Klant vaker naar winkel door ruimere openstelling; Supermarkten versterken positie in levensmiddelen

UTRECHT, 10 MAART. De supermarkten hebben de afgelopen twee jaar hun positie verder versterkt. Voor bijna 70 procent van zijn levensmiddelen, een bedrag van ruim 44 miljard gulden, gaat de Nederlander naar de supermarkt. Door de ruimere openingstijden gaat de consument bovendien steeds vaker naar de winkel.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) over de jaren 1996-'97 die vanochtend zijn gepresenteerd op de vakbeurs Roka in Utrecht.

Bij het vorige onderzoek van het CBL, met cijfers over 1994-'95, gaf 40 procent van de consumenten aan de openingstijden van de supermarkt te beperkt te vinden. Nu blijken ze dan ook druk gebruik te maken van de ruimere openingstijden - meestal van acht uut 's ochtends tot acht uur 's avonds, in de grote steden tot tien uur 's avonds - die sinds juni 1996 zijn toegestaan.

Bijna 60 procent van de consumenten gaat ook 's avonds naar de supermarkt. Daarbij tonen ze nauwelijks een bijzondere voorkeur voor de traditionele koopavonden donderdag en vrijdag. Als reden geven klanten dat het 's avonds rustiger is en dat de wachttijden bij de kassa minder lang zijn.

“Er zijn avonden dat de omzet na zessen 15 tot 20 procent van de dagomzet is”, zegt Jan van den Broek, voorzitter van het CBL.

Na het bewezen succes van de avonden pleit Van den Broek voor meer duidelijkheid over de koopzondag. Het verschilt nu per gemeente wanneer de winkels het hele weekeinde open mogen. “Waarom niet op iedere eerste zondag van de maand?”, vraagt hij zich af.

Ook de klanten hebben nog wensen. Snelkassa's, parkeerplekken voor fietsen, een glasbak en wc's staan bovenaan het verlanglijstje. Tot hun top-tien behoren ook vermelding van de prijs per kilo of liter op het schap naast de prijs van het artikel, een geldautomaat in de winkel en de mogelijkheid bij het afrekenen van boodschappen extra geld te pinnen.

Van alle boodschappen voor dagelijks gebruik (64,4 miljard gulden) is vorig jaar 44,3 miljard terechtgekomen in de kassa's van de supermarkten. Speciaalzaken als bakkers, groenteboeren en slagers behaalden een omzet van 13,6 miljard gulden. Andere verkooppunten, zoals de markt of benzinestations, verkochten voor 6,4 miljard aan levensmiddelen.

De bestedingen bij de supermarkt groeiden met 4,3 procent, iets minder dan bij de markt en pompstations (plus 4,7 procent), maar veel meer dan bij de speciaalzaken: plus 0,8 procent.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telde Nederland vorig jaar 6,6 miljoen huishoudens van één of meer personen. Gemiddelde gaf een huishouden wekelijks 187 gulden uit aan boodschappen, waarvan 160 gulden voor voeding.

In de supermarkt lag de gemiddelde besteding per huishouden op 129 gulden per week. Meer dan de helft daarvan (54 procent) wordt uitgegeven aan 'vers' als vlees, zuivel of groente (inclusief diepvries).

Nederland is, mogelijk door problemen als de varkenspest en de gekke-koeien-ziekte, het afgelopen jaar meer vis gaan eten. De afzet van vis - ongeveer de helft via supermarkten - groeide met ruim 8 procent tot 1,3 miljard gulden. Aan vlees werd 9 miljard gulden besteed.

Ook de vraag naar brood en banket (bijna 5 procent) en kant-en-klare maaltijden (bijna 7 procent) groeide sterker dan het gemiddelde. In drie assortimentsgroepen daalde vorig jaar de hoeveelheid verkochte waar: vleeswaren, dierenvoeding en tabak. Vooral bij tabak blijkt dat de speciaalzaken het moeilijk hebben om de concurrentie met supermarkten vol te houden. Bij de supermarkten steeg de hoeveelheid verkochte tabak nog met 1,8 procent, maar bij de sigarenboer daalde de afzet met 8 procent.

Door de ruimere openingstijden is ook het wekelijkse aantal bezoeken aan de supermarkt toegenomen, van 2,9 in 1995 tot 3,1 vorig jaar. Gezinnen met kinderen gaan vaker op stap (3,6 keer) dan gezinnen zonder kinderen (2,8 keer). Het bezoek aan de supermarkt duurt gemiddeld 27 minuten.

Het favoriete vervoermiddel om de winkel te bereiken is met ruime afstand de auto. In 1995 kwam 45 procent van de bezoekers met de auto, vorig jaar 49 procent. In de steden ligt dat percentage veel lager. Daar komt 24 procent met de auto en 43 procent te voet.