Sterfboek

In NRC Handelsblad van 25 februari staat een nauwkeurig verslag van het proces dat de erven van W.F. Hermans tegen mij hebben aangespannen vanwege de uitgave van het 'Sterfboek' (WFH-verzamelkrant 18-22).

Martijn Meijer citeerde mijn uitspraak dat WFH op zijn sterfbed tegen zijn vrouw gezegd zou hebben dat zij zich er niet druk om hoeft te maken als ik iets van WFH zou publiceren, maar wel zonder de context waardoor die uitspraak een wel heel andere betekenis krijgt.

Ik behoor echter niet tot de gelukkigen die WFH op zijn sterfbed heeft mogen meemaken en weet dus echt niet wat WFH daar gezegd heeft. In werkelijkheid zei ik dan ook dit tegen Meijer: “Op de eerste plaats heb ik van WFH zelf toestemming gekregen om na zijn dood te doen en te laten wat mij goeddunkt. Ik beschik dan ook over overtuigende getuigenverklaringen van drie mensen die vanwege hun hoge positie in de samenleving het niet zouden wagen om een valse getuigenis af te leggen. Het is tekenend dat de heer Klos in zijn reactie aanvankelijk totaal niet inging op deze verklaringen en pas in tweede instantie niet verder kwam dan te beweren dat het niet aannemelijk is dat WFH dat gezegd zou hebben.

Welnu, iedereen die het werk van WFH kent weet wel dat WFH volstrekt onverschillig stond tegenover alles wat er na zijn dood zou kunnen gebeuren. Het zou dan ook wel heel erg onredelijk zijn als ik word bestraft voor iets waarvoor ik van de grote WFH zelf toestemming heb gehad en dus te goeder trouw heb gehandeld. Als er dan ook iets aannemelijk is, dan wel dat WFH op zijn sterfbed tegen zijn vrouw gezegd heeft: 'Nou, Emmy, als Tonnie Luiken weer eens wat publiceert, maak je er dan maar niet druk om want dat doe ik ook niet'.'