de peilers van de sociaal-democratische regering maar intussen overgelopen naar het rechtse kamp, zijn fel tegen het aanscherpen van het immigratiebeleid. Groot zal de partij niet worden, maar in de Deense verhoudingen kunnen een paar zetels de doorslag geven.

    • Paul Luttikhuis