Sissende druppels in een rokend kruitvat

De internationale Contactgroep moest gisteren Russische weerstand overwinnen om gezamenlijk sancties tegen het regime Belgrado te treffen wegens de crisis in Kosovo. Maar zijn de maatregelen niet te mild?

LONDEN, 10 MAART. De voormalige supermacht Rusland slaagde er gistermiddag tijdens het Londense spoedberaad over 'Kosovo' in een uur lang de top van de internationale gemeenschap geheel lam te leggen. De aanvankelijke weigering van Moskou in te stemmen met relatief bescheiden sancties tegen de Joegoslavische regering schiep ongewone taferelen op de eerste etage van het majesteitelijke Lancaster House: rondhangende ministers van Buitenlandse Zaken van de grote Westerse landen. Terwijl de ene na de andere - de Amerikaanse Albright, de Brit Cook en de Duitser Kinkel - zich aan de telefoon vervoegde om hun Russische ambtgenoot Primakov in Moskou tot meer soepelheid te bewegen, stonden de overige kopstukken van de internationale diplomatie min of meer duimendraaiend op het rood-purperen tapijt in de corridors.

Licht decorumverlies was onvermijdelijk: minister Albright die haar hoop op een Russische ommezwaai al leek te hebben opgegeven, inspecteerde haar gebit in een van de levensgrote, goudgerande spiegeldeuren; haar speciale Balkan-gezant Robert Gelbard, die later zou doorreizen naar Belgrado voor een gesprek met de Joegoslavische president MiloviEÉc, staarde af en toe geeuwend naar de gigantische muurschilderingen van strijdtaferelen; en de Italiaanse minister Dini zat onderuit gezakt op een bank, omgeven door medewerkers.

Alleen voorzitter Cook liep druk heen en weer, in een uiterste poging de Russen toch mee te krijgen. “Kom, we moeten terug naar binnen, de tekst weer bekijken”, zei Kinkel tegen Albright, na zijn telefonade met Primakov. Want uiteindelijk - de lunch was er weliswaar bij ingeschoten en het beraad drie uur uitgelopen - had de telefonische crisisdiplomatie resultaat: Primakov, die zich in Londen liet vertegenwoordigen door onderminister Nikolaj Afanasievski, zwichtte enigszins voor de Westerse druk en ging alsnog gedeeltelijk akkoord met enkele bescheiden sancties.

Het bizarre interval in Londen riep bovenal een bekend beeld uit de oorlog in Bosnië op: zodra echte crisisbeheersing in Europa aan de orde is, lijkt de internationale gemeenschap meer met zichzelf in de weer dan met de oplossing van het conflict. Opnieuw dreigde gisteren een splijting van de Contactgroep - de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië - die het vredesproces in ex-Joegoslavië coördineert, en waarin Moskou vooral de Servische snaar bespeelt wegens de Slavische bloedband. Alleen al de opzettelijke afwezigheid van Primakov in Londen gisteren bewees dat Rusland 'Kosovo' geen dringende kwestie voor het Westen vindt.

Met rauwe grootmacht-rivaliteit van Moskou had het allemaal volgens Europees Commissaris Van den Broek niets te maken: “Zodra je met de Russen over sancties tegen Belgrado praat, krijgen zij het gevoel dat ze de Serviërs moeten steunen.” Maar een andere diplomaat zei: “De Russen proberen door dwars te liggen nog een beetje hun eigen invloed te laten gelden.”

De Westerse landen toonden zich tevreden over het resultaat en menen dat er van het actieplan van de Contactgroep een “serieuze waarschuwing” aan MiloviEÉc uitgaat. Maar niet alleen Rusland lag gisteren dwars, Frankrijk en Italië pleitten er aanvankelijk voor nu slechts een dreigement aan MiloviEÉc te adresseren en pas later, indien nodig, concrete actie te ondernemen. Wie de maatregelen bekijkt, kan zich afvragen of de Contactgroep niet opnieuw, zoals wel vaker tijdens de oorlog in Bosnië, concessies heeft gedaan en voor zachte sancties heeft gekozen ter wille van de eigen eenheid. Hebben de zes landen gisteren een wezenlijke bijdrage aan oplossing van de crisis geleverd?

Het is de vraag of Joegoslavië echt geraakt wordt door deze sancties. “Er is geen enkele garantie dat Belgrado nu anders gaat reageren”, erkende Van den Broek. Rusland mag dan de grootste wapenleverancier zijn, het is hoogst onzeker of Belgrado nu getroffen zou worden door een eventueel wapenembargo van de VN; er is ook wapenindustrie op eigen bodem. De Westerse bevriezing van de exportkredietsteun en van de financiering van de privatisering - waar Rusland niet aan meedoet - heeft meer om het lijf: volgens de VS gebruikt MiloseEÉc die gelden nu voor zijn eigen regime.

De Contactgroep laat weliswaar duidelijk blijken het optreden van MiloviEÉc af te keuren, maar ook Westerse diplomaten vragen zich af of er niet veel zwaardere sancties nodig zijn om indruk te maken op de Joegoslavische president, met of zonder Rusland. Een handelsblokkade was gisteren niet aan de orde, een bevriezing van de - al gedeeltelijk geblokkeerde - buitenlandse tegoeden van Belgrado werd als 'reserve-sanctie' achter de hand gehouden en van militair optreden was helemaal geen sprake.

De Contactgroep kan nu niet veel anders dan hopen dat bemiddeling door de Spaanse oud-premier González iets uithaalt. Maar diplomatie die niet gesteund wordt door militaire kracht, maakt weinig kans, zo heeft 'Bosnië' bewezen. Een andere mogelijkheid is dat MiloviEÉc zelf tot inkeer komt en “gaat rekenen en calculeren”, zoals Van den Broek gisteren zei.

Maar de speelruimte van de Joegoslavische president is beperkt: zelfs al honoreert hij de wens van de internationale gemeenschap - herstel van de door hem in 1989 opgeheven autonomie voor de Albanese meerderheid in Kosovo - dan nog is dat niet genoeg voor de Albanezen. Zij willen slechts praten over de 'Republiek Kosovo'.

Zo bezien lijken de maatregelen van de Contactgroep van gisteren voorlopig niet meer dan een paar sissende druppels water in een rokend kruitvat. Het is voorlopig nog te vroeg om vast te stellen of het Westen een herhaling van 1991 - het begin van de Joegoslavische oorlogen - heeft voorkomen.