Deelname euro roept in Ierland vooral vragen op

Hartstochtelijke debatten over de EMU zijn in Ierland niet gevoerd. Want, zeiden de politici, wij zijn maar een klein en arm land. Tot verbazing van Frank Barry zeggen diezelfde politici nu dat meedoen met de euro zo goed is voor het zelfvertrouwen van het land van James Joyce. Maar hun argumenten roepen twijfels op.

In het begin van de jaren tachtig scoorde de groep Boomtown Rats een hit met de song Banana Republic. Ik heb Bob Geldof onlangs horen zeggen dat die kwalificatie volgens hem voor Ierland nu niet meer gold.

Wanneer je dezer dagen in de kranten leest over de schelmenstreken van de politiek en onze bizarre wetgeving - over bijvoorbeeld de Ansbacher-rekeningen en het planologisch gesjoemel - zou je kunnen denken dat Geldof niet bij de les is. De politieke klasse gaat nog altijd haar heimelijke gang, ver buiten het zicht van pottenkijkers.

Door te weigeren het debat over de EMU aan te gaan, verschaft het politieke establishment ons opnieuw een voorbeeld van zijn antidemocratische arrogantie. Natuurlijk heeft The Irish Times gelijk als ze stelt, in een recent hoofdartikel, dat de discussie te belangrijk is om aan economen te worden overgelaten. Maar wie anders voert die discussie dan?

Zeker niet de politici. Zij houden ons voor dat de discussie had moeten worden gevoerd ten tijde van het referendum over het Verdrag van Maastricht. Maar voorzover ik me herinner, zeiden de politici toen alleen dat wij ons als klein, arm land niet konden veroorloven de gevestigde machten in Brussel tot de orde te roepen.

En nu zeggen diezelfde mensen dat we gehoorzaam ook alle volgende sprongen in het euro-duister moeten wagen, omdat dat goed zou zijn voor ons zelfvertrouwen als natie. Op de vraag wat voor ons de voordelen van de EMU zijn als de Britten niet meedoen, wijzen politici op het van regeringswege betaalde onderzoek uit 1996 van het Economic and Social Research Institute (ESRI), waarvan de conclusie luidt dat zelfs onder die omstandigheden sprake zou zijn van een gering nettovoordeel voor Ierland.

Waarom zou hun geloof in het oordeel van het ESRI in deze zaak zoveel groter zijn dan dat van veel economen? Dit keer kan de aarzeling van de economen niet worden toegeschreven aan politieke kinnesinne. Veel economen, zowel in de academische als in de financiële wereld, vinden dat het ESRI-rapport ernstige tekortkomingen vertoont. Een van de ernstige zonden is dat bepaalde zaken worden weggelaten - verrassend, omdat daardoor een aantal mogelijk belangrijke redenen om aan de EMU mee te doen over het hoofd wordt gezien. Eén daarvan is het scenario waarin niet-deelneming de stroom multinationale investeringen waarop Ierland zijn toekomst bouwt, doet opdrogen.

Uit internationaal beschikbare gegevens blijkt dat dat waarschijnlijk niet zal gebeuren en dat de enorme toevloed van investeringen in de jaren negentig niets te maken heeft met de EMU. De ESRI laat de hele kwestie onaangeroerd. Nog verbazender is dat nóg een recente studie over de EMU, uitgevoerd in opdracht van Forfás, de researchafdeling van de Ierse ontwikkelingsagentschappen, de kwestie lijkt te negeren.

Een andere goede reden om het EMU-lidmaatschap te overwegen, maar die in de publieke discussie evenmin veel aandacht heeft gekregen, betreft de niet te becijferen voordelen van het 'erbij horen'. Sommigen zullen beweren dat deelname ons een grotere stem zal geven in onderhandelingen over bijvoorbeeld hervorming van het Europees landbouwbeleid en structurele bestedingen. Maar zouden de landen die het geld voor deze programma's fourneren ons betalen om 'goede Europeanen' te zijn of zouden ze liever zien dat we een goed economisch beleid voeren?

De EMU moet voor een lage inflatie gaan zorgen. Waarom maakt iedereen zich dan zorgen dat de inflatie volgend jaar omhoog zal gaan? Omdat de verwachting op de financiële markten, dat wij op een middenkoers de EMU zullen ingaan, verhindert dat het Ierse pond nu sterker wordt, zoals de afgelopen zes jaar steeds zou zijn gebeurd. Waarom revalueren we die middenkoers dan niet? Omdat we dan gevaar lopen ons in een slechte concurrentiepositie te manoeuvreren als het Britse pond gaat zakken. Een fluctuerend pond kan als Ierland in de EMU zit, alleen maar tot excessieve inflatie of een sterk negatieve groei leiden. Het zou veel beter zijn als we de mogelijkheid behouden om flexibel op eventuele fluctuaties te reageren.

Maar hoe zit het dan met het belangrijkste voordeel dat het ESRI-rapport ons voorspiegelt - de blijvend lage rentetarieven? Zijn we vergeten dat lage rentetarieven niet altijd goed zijn voor een economie, want waarom zouden centrale banken ze anders ooit verhogen? Menigeen zou denken dat Ierland met zijn sterk stijgende vastgoedprijzen juist baat zou hebben bij hogere tarieven. We weten dat de Ierse conjunctuur nauwer aansluit bij de Britse dan bij de Duitse. Toch zal binnen de EMU de rentestand worden verhoogd en verlaagd al naar de Duitse en Franse conjunctuur dat verlangt.

Sommige van mijn collega's stellen dat lage rentetarieven goed zijn voor wie leent, maar slecht voor wie spaart. Het is niet duidelijk waarom de ESRI de eerste groep ten opzichte van de laatste bevoordeelt. De Ierse inflatie kan binnen de EMU sterker gaan fluctueren wegens de fluctuaties van het Britse pond. De basisrente wordt echter bepaald door de Europese Centrale Bank. En dus zullen onze werkelijke rentetarieven, de basisrente minus de inflatie, onbestendig zijn.

Een onvoorziene daling van het Britse pond, die volgens recent gepubliceerde gegevens een aanzienlijk nadeliger effect op de werkgelegenheid zou kunnen hebben dan de ESRI incalculeert, zal de inflatie afremmen en daarmee de reële rente doen stijgen, wat opnieuw een tegenstrijdige druk op de Ierse economie zal uitoefenen. Stijging van het Britse pond zal nog sterker inflatoir werken wanneer met dit mechanisme rekening wordt gehouden. Wat voor redenen zouden de politici kunnen hebben om onze economie zo in gevaar te brengen?