Kritiek van Onderwijsraad; 'Vier vakken VBO/Mavo ongeschikt'

ROTTERDAM, 10 MAART. De Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van minister Ritzen (Onderwijs), heeft forse kritiek op vier van de zeven nieuwe gecombineerde examenprogramma's voor het nieuwe voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO), voorheen VBO en Mavo.

Ze moeten “grondig worden herzien”, schrijft de raad in een advies aan staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs).

Het gaat om de nieuwe gecombineerde programma's: metaal en elektro, zorg en welzijn, commercie en administratie, en renovatie en onderhoud. Ze sluiten volgens de Onderwijsraad niet aan bij vervolgopleidingen in het MBO, noch op de vraag van werkgevers. Volgens de Onderwijsraad moeten deze vier programma's inhoudelijk worden verbeterd, haalbaar worden “en aantrekkelijk voor leerlingen”. Na het VBO blijkt immers de helft van de leerlingen een opleiding op het MBO niet aan te kunnen.

Staatssecretaris Netelenbos heeft de Tweede Kamer gisteren laten weten dat ze nagenoeg alle adviezen overneemt. Alleen de voorgestelde gecombineerde programma's voor de landbouw zijn volgens de Onderwijsraad “bij uitstek geschikt”. Over de combinatievakken 'bouwtechniek-breed' en 'consumptief' heeft de raad nog reserves: bouwtechniek is bijvoorbeeld alleen geschikt voor de programma's voor de zwakste leerlingen.

Leerlingen op het VMBO moeten vanaf het schooljaar 1999/2000 in de derde en vierde klas kiezen uit vier 'sectoren': techniek, zorg en welzijn, economie of landbouw. Daarbinnen kunnen ze één vak kiezen of één van de zeven combinatievakken, die hen breder moeten opleiden en dus beter moeten voorbereiden op een vervolgopleiding in het MBO dan nu.

Daarnaast worden ze ingedeeld naar niveau. Het hoogste niveau is het theoretische, gevolgd door het gemengde en de beroepsgerichte niveaus.

Eerder heeft Netelenbos de inhoudelijke invulling van deze niveaus moeten bijstellen na kritiek van de Onderwijsraad. Zo zouden deze te theoretisch zijn voor de zwakste VBO-leerlingen en te weinig inzicht geven in het werkelijke beroep dat zo'n leerling kiest. De vrees bestond dat zij daardoor zouden afhaken.

De zeven combinatievakken zouden ook verbetering moeten brengen in de vele kleine afdelingen die VBO-scholen hebben. Soms staat er één lokaal en slechts één leraar voor vier leerlingen, wat heel kostbaar is. Bedoeling is dat de klassen door combinaties groter worden, wat ook inhoudelijk goed zou zijn voor het onderwijs.

Maar de Onderwijsraad zegt “niet optimistisch” te zijn over dit gewenste effect van de combinatie-vakken. Volgens de raad is het onduidelijk hoeveel leerlingen elke combinatie zullen kiezen en óf ze combinaties zullen kiezen, waardoor niemand kan inschatten hoeveel leraren of lokalen dit zal kunnen besparen.