Zes onderzoeksscholen in bèta-sector krijgen subsidie

ROTTERDAM, 10 MAART. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft de eerste zes 'toponderzoeksscholen' aangewezen, die allemaal onderzoek doen in bèta-wetenschappen. Ze krijgen tien jaar lang jaarlijks drie tot tien miljoen gulden voor 'innoverend' en 'excellent' onderzoek.

Het gaat om astrofysica, fotonica, biomedische genetica, katalyseprocessen, materiaalkunde en aardwetenschappen. Minister Ritzen (Onderwijs) beslist in april over de toewijzing van de budgetten.

Twee alfa/gamma-onderzoeksscholen die aangewezen wilden worden als toponderzoeksschool, zijn die van cognitieve wetenschappen en talenonderzoek. Er zijn 110 onderzoeksscholen in Nederland, ofwel groepen van samenwerkende wetenschappers, veelal afkomstig van verschillende universiteiten. In het studiejaar 2000/2001 worden weer vijf toponderzoeksscholen aangewezen.

De toekenningen hebben tot commotie geleid bij enkele wetenschappers, omdat er geen alfa- of gamma-wetenschapsscholen zijn aangewezen. Daarnaast zijn de Landbouw Universiteit Wageningen, de Katholieke Univerisiteit Nijmegen, de Universiteit Maastricht en de Technische Universiteit Twente gepasseerd, omdat zij bij geen van de aangewezen toponderzoeksscholen zijn betrokken. Zij hebben wel allemaal vijf procent van hun onderzoeksbudget moeten inleveren bij NWO.

De Leidse hoogleraar A.F.J. van Raan, die de vorderingen van wetenschappen en technologie onderzoekt, vindt de keuzes van NWO “zeer verstandig”. Volgens hem zijn dit de zes gebieden waarin Nederland in internationaal opzicht uitblinkt. Dat blijkt uit de vele internationale wetenschappelijke publicaties van deze onderzoekers en uit de regelmaat waarmee zij worden uitgenodigd op internationale congressen.

Het is volgens Van Raan logisch dat er geen onderzoeksscholen in de sociale wetenschappen zijn aangewezen, omdat die vooral op nationaal gebied opereren en er bovendien vaak een richtingenstrijd is en onenigheid over de vraag welke onderzoeksschool de beste prestaties levert.

“Wat niet wil zeggen dat die scholen niet goed zijn”, aldus Van Raan. “Maar in bèta-wetenschappen bestaat meer internationale consensus over wetenschappelijke prestaties.”