Postume eer voor graficus en ontwerper Rozendaal

Tentoonstelling: W.J. Rozendaal. Museum van het Boek/ Meermanno-Westreenianum, Den Haag. T/m 12/4; di-vr 11-17u, za en zo 12-17u. Boek: Herbert van Rheeden e.a: W.J. Rozendaal. Uitg. Walburg Pers, Zutphen. 192 pag., ƒ 49,50.

Aan zelfoverschatting leed Willem Jacob Rozendaal in elk geval niet. Deze kunstenaar, die vooral als graficus bekend is gebleven, relativeerde zonder genade zijn eigen artistieke belang. Hij vergeleek zich met een rasloze lapjeskater en zijn grafische opdrachtwerk typeerde hij als 'ex-libris-fijnzin en meer van dergelijk fraais'.

Over zijn dienstverband in de jaren tussen 1924 en 1937 bij twee Maastrichtse fabrieken, de Sphinx en Kristalunie, maakte hij zich evenmin illusies. Hij had een scherp oog voor de beweegredenen van de Kristalunie, die - in navolging van de Leerdamse glasfabriek - kunstenaars aantrok om de vormgeving van glaswerk op een hoger plan te brengen. Terugkijkend op die periode als industrieel ontwerper schamperde Rozendaal dat zijn inbreng de producten verkoopbaarder maakte door het sausje van de kunstenaar, maar dat zijn aandeel 'goddank' een commerciële kwestie bleef. Rozendaal koesterde ook een diep wantrouwen tegen kunstenaarsbiografen. Die joegen, vond hij, voornamelijk op details die het eigenlijke werk onduidelijker maken en er allerlei verzonnen betekenissen aan geven.

Zo'n eigenzinnige figuur is niet de makkelijkste hoofdpersoon voor een kunstenaarsbiografie. Maar Rozendaal was vanaf 1937 tot 1960 ook een hartelijke en toegewijde docent aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. In die functie waarschuwde hij zijn leerlingen tegen sentimentaliteit en effectbejag. Hij hield hun voor dat het nooit mocht gaan om de persoonlijke thematiek van de kunstenaar, maar dat een primitieve zuiverheid voorop moest staan. De genegenheid voor Rozendaal-als-leermeester is een belangrijk element in de sympathieke biografie geschreven door zijn oud-student Herbert van Rheeden.

Het verschijnen van de publicatie viel samen met de opening van een tentoonstelling in Meermanno-Westreenianum van Rozendaals grafische werk: reclamemateriaal, boekomslagen, vignetten, nieuwjaarswensen en vooral een grote hoeveelheid ex-librissen. Rozendaal komt uit de expositie naar voren als een ijverige leverancier van gelegenheidsdrukwerk, vaak in de houtgravure-techniek. In de jaren dertig en veertig maakte hij onder meer een reeks nieuwjaarswensen voor steeds dezelfde opdrachtgever. Het is verleidelijk om in zo'n serie het vage begrip tijdgeest te betrappen. In het exemplaar bestemd voor het jaar 1936 overwegen feestelijke elementen: een dame met masker, een middeleeuws verklede hoornblazer en een prominent zakhorloge, uiteraard met de wijzers op een paar minuten voor twaalven. In de bezettingsjaren is ook de nieuwjaarswens aangepast: een blazende kat belaagt een gekooide vogel.

Wat in de nieuwjaarswensen al opvalt, gaat in de vele geëxposeerde ex-librissen storen. De parmantige 'eigendomsbewijzen' van zijn leesgrage opdrachtgevers lijden onder een heftig expressionisme en een wat grove, karikaturale uitbeelding. Het beperkte oppervlak van de zwart-witte houtgravures en houtsnedes barst bijna uit zijn voegen door al die hologige mensen, de vele symbolisch te duiden voorwerpen, de toegevoegde spreuk en de onvermijdelijke naam van de bibliotheekeigenaar.

Bij de ruimer opgezette boekomslagen en de autonome prenten is die merkwaardige volte teruggedrongen en bij het grote affiche, gemaakt ter ere van het 50-jarig jubileum van het Residentie-orkest, is dat bezwaar volledig afwezig. De guirlande van bloemen en de notenbalk met daaronder het voorschrift con brio hebben alle ruimte. Het wit van het papier krijgt een belangrijke rol alsof Rozendaal wilde onderstrepen dat ook de generale orkestpauzes in een symfonie een essentieel muzikaal uitdrukkingsmiddel zijn.

Voorbeelden in natura van Rozendaals activiteiten voor de glas- en aardewerkfabrieken ontbreken in het museum. Het boek besteedt daar wel aandacht aan. De afgebeelde glazen schotels, vazen en serviezen hebben de jaren beter doorstaan dan veel van de zogenaamde kleingrafiek. Vooral het glas is met zijn evenwichtige vormen en subtiele kleuren aantrekkelijk gebleven, wat ook tot uitdrukking komt in de hoge prijzen die er op veilingen voor worden betaald. Misschien doet het de dwarse Rozendaal postuum plezier dat dit fabriekswerk, voor hemzelf volstrekt niet van artistieke waarde, de tijd zo goed trotseert.

    • Hetty Terwee