Sierra Leone: een heikele herkansing

Ahmad Tejan Kabbah, de in 1997 verdreven president van Sierra Leone, maakte vandaag zijn rentree in de hoofdstad Freetown. Hem wacht een zware taak.

ROTTERDAM, 10 MAART. Freetown kreeg zaterdag een grote opknapbeurt. Ter voorbereiding van de feestelijke intocht van president Ahmad Tejan Kabbah riep Prince Harding, secretaris-generaal van Kabbahs Volkspartij van Sierra Leone (SLPP), 7 maart uit tot 'buitengewone schoonmaakdag'. “Voordat onze president terugkomt”, zei Harding, “moeten wij de straten van Freetown ontdoen van het bloed dat hier negen maanden heeft gevloeid onder het bewind van de militaire junta.”

Afval en bloedvlekken laten zich snel verwijderen, maar de sporen van het Nigeriaanse bliksemoffensief in februari, dat een deel van Freetown in de as legde, zijn niet in één dag uitgewist. Om nog maar te zwijgen over de erfenis van jaren burgeroorlog: een gedesintegreerd leger, verscherpte verhoudingen tussen 's lands etnische groepen en een op revanche beluste rebellenbeweging, het Revolutionaire Verenigde Front (RUF). Dat koos de kant van de officieren die in mei vorig jaar Kabbah verjoegen en trok zich na de verovering van Freetown door de Nigeriaanse 'vredesmacht' terug in de bush.

Kabbah (66), die negen maanden als balling leefde in het buurland Guinee, ging vóór zijn thuisreis op bezoek bij de militaire leider van Nigeria, generaal Sani Abacha, en in diens gezelschap maakte hij vandaag zijn intocht in Freetown. Dat onderstreept nog eens hoezeer hij in de schuld staat bij de machtige oosterbuur. Inlossing van die schuld, politiek en in natura, kan van Sierra Leone een Nigeriaans protectoraat maken.

Kabbah zal met de Nigerianen moeten onderhandelen over een nieuw defensie-akkoord om hun blijvende militaire aanwezigheid in Sierra Leone enige rechtsgrond te geven. De Nigeriaanse junta mag dan een dubieuze garantiemacht zijn voor Kabbahs burgerbewind, Guinee en Ghana zijn niet bereid hiervoor hun legers in te zetten. En Liberia is nog minder betrouwbaar, gezien de sympathieën van president Charles Taylor voor de rebellen van het RUF. Van het regeringsleger is sinds de coup van majoor Johnny Paul Koroma en diens militaire nederlaag niet veel meer over. Als Kabbah een geloofwaardig burgerbestuur wil vestigen, zal hij de loyaliteit moeten winnen van de in discrediet geraakte resten van het leger en moeten voorkomen dat het opnieuw de macht grijpt. Er bestaan Britse en Wereldbankplannen voor inkrimping van de strijdkrachten tot een rompmacht van 2.000 à 3.000 man.

Kabbah kan in de verleiding komen zijn veiligheid toe te vertrouwen aan de Kamajor, de overwegend uit leden van zijn eigen Mende-stam bestaande plattelandsmilitie, die de strijd aanbond met Koroma's junta en een deel van de eer opeist voor diens verdrijving. De leider van de Kamajor, Hinga Norman, een voormalige onderminister van Defensie in Kabbahs regering, koestert naar verluidt ambities. De Kamajor zijn goed bewapend en zijn in 1996 getraind door het Zuid-Afrikaanse huurlingenbedrijf Executive Outcomes.

Het RUF, dat de oostelijke provinciehoofdsteden Bo en Kenema aanviel nadat Koroma uit Freetown was verjaagd, wil de bush-oorlog hervatten. Het front kan daarbij gebruik maken van de wapens en munitie die het kreeg toen het deel uitmaakte van Koroma's junta. Ook smokkelnetwerken, waarlangs het RUF sinds medio 1997 diamanten en goud heeft verhandeld voor wapens en brandstof, en de nauwe banden met Taylors Liberia zullen voor een hernieuwde guerrilla van grote waarde blijken. Nigeria beschikt over een troefkaart die het kan uitspelen tegen zowel het front als Kabbah: RUF-leider Foday Sankoh staat in Abuja onder huisarrest.

Kabbah zal zijn gezag moeten herstellen, dat door zijn afzetting een gevoelige knauw heeft gekregen. En dat met een lege staatskas. De diamantwinning, de belangrijkste deviezenbron van het land, zal voorlopig geen inkomsten opleveren, want de winningsgebieden in het oosten zijn nog niet gepacificeerd en zodra de Nigeriaanse troepen daar vaste voet krijgen is de kans groot dat zij gaan strijken met de winst. Kabbah moet samenwerken met de Nigerianen en met buitenlandse donoren om de binnenlandse noodtoestand het hoofd te bieden. Zo moeten naar schatting 50.000 burgers die ontheemd raakten tijdens de gevechten tussen Kamajor, junta-troepen en Nigerianen terugkeren naar hun dorpen. Tijdens de militaire acties tegen Koroma hebben zo'n 20.000 inwoners van Freetown een goed heenkomen gezocht in buurland Guinee.

Een effectief burgerbestuur veronderstelt terugkeer naar de partijpolitiek. Kabbah zal zijn oude SLPP, die regeerde van april 1996 tot mei 1997, nieuw leven moeten inblazen zonder de etnische spanningen verder te vergroten. De Kamajor maakten zich de afgelopen weken schuldig aan afrekeningen met etnische groepen die zij als de vijand beschouwen. Het bewind van juntaleider Koroma steunde met name op de Temne en Limba uit het noorden. Kabbahs SLPP-regering, die in 1996 met 60 procent van de stemmen aan de macht kwam, steunde vooral op het stamland van de Mende in het oosten en zuiden van Sierra Leone. Hij deed pogingen om zijn basis te verbreden, maar aangezien de interetnische verhoudingen onder de junta zijn verslechterd, zal hij onder druk staan om daarvan af te zien.

Kabbah heeft in zijn korte tijd aan de macht geen blijk gegeven van grote besluitvaardigheid en trad nauwelijks op tegen corruptie in overheidsorganen. Hij heeft het grootste deel van zijn leven doorgebracht buiten Sierra Leone - als advocaat van de VN-ontwikkelingsorganisatie (UNDP) in Oost-Afrika - en toonde weinig inzicht in de binnenlandse sociaal-politieke verhoudingen. De toenadering tussen jonge legerofficieren als Koroma en het RUF ontging hem.

Het nieuwe burgerbewind staat voor een zware opgave.