De taaiheid van een dictator

Gisteren trad Augusto Pinochet, bijna een kwart eeuw na de coup tegen Salvador Allende, terug als opperbevelhebber van het Chileense leger. Vandaag werd hij senator.

Hoe is het de dictator gelukt de democratische traditie van Chili zo lang te breken?

MEXICO-STAD, 11 MAART. “Ik heb een beetje zuur gezicht, daarom zeggen sommigen dat ik een dictator ben”, zei generaal Augusto Pinochet in 1986. Hij was toen al dertien jaar dictator. Marteling, doodseskaders, het ontbinden van parlement en politieke partijen. Het waren zaken die de Chilenen nooit hadden gezien.

Een paar jaar voor de militaire coup van Pinochet stond Chili nog op zijn kop over wat alom een grof schandaal werd genoemd: een gevangene was door zijn bewakers aan zijn oor getrokken.

De schok kwam in de ochtend van 11 september 1973. Het paleis van de democratisch verkozen president Salvador Allende werd omsingeld en vanuit de lucht gebombardeerd. Toen bleek dat hij verloren was schoot de socialistische president zichzelf een kogel door het hoofd. In zijn laatste radioboodschap had hij de Chilenen beloofd “het verraad van de generaals” met zijn leven te betalen. “Ik zal niet aftreden. De geschiedenis is aan ons en wordt gemaakt door de volken.”

In de dagen daarop werden duizenden sympathisanten van Allende uit hun huizen gehaald en standrechtelijk geëxecuteerd. In de catacomben van het voetbalstadion van Santiago werd een begin gemaakt met een praktijk die zeventien jaar zou aanhouden: marteling, moord, en het laten verdwijnen van lichamen.

Eindelijk verscheen de militaire junta op televisie. Luchtmachtgeneraal Gustavo Leigh, die de staatsgreep ontworpen had, beloofde het “kankergezwel van het marxisme” in Chili uit te roeien. Zwartbebrild en zwijgend zat ook generaal Pinochet in het rijtje. Nog maar zeventien dagen bevelhebber van de landmacht.

President Allende had hem net zelf benoemd wegens zijn “grote democratische loyaliteit”. Even daarvoor had Pinochet nog hoogstpersoonlijk een proces aangespannen tegen een rechts weekblad dat het waagde te suggereren dat het leger het recht in eigen hand moest nemen. “Militaire coups vinden niet plaats in Chili”, zei Pinochet.

Het verhaal wil dat Pinochet tot het laatste moment zou hebben getwijfeld over deelname aan de staatsgreep. Het zou zijn vrouw zijn geweest die hem op de avond van de coup de beslissende duw heeft gegeven. Ze zou hem hebben meegenomen naar zijn slapende kleinkinderen en gezegd: “Augusto, red Chili van de communistische tirannie.” Tijdens de viering van zijn 82ste verjaardag een paar maanden geleden werd deze episode nog eens breed uitgemeten. Snotterend hoorde de dictator de vleierijen aan.

Pagina 5: 'God heeft mij op deze positie geplaatst'

Wie was nu deze man die zeventien jaar als dictator constant beweerde dat hij zijn positie niet ambiëerde. Toch trok hij, als eerste roulerend voorzitter van een junta van vijf, onmiddellijk alle macht aan zichzelf. In 1974 benoemde hij zichzelf tot president, en langzaam schakelde hij de andere juntaleden uit. “Er beweegt geen blad aan de boom in dit land als ik het niet zelf beweeg. Laat dat duidelijk zijn”, hield Pinochet de Chilenen voor.

“Ze waren als de dood voor mij, omdat ze me zagen als een bruut”, beschrijft Pinochet zelf de verhouding tot zijn jongere broertjes en zusjes in zijn jeugd. Op jonge leeftijd probeerde de 'bruut' op de militaire academie te komen. Napoleon en de oude Pruisen waren de lichtende voorbeelden van de Frans-Spaanse emigrantenzoon. Drie keer probeerde Pinochet op de academie te komen, drie keer werd hij afgewezen. Toen hij eindelijk toch werd aangenomen bleek hij geen licht. Zijn cijfers waren matig. De jonge officier moest het vooral van zijn ijver hebben.

Waarschijnlijk ligt hier ook de kiem voor zijn latere haat tegen intellectuelen en politici. Pinochet beschouwt zichzelf in de eerste en de laatste plaats als militair. “Ik doe geen beloftes, omdat ik soldaat ben en geen politicus”, hield hij de Chilenen tijdens zijn regime voor. En: “Ik ben een soldaat die als generaal de president is van alle Chilenen.”

Pinochet ziet het leger - zí leger - als de enige bewaker van Chili. Behalve de drager van het geweldsmonopolie is het leger ook de drager van een 'hogere morele waarde': “U weet dat het volk smeekte gered te worden en dat het door het leger bevrijd is van het kwaad”, schreef hij in zijn tekst 'de functie van de religieuze minderheid'. “Ik bekijk hen van bovenaf, omdat God mij op deze positie heeft geplaatst.”

Nu bestond de religiositeit van Pinochet in de praktijk voornamelijk uit bijgeloof. De generaal gelooft in sterren en amuletten. Zo beweert hij dat de kogels in zijn voorruit, tijdens de enige aanslag op zijn leven die ooit is gepleegd, de vorm hadden van de Heilige Madonna. Hij draagt haar als gelukshanger permanent om zijn hals.

De belangrijkste drijfveer van Pinochet is echter zijn ziekelijke communistenhaat. “Misschien ben ik obsessief met het marxisme”, geeft hij zelf toe. Maar, vervolgt hij trots, het is hem wel gelukt zijn natie “van praktisch elke marxist te zuiveren”.

Toch zou Pinochet het nooit zo lang hebben volgehouden als hij niet een ander element in zijn voordeel liet werken: de economie. Op het van vakbonden en burgerrechten ontdane Chili liet hij de pupillen van de ultra-neoliberale econoom Milton Friedman los. De economen konden er experimenteren zonder gestoord te worden door sociale eisen. Dit had tot gevolg dat Chili ontwikkelde tot het neoliberale wonderkind van Latijns Amerika.

Een wonderkind in de schaduw van een dictator die zijn macht nooit heeft opgegeven. Dat wel. Ook nu hij zijn uniform aan de kapstok heeft gehangen, zal de macht van Pinochet voelbaar blijven. In de ondemocratisch verkozen senaat zal hij zijn verdediging van het leger als onaantastbaar instituut blijven voortzetten. “Als iemand één lid van het leger wil raken, raakt hij het héle leger”, zei hij tijdens zijn laatste verjaardagsfeest. Voor de Chilenen was de boodschap duidelijk: zolang ik leef zal niet één militair voor foltering of moord worden aangepakt. Tot slot van de verjaarspartij speelde een militaire band het lievelingslied van de generaal: 'Lili Marleen'.