Bescheiden zet van MiloviEÉc voor dialoog met Albanezen in Kosovo

De Serviërs hebben gisteren een voorstel gedaan voor een “dialoog” met de Albanezen in Kosovo. In de hoofdstad van Kosovo is dit voorstel - voorlopig - verworpen.

BOEDAPEST, 11 MAART. Slobodan MiloviEÉc heeft niet op zich laten wachten met een reactie op de strafmaatregelen die de internationale gemeenschap hem maandag in het vooruitzicht stelde. De Contactgroep voor het voormalig Joegoslavië, met uitzondering van Rusland, besloot toen onder meer overheidssteun op te schorten aan de handel met de Joegoslavische federatie. Ook overheidskredieten voor privatiseringsprojecten en investeringen in de federatie werden opgeschort. Dat betekent dat MiloviEÉc de grootste moeite krijgt zijn staatsbedrijven te slijten aan het buitenland om daarmee zijn schatkist te spekken. En dat doet pijn. De afgelopen maanden heeft hij verschillende keren deze privatiseringsgelden moeten aanspreken om achterstallige lonen en pensioenen te kunnen uitbetalen.

De Joegoslavische leider heeft nu zijn eerste zet gedaan in de richting van een dialoog met de Albanezen van Kosovo. Maar zijn bod is bescheiden en zelf is hij nog niet van de partij: de regering van de deelrepubliek Servië - waar de provincie Kosovo weer een onderdeel is - mag onderhandelingen beginnen met de leiders van de 'Albanese nationale minderheid'.

Deze opening kwam na een zitting van de Servische regering waarin het geweld van de afgelopen weken besproken werd. “De Servische regering staat op het standpunt dat de acties van de eenheden van het ministerie van Binnenlandse Zaken (de politietroepen die de Albanese dorpen aanvielen, red.) uitsluitend gericht waren tegen het terrorisme dat de afgelopen maanden het leven heeft gekost aan veel onschuldige burgers onder Serviërs, Albanezen en politieagenten”, luidde de regeringsverklaring.

Voor de Albanese leiders in Priina is het bod van de Servische regering om verschillende redenen veel te mager. Ten eerste beschouwen de Albanezen zich niet als een nationale minderheid in Servië, maar als een meerderheid in Kosovo. In 1992 kozen ze massaal in een door de Serviërs nooit erkend referendum, voor onafhankelijkheid van Kosovo. Bovendien eisen de Serviërs dat onderhandeld wordt op basis van de bestaande grondwet van 1990 - waarin de autonome status van Kosovo werd opgeheven. Deze wordt door de Albanezen niet erkend.

Het was dus niet moeilijk voor Adem Demaçi, de leider van de Parlementaire Partij van Kosovo (PKK) en belangrijkste rivaal van de officieuze president van Kosovo Ibrahim Rugova, om het Servische voorstel als hypocriet te verwerpen. Ook president Rugova heeft het voorstel vanmorgen verworpen, maar voor hem is het veel lastiger. Hij is de afgelopen dagen door onder andere de Amerikaanse gezant Robert Gelbard flink onder druk gezet om een politieke oplossing te zoeken. De Contactgroep heeft afgelopen maandag nog eens verklaard dat onafhankelijkheid voor Kosovo daarbij geen optie kan zijn.

De Amerikanen hechten eraan dat Rugova, de man van het geweldloze verzet tegen de Servische overheersing, voorlopig aanblijft als president van Kosovo. Op 22 maart kiezen de Albanezen in Kosovo een nieuwe president en de positie van Rugova lijkt de afgelopen maanden sterk verzwakt ten gunste van politici die een hardere lijn willen. De Amerikanen willen Rugova steunen, in ruil voor concessies met betrekking tot de onafhankelijkeid van Kosovo.

Aan de andere kant is duidelijk dat de Servische regering geen onderhandelingspartner kan zijn als de sterke man van de Joegoslavische federatie op de achtergrond blijft. MiloviEÉc moet in ieders visie direkt bij de onderhandelingen betrokken worden. Pas dan kunnen zaken worden g daan. Vandaar dat Gelbard aan Rugova gevraagd heeft om eigen kanalen met MiloviEÉc te openen.

Waarnemers verwachten dat MiloviEÉc binnenkort belangrijke concessies zal doen aan de Albanezen op het gebied van onder meer onderwijs. Met grote gebaren zal hij proberen het initiatief zoveel mogelijk naar zich toe te trekken.