De journalist en het weesmeisje

Welcome to Sarajevo. Regie: Michael Winterbottom. Met: Woody Harrelson, Stephane Dillane, Marisa Tomei. In: Alfa, Amsterdam; Camera, Groningen.

Voor een deel van de journalistiek is de oorlog om Sarajevo, vrijwel vanaf het begin, meer geweest dan een obscuur conflict op de Balkan tussen ex-communistische politici en hun milities, waarbij de ongewapende bevolking buitensporig leed werd aangedaan. Om onduidelijke redenen waren het vooral Britse verslaggevers die zich soms geroepen voelden tot een soort apostolaat: hier gebeurde zoiets vreselijks, dat de rest van de wereld en alle mensen van goede wil zich niet afzijdig konden - néé móchten houden. Een van hen was Michael Nicholson, verslaggever van de Britse ITN-televisie, die in een humanitaire opwelling een weesje uit Sarajevo adopteerde, mee naar huis nam, en daarvan ook uitvoerig verslag deed. Over hem gaat Welcome to Sarajevo.

Het is lang geen slechte film, onderhoudend en spannend. Het terloopse karakter van de opwelling van de journalist en de merkwaardig koele reactie van de wees worden fraai geacteerd. Maar de pretentie van de filmmakers, ons binnen te voeren in de denk- en ervaringswereld van Westerse verslaggevers in het belegerde Sarajevo, raakt kant noch wal. Eerder wordt er in de film nauwkeurig aangesloten bij wat de filmmakers denken dat het beeld van Sarajevo en zijn verslaggevers bij het publiek is.

Sarajevo was, anders dan de film doet vermoeden, niet één rokende puinhoop maar een stad met sommige sectoren die zwaar geleden hadden en andere die betrekkelijk intact waren. Oorlogsverslaggevers hebben het echt niet de hele dag over de morele aspecten van hun werk. De ITN-ploeg reed in november '91 echt niet meer onbeschermd door de stad heen, als daar sluipschutters actief waren of granaten vielen, maar had ook toen al de beschikking over kogelvrije vesten en gepantserde voertuigen. En met uitzondering van CNN was niemand zo stom om stickertjes op zijn auto te plakken, omdat sluipschutters die als schietschijf gebruikten.

Het treft mij overigens als betrekkelijk obsceen om, in een amusementsfilm als deze, journaalbeelden van echte inwoners van de stad die op straat liggen te creperen aan de gevolgen van een mortieraanval, te mengen met quasi-journaalbeelden die de dramatische handeling van de speelfilm vooruit moeten helpen.

Door dit gebrek aan authenticiteit toont Welcome to Sarajevo onbedoeld aan dat er een belangrijk bezwaar kleeft aan de 'ethische' oorlogsverslaggeving van Nicholson en anderen. Hun pretentie daarmee was een soort superieure journalistiek te bedrijven: onder sommige omstandigheden, zo was de redenering, kan en mag de verslaggever niet onpartijdig blijven. In werkelijkheid gaat het hier echter niet om superieure journalistiek, maar om superieur entertainment: de goeden en de slechten, handzaam en schematisch gepresenteerd, voor iedereen begrijpelijk, en op de achtergrond een lekkere soundtrack met ontploffingsgeluiden. De echte feiten zijn in de publieke herinnering allang weggezakt. Wat blijft is de schematische voorstelling der ethici, waarop tot in eeuwigheid spannende, ontroerende films als deze kunnen worden gebaseerd.