'Biologische landbouw is boers belang'

Steeds meer boeren bekeren zich tot een biologische en meer duurzame bedrijfsvoering. Tijdens een recente bijeenkomst van hun NCB toonden ze trots met biologisch meel gebakken brood of kaas van biologisch gehouden koeien. Toch wordt nog maar op 0,7 procent van het Nederlandse landbouwareaal biologische landbouw bedreven.

WASPIK/TILBURG, 11 MAART. Op het eerste gezicht verschilt de melkveehouderij van boer P. Boons uit het Noord-Brabantse Waspik niet veel met die in de gangbare landbouw. Dat de negentig melkkoeien biologisch geteelde klaver in het voer krijgen is voor een ongeoefend oog niet te zien; wel dat ze op stro liggen. Maar het belangrijkste is misschien nog wel dat de boer zelf rust uitstraalt. “Ik wilde niet langer meedoen aan het produceren van torenhoge overschotten die we nergens meer op de wereld kwijt kunnen en die alleen maar leiden tot almaar grotere milieuvervuiling. Steeds meer boeren”, aldus Boons, “gaan inzien dat niemand méér belang heeft bij een schoon milieu dan juist zijzelf.”bezoe

Acht jaar geleden schakelde hij over op biologisch melkveehouden. Dat wil zeggen dat hij op de 45 hectare grond geen kunstmest gebruikt maar met de mest van de eigen koeien aan een evenwichtsbemesting komt. Verder teelt hij de producten, waarvan de meeste als veevoer dienen voor eigen gebruik, eveneens zonder kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen.

Boons was een van de bezoekers van de bijeenkomst “Gewoon biologische landbouw” die door de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB) in Tilburg was georganiseerd. De bijeenkomst was bestemd voor het kader van de boerenbond en voor boeren die al aan biologische bedrijfsvoering doen. Op tafeltjes toonden ze trots hun met biologisch meel gebakken brood of kaas van koeien die biologisch worden gehouden.

De biologische landbouw is in Nederland in opmars, zij het dat in 1997 nog slechts 0,7 procent van het totale landbouwareaal ervoor werd benut. In Oostenrijk, Zwitserland en Zweden is dit respectievelijk 12,5, 5,6 en 3,4 procent. Het feit alleen al dat in Denemarken de grootste supermarktketen FDB sinds 15 jaar biologische producten in zijn assortiment doet leidde in dat land tot een explosieve groei van de biologische landbouw.

Het aantal biologische bedrijven was in 1997 in Nederland 686, wat weer tien procent meer was dan het jaar ervoor. De omzet steeg in een jaar tijd met 25 procent. De pakketten met biologisch geteelde groenten en fruit van Odin stegen in populariteit, zeker toen Rabotopman H. Wijffels een van de eerste afnemers was en aldus ook binnen zijn eigen organisatie “zendingswerk” verrichtte. Zo noemde afdelingsdirecteur Agrarische zaken van deze bank, A. van der Spek, het tijdens de bijeenkomst in Tilburg. Het feit dat Nederlands grootgrutter nummer 1 Albert Heijn biologische zuivel in zijn schappen zette en bovendien van plan is in het eigen huismerk Eko-producten op te nemen was zeker zo belangrijk. “Je ziet”, zo sprak mevrouw R. Beckers, voorzitter van Natuur en milieu, van de stichting Biologica voor biologische landbouw en handel en zelf kleine boer in de Betuwe, “een klimaat van vertrouwen ontstaan. Drie jaar geleden waren de vooroordelen over de biologische landbouw nog altijd zo diep ingesleten dat een topman van een veevoederbedrijf zei: 'O ja, daar oogsten ze nog met paardenkracht'. Nu begint steeds breder het besef door te dringen dat we naar een duurzame samenleving toe moeten die ook nog voor onze kleinkinderen interessant zal zijn. We beginnen in te zien dat wat ecologisch echt over de schreef gaat ook economisch veel minder interessant wordt. En wat boeren en hun organisaties een paar jaar geleden nog voor onmogelijk hielden gebeurde: ze vinden nu de milieubeweging aan hun kant.”

Anderhalf jaar geleden begon in Nederland de omslag in het denken pas goed. Toen boden 26 maatschappelijke organisaties, waaronder de jonge boeren, de Nationaal Coöperatieve Raad en de Consumentenbond, aan voorzitter P. Blauw van de vaste Kamercommissie voor Landbouw een manifest aan. Daaruit vloeide voort een plan van aanpak biologische landbouw van minister Van Aartsen van Landbouw. Daarin staat dat het streven is om in 2005 op 10 procent van het areaal biologisch te boeren. “Links en rechts in de politiek”, aldus mevrouw Beckers, “zei toen: dit moeten we stimuleren want het is een voortrekker in ons streven naar duurzaamheid.”

“De biologische landbouw”, had de dagvoorzitter F. van Beerendonk van de vakgroep Tuinbouw van de NCB gezegd, “rekent vandaag af met het geitenwollensokkenimago. Kiezen voor biologische landbouw betekent kiezen voor rendement en voor maximale maatschappelijke acceptatie. Biologische boeren zijn ondernemers die met een strategische blik naar de toekomst kijken.”

Melkveehouder Boons, die ook voorzitter is van de biologische melkveehoudersvereniging Natuurweide, zegt met zijn vrouw en drie kinderen “een goede boterham” te verdienen. “We krijgen een meerprijs voor onze melk omdat we ons bedrijf op een andere manier inrichtten en op een andere manier met onze koeien omgaan.” De koeien zijn gezonder, de dierenarts hoeft minder vaak langs te komen. De bodemvruchtbaarheid neemt toe.

De studiedag van de NCB, waarvan hij lid is, ervoer hij als een “een stukje bevestiging dat de keuze die we destijds maakten de juiste was”. “Wij waren”, aldus Boons “de eersten in de streek. Mijn collega's keken vooral sceptisch naar ons. Er zijn nu nog boeren die ons als bedreigend ervaren. Die zeggen: verdorie, wij zijn nu allemaal wel aan het strijden tegen de strengere mestnormen maar jullie biologische boeren ondermijnen dat door te laten zien dat die normen haalbaar zijn.”

Een van de toehoorders was voorzitter C. Das van de vakgroep Varkenshouderij van de NCB. Hij houdt met zijn twee zonen in de Brabantse Kempen 300 zeugen en 1.500 vleesvarkens. Hij was nogal sceptisch over de vraag of de biologische varkenshouderij snel van de grond zal komen. “We lopen gewoon tegen het keiharde gegeven op dat voor alle varkens die er nu zijn gewoon te weinig ruimte is om die allemaal op deze manier te gaan houden. Ik denk dat het biologisch varkenshouden beperkt zal blijven tot 5, misschien 10 procent.” Mevrouw Beckers had in haar toespraak juist de varkenshouders nog zo gewaarschuwd niet in de oude fout te vervallen. “Als na de varkenspest alleen nog maar intensiever, grootschaliger en industriëler gewerkt gaat worden, dan is dat naar mijn stellige overtuiging echt een doodlopende weg. Uitbraken van ziektes zullen dan doorgaan omdat de weerstand van de varkensstapel alleen maar zal verminderen. U weet”, zei ze, “dat de gemeenste bacteriën worden opgelopen in ziekenhuizen waar het meest ontsmet en geïsoleerd wordt.”

Melkveehouder Boons noemde het steeds schaarser worden van de grond in Nederland een probleem waarmee de biologische bedrijfsvoering te maken krijgt omdat daarvoor doorgaans meer grond nodig is. “Maar”, zei hij “er kan een contract worden gesloten tussen een varkensboer en een biologische akkerbouwer die dan de producten levert aan de varkenshouder in ruil voor het afnemen van diens mest. Zo krijg je samen één gesloten keten.”

Van der Spek van de Rabobank zei: “De afzet van de biologische producten is de kritische succesfactor. Voor de bank is het daarom van groot belang dat de ondernemer die afzet goed in zijn vingers heeft. Als we daarover maar enige twijfel hebben, dan financieren we niet.” Hij zei verder dat het ondersteunen door de Rabobank van biologische initiatieven gezien moet worden in het licht van het streven van de bank zelf naar een duurzame ontwikkeling. “Het wel eens gecreëerde beeld dat de biologische landbouw staat tegenover de gangbare werpen wij ver van ons af. Biologische landbouw is voor ons niet een aparte tak van sport zoals melkveehouderij of akkerbouw. Wij zien biologische landbouw als een manier van leven, als een proces waarlangs een ondernemer een bedrijf wil voeren. Voor echte biologische bedrijven bestaat er de mogelijkheid groenfinanciering te krijgen.” Duurzame landbouw, aldus Van der Spek, “hoeft niet per se kleinschalig te zijn maar kan ook zeer succesvol blijken bij grootschaligheid, omdat dan het proces beter gecontroleerd kan worden”.

Mevrouw Beckers roemde de biologische landbouwers als “de pioniers. Die geitenwollensokken hebben het allemaal zelf gedaan. Ze hebben hun kennis doorgegeven aan de onderzoeksinstellingen. Daaraan herinneren is beter dan ze uit te lachen”.