WRR: ruimtelijke ordening moet slagvaardiger worden

Nederland moet een nieuw stelsel invoeren om zijn schaarse ruimte doelmatig in te delen. Dat vindt de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid.

DEN HAAG, 10 MAART. Nederland is bezig de greep op zijn ruimtelijke ordening kwijt te raken. Daarom moet de indeling van de ruimte in de toekomst zoveel mogelijk aan logge departementen in Den Haag worden onttrokken en in handen worden gelegd van slagvaardiger coalities van lagere overheden en lokale belanghebbenden. “Specifieke lokale situaties vragen om verschillende oplossingen”, aldus de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een vandaag gepresenteerd rapport over ruimtelijke ontwikkelingspolitiek.

“Het duurt nu vaak jaren voordat de verschillende lagen van de overheid het intern eens worden over bepaalde plannen”, aldus dr. M.A. Hajer, een van de auteurs van het rapport, vanmorgen. “Pas daarna kijken ze naar buiten om een maatschappelijk draagvlak te vinden en dan lopen ze vaak alweer achter de feiten aan.”

Juist omdat zulke compromissen vaak zo moeizaam tot stand komen, willen ze daar naderhand bovendien zo min mogelijk van afwijken, waardoor zulke plannen flexibiliteit missen.

Het rapport, opgesteld op initiatief van de WRR zelf, wijst tevens op enkele sociale ontwikkelingen die het oude beleid ineffectief maken. Er is sprake van een sluipende verstedelijking, die er toe leidt dat de stad niet echt meer stad en het land er omheen niet echt meer land is. Ook begint de doelstelling om de verstedelijking zoveel mogelijk te concentreren (ook wel aangeduid met de term 'compacte stad') een verlammend keurslijf voor steden te worden. Dit leidt tot een verminderde ruimtelijke kwaliteit van de stad.

Stedelijke functies als wonen, werken en verzorging komen tegenwoordig steeds verder uit elkaar te liggen, waardoor het oude doel van ruimtelijke samenhang steeds meer in de verdrukking raakt. Dit leidt tot volle wegen met files en een minder aanlokkelijke omgeving voor bedrijven.

Doordat de stad steeds meer uit elkaar is getrokken, blijkt het steeds moeilijker de achtergestelde positie van bepaalde wijken in met name de grote steden te doorbreken.

De WRR ziet weinig heil in een stroomlijnen van de huidige ingewikkelde procedures, zoals onder andere binnen het ministerie van VROM wordt bepleit.

Volgens de auteurs voldoet het hele stelsel van ruimtelijke ordening in Nederland, waarbij de regering in Den Haag goeddeels vaststelt hoe alles moet, niet meer. De raad stelt vast dat het altijd al veel moeite heeft gekost de nationale doelstellingen lokaal uitgevoerd te krijgen. Dat zal in de toekomst vermoedelijk alleen maar lastiger worden. Daarom pleit de raad voor een minder vanuit Den Haag gedirigeerd proces van ordening. Er kan meer dynamiek worden gecreëerd, wanneer er coalities worden gesmeed van lokale overheden met de verschillende belanghebbende partijen.

De WRR oppert een reeks concrete stappen die het kabinet zou moeten nemen. Zo zouden er drie categorieën moeten komen. De eerste, die van de zogeheten basisgebieden, zou bestaan uit gebieden waar het rijk zich niet rechtstreeks met de ruimtelijke ordening hoeft bezig te houden. Den Haag hoeft voor zulke gebieden slechts basiskwaliteitseisen te hanteren. Een verplichte koppeling tussen plan, financiering en uitvoeringsplicht is niet nodig. Deze categorie beslaat het overgrote deel van Nederland.

De tweede categorie is die van de ontwikkelingsgebieden, waarvan er maximaal tien worden aangewezen. Daar zal de bemoeienis van het rijk veel sterker zijn. Het gaat om gebieden waarbij boven-lokale belangen in het geding zijn, bij voorbeeld bij de aanleg van een station van de hogesnelheidslijn of van een ecologisch waardevol gebied. Ook hier zal echter het uitvoerende deel van de ruimtelijke ordening in handen liggen van gemeenten. Het provinciaal bestuur voert de regie en kan financiën en goedkeuring als voornaamste coördinatie-instrumenten inzetten.

Ten slotte zijn er de zogenoemde 'nationale projecten', waarbij het gaat om gebieden waar gezien vanuit de ruimtelijke hoofdstructuur bescherming van nationaal belang noodzakelijk wordt geacht. Het rijk behoudt hier te allen tijde de beslissende stem en de uitvoeringsplicht. Een voorbeeld hiervan is een plan de bereikbaarheid binnen de Randstad te verbeteren.