Schuldsanering hoogste prioriteit bij EMU-kwalificatie

Minister Zalm (Financiën) was gisteren positief over een Italiaans plan voor sanering van de staatsschuld. Hoe realistisch is dat voornemen?

BRUSSEL, 10 MAART. Niet de begrotingstekorten, maar de staatsschuld belooft een cruciale rol te gaan spelen bij de laatste schermutselingen over de vraag welke lidstaten zich kwalificeren voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). De elf (van de 15 EU-lidstaten) die aan de EMU willen meedoen, hebben hun tekorten over 1997 teruggedrongen tot onder de vereiste 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Bij de staatsschuld ligt het anders. Die mag niet hoger zijn dan 60 procent van het bbp, en dat criterium wordt door het gros van de EMU-aspiranten niet gehaald. Nederland zit op ruim 70 procent. Dat is geen probleem, want als deze 'quote' in een bevredigend tempo daalt naar 60 procent, is het ook goed. Van de landen die het 60-procentscriterium niet halen, Duitsland uitgezonderd, daalt de staatsschuldquote. En dus is EMU-kwalificatie naar de letter van 'Maastricht' in zicht.

Een dalende staatsschuldquote is dan wel voldoende volgens de letter van 'Maastricht', maar twee landen in de EU zijn wel heel erg ver verwijderd van het doel van 60 procent. De Italiaanse staatsschuldquote bedroeg in 1997 121,6 procent. Die van België bijna 125 procent. Verwacht wordt dat deze hoge staatsschuld bij de beoordeling van Italië en België een grote rol gaat spelen. Op 25 maart komen de Europese Commissie en het Europese Monetaire Instituut (EMI, de voorloper van de Europese Centrale Bank) beide met een rapport waarin zij beoordelen in hoeverre de lidstaten aan de EMU-criteria voldoen. Deze rapporten dienen als advies aan de EU-regeringsleiders die in het eerste weekeinde van mei beslissen welke landen zich kwalificeren.

Met name het EMI wordt verondersteld zich in zijn advies te concentreren op de schuldproblematiek. Een hoge staatsschuld betekent dat de lopende rentelasten relatief groot zijn. Italië betaalde vorig jaar een bedrag van ruim 8 procent van het bbp aan rente, Belgie 7,5 procent. Als de rente stijgt, stijgen ook de rentelasten. Zo kan de begrotingsdicipline die afgesproken is als de EMU eenmaal van start gaat, gemakkelijk in gevaar komen: met een plafond van 3 procent voor het begrotingstekort, dat de EMU-deelnemers hebben afgesproken in het stabiliteitspact, zijn de marges smal.

Omdat Italië en België zoveel geld aan rente kwijt zijn, moeten beide landen een hoog 'primair' overschot op begroting aanhouden, omdat ze anders de 3-procentsnorm overschrijden: dat primaire overschot is het begrotingssaldo zonder rentelasten. Geconfronteerd met Duitse en Nederlandse argwaan over de houdbaarheid van de Italiaanse overheidsfinanciën, heeft de Italiaanse minister van Financiën Ciampi dan ook een aantal plannen gelanceerd waarmee moet worden aangetoond dat de staatsschuldquote de eerstvolgende jaren snel zal dalen. Net als zijn Belgische collega Maystadt maakte hij gisteren duidelijk dat het primaire overschot bij die plannen een hoofdrol speelt: als dat overschot maar op een bepaald percentage wordt vastgepind, en met de staatsschuldquote ook de rentelast daalt, komt de schuldsanering vanzelf in een positieve spiraal.

Ciampi zegde gisteren toe dat hij een begroting aan het Italiaanse parlement zal overleggen voor de jaren 1999-2001, waarin de staatsschuldquote met 3 procentpunten per jaar daalt. Ciampi zei te verwachten dat tempo van daling van de staatsschuldquote tenminste zes jaar voort te zetten. Daardoor komt de Italiaanse staatsschuld dan tegen 2004 uit op 100 procent van het bbp.

Een staatsschuldquote van in ieder geval 100 procent, en een hard plan om die quote snel te bereiken, zullen vermoedelijk een eis worden die Europa's centrale bankiers via het EMI-rapport zullen stellen aan België en Italië.

Ciampi's voornemen grijpt terug op een langlopender plan voor schuldreductie naar 60 procent in tien jaar. Daarbij gaat de Italiaanse regering uit van het te allen tijde handhaven van een primair overschot van 5,5 procent bbp. Bij een scenario van 4,5 procent nominale economische groei (reële economische groei plus inflatie) en een rentestand van 5 procent, moet de staatsschuldquote dan snel teruglopen, zeker als de 'oude' hoogrentende staatsschuld gaandeweg wordt ververst tegen een lagere EMU-rente. Tussentijdse privatiseringen, waarvan de opbrengst gaat naar schuldreductie, dragen een steentje bij.

De voornemens daarvoor die gisteren in Brussel werden gepresenteerd klonken Zalm in ieder geval goed in de oren. Maar de vooronderstelling van 4,5 procent nominale economische groei en 5 procent rente in het Italiaanse plan lijkt optimistisch. In de bijgaande grafiek is daarom het oorspronkelijke scenario vergeleken met een minder gunstig scenario, waarin de schuldquote veel minder snel daalt dan gepland. Bovendien slaat in het Italiaanse scenario het begrotingstekort van zo'n 2,6 procent in 1998 al in 2003 om in een begrotingsoverschot. Dat overschot zal daarna bijna twee kabinetsperiodes lang verder moeten oplopen. Het is de vraag of dat in de praktijk politiek haalbaar zal blijken.