Beethovens Eroica bij Herreweghe als spannend discours

Concert: Orchestre des Champs-Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe. M.m.v. Alessandro Moccia (viool), Pieter Wispelwey (cello), Ronald Brautigam (fortepiano). Tripelconcert en Derde symfonie van Beethoven. Gehoord: 10/3 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Hij glijdt zo vaak onnadrukkelijk voorbij, die cis in de celli in de zevende maat van Beethovens Eroica. Twee luide akkoorden knallen door het orkest, waarna de celli ingetogen het eerste thema spelen dat al snel een pas op de plaats maakt op die dwingende, volkomen geïsoleerde cis. Het is een toon die pas enkele honderden maten later op de juiste plaats valt - bijna aan het slot van het eerste deel - maar ook één die meteen aan de harmonische fundamenten van de symfonie knaagt. Bij het Orchestre des Champs-Elysées onder leiding van Philippe Herreweghe gleed die bewuste cis gisteren niet onnadrukkelijk voorbij. Hij was er, prominent en prachtig. Nadrukkelijk aanzwellend. Een uitroepteken midden in een nog onvoltooide zin. Een ankerkabel waaraan het gehele deel kon worden verbonden.

Een goede uitvoering is vaak aan dit soort details te herkennen. Want ze zeggen zoveel over de architectuur van een uitvoering, over het creëren van de noodzakelijke spanningsboog, over het doseren van de krachten - wat dat betreft is een muziekuitvoering weinig anders dan een olympische schaatswedstrijd.

Natuurlijk gaat het bij een goede uitvoering ook over de keuze van tempi, over kleur en samenspraak van het orkest, over de perfectie waarmee al die andere noten worden gespeeld. Over zeggingskracht kortom. En daarover beschikt het acht jaar geleden door Herreweghe opgerichte Orchestre des Champs-Elysées in ruim voldoende mate.

De uitvoering van Beethovens Eroica moet een van de kleurrijkste zijn die er de laatste jaren in de Nederlandse concertzalen heeft geklonken. In een doorzichtige totaalklank werd vanaf de eerste akkoorden een spannend discours ingezet.

Niet dat alle details nu zo perfect waren. De eerste violisten waren zeker niet altijd op de honderdste seconde gelijk en de Marcia funebre kende zelfs een valse start. Maar de manier waarop deze vakkundig werd versluierd, was opnieuw een bewijs van het grote vakmanschap van orkest en dirigent.

De uitvoering van Beethovens Concert voor piano, viool, cello en orkest was minder sensationeel. De dominante Italiaanse violist Alessandro Moccia benaderde Beethovens muziek op een nogal andere wijze dan cellist Pieter Wispelwey en fortepianist Ronald Brautigam dit deden. Beide winnaars van de Nederlandse Muziekprijs gaven nadrukkelijk de voorkeur aan het hechte samenspel boven een persoonlijke profilering. En zo hoort het ook, zou je zeggen in dit Tripelconcert waar het om de dialoog tussen de soloinstrumenten gaat, en de kunst om daarin de juiste balans, meer nog, een zelfde expressie te vinden. In dit opzicht viel Moccia uit de toon.

Herreweghe's orkestbegeleiding was hecht, maar ook een beetje ongenaakbaar voor de solisten. Plotselinge contrasten en registerwisselingen bij de solisten werden orkestraal afgeroomd.

Wat restte was een uitvoering die meer esthetisch was dan dramatisch.