Primakov, de afwezige

HET BEGINSEL VAN de collectieve veiligheid is gisteren in Londen in coma geraakt. De bijeenkomst van de zogenoemde contactgroep voor voormalig Joegoslavië werd door de Russen praktisch geboycot. Aanwezig was een onderminister die ten einde raad zijn baas, minister Primakov, belde om vervolgens de telefoon te overhandigen aan de voorzitter van de bijeenkomst, minister Cook.

Het resultaat van dat onderhoud waren boterzachte sancties tegen het rest-Joegoslavië van Slobodan MiloviEÉc, zolang deze zijn politie niet terugroept van de moordende jacht op het Albanese volk van Kosovo. Niet alleen de Russen deden hun best om krachtdadig optreden van de internationale gemeenschap te verhinderen, maar zij lieten het duidelijkst merken zich aan internationale solidariteit niets gelegen te laten liggen.

Tot de val van de Muur stond collectieve veiligheid voor gemeenschappelijke verdediging tegen een agressor. Sindsdien is het begrip uitgebreid: gewelddadige onderwerping van bevolkingsgroepen in bepaalde landen waarbij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet worden geschuwd, wordt tegenwoordig beschouwd als ondermijning van de veiligheid van de volkerengemeenschap. Niet langer kunnen alle bestuurlijke ongerechtigheden worden afgedaan als 'binnenlandse aangelegenheid' waarmee de buitenwacht niets te maken heeft. De vorming en het optreden van het internationaal tribunaal in Den Haag dat in voormalig Joegoslavië gepleegde misdaden berecht, is een rechtstreeks gevolg van de nieuwe en uitgebreide betekenis die aan het begrip collectieve veiligheid wordt gegeven.

Het optreden van de Servische politietroepen in Kosovo, die overigens opereren als een militaire strijdmacht die zwaar materiaal inzet tegen eigen burgers, is een voorbeeld van ondermijning van de collectieve veiligheid. De internationale normen van behoorlijk bestuur heeft het regime in Belgrado opnieuw opzij gezet. Het risico van uitbreiding van het conflict over internationale grenzen heen en van het op gang komen van vluchtelingenstromen neemt het op de koop toe. Alle reden dus voor een gesloten front van de leidende mogendheden binnen de internationale gemeenschap.

DE WERKELIJKHEID is helaas een andere. Zogenoemde historische solidariteit is doorslaggevend. Gewezen wordt op de gezamenlijke religieuze en etnische achtergrond van Russen en Serviërs. Overtuigend is dat niet. Juist in de jaren van de sterkste banden, de ideologische, bestond er in Joegoslavië een diepgewortelde argwaan tegen de grote neef. Veeleer lijkt het Russische gedrag ingegeven door een krachtige drang zich te laten gelden op het internationale toneel waar de Verenigde Staten toch al de boventoon voeren. Veel lijn zit er niet in de politiek van het Kremlin. De ene keer figureert een door islamieten bewoond land als beschermeling, de andere keer gelden islamitische bevolkingsgroepen als gevaarlijke vijanden. Het meedogenloze optreden van de Russen in Afghanistan, Tadzjikistan en Tsjetsjenië ligt vers in het geheugen.

Het Kremlin heeft ruimte voor zijn escapades omdat Westerse landen, de VS voorop, gekozen hebben voor het aanhalen van de onderlinge betrekkingen. Daar is na de lange Europese winter van ideologische tegenstellingen en militaire dreiging veel voor te zeggen. Maar de keuze voor goede, betrouwbare en duurzame relaties is niet houdbaar wanneer zij eenzijdig wordt gemaakt. De laatste leider van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov, had dat begrepen. Zijn opvolgers lijken die waarheid weer te hebben vergeten.

En verder: