'Ik zie fusie-activiteit nog niet stoppen'

Maandag fusiedag? Maandag geen fusiedag. Wat betekent het afketsen van het samengaan van uitgevers Reed Elsevier en Wolters Kluwer voor de fusie- en overnamehausse? Acht vragen voor Jan-Willem Meeuwis, directeur corporate finance van ABN Amro.

AMSTERDAM, 10 MAART. ABN Amro bank adviseert Elsevier bij de fusie met Wolters Kluwer, Vendex bij de overname van KBB, Van Ommeren bij de fusie met Pakhoed en Gist-brocades, die door DSM wordt gekocht.

De fusiecontroleurs in Brussel hebben voorwaarden gesteld aan Reed Elsevier en Wolters Kluwer, die onverteerbaar waren voor die twee.

Hebben andere lopende Nederlandse fusies ook iets te duchten?

Meeuwis: “Je moet constateren dat de mededingingsautoriteiten machtiger en machtiger worden. Macht niet in de zin dat zij kunnen bepalen wat er gebeurt, maar wel grotere invloed. Het zou voor fuserende bedrijven makkelijker zijn als hun plannen vooraf te checken zouden zijn, zoals hier natuurlijk wel gebeurd is, want dit was een hele grote fusie. De grote partijen komen niet zomaar langs Brussel, kun je nu zeggen. Ik denk niet dat dit impact heeft op de andere Nederlandse fusies van de laatste weken. Iedereen wist dat dit een gevoelige was.”

Heeft dit verder invloed op de fusie- en overname activiteit?

Meeuwis: “Nee, die zie ik niet stoppen. Fusies, overnames en afstoten van bedrijven worden voortgestuwd door herstructureringen in het Europese bedrijfsleven. De komst van de euro geeft dat een extra boost. De fusie-activiteit van de laatste tijd die in Nederland zoveel aandacht trekt, komt toevallig zo uit. Managers zijn bijvoorbeeld hun bedrijf gaan zien als een portefeuille business units, die verkocht kunnen worden.

Vroegere emoties dat de vennootschap een geheel moest blijven, en dat het geen prettig gevoel was om dochterondernemingen te verkopen, dat leeft steeds minder. Het is een rationeler proces geworden, emotionele barrières vallen weg. De werknemers en de vakbonden accepteren dat, al noemen die het waarschijnlijk liever stakeholder value dan shareholder value. Niemand steekt principieel zijn vinger op.

En voordat je internationaal de strategische strijd aangaat is het wel slim om eerst nationaal groter te worden. Het is een internationale golf, maar in Nederland hebben wij niet zo heel veel beursgenoteerde ondernemingen en als er dan achter elkaar een paar fuseren lijkt dat een piek.''

Is angst van managers om alleen achter te blijven geen drijfveer voor de fusies?

Meeuwis: “Nee. Ik denk dat het management om persoonlijke redenen wel fuseren soms enger vindt dan niet fuseren. Niet zozeer angst, maar strategische redenen liggen veelal ten grondslag aan fusies. Wil een onderneming een rol spelen in een markt, dan moet zij marktaandeel hebben in die specifieke markt.

Als je drie kernactiviteiten hebt en je constateert dat je te weinig geld hebt en te weinig managementcapaciteit om die alle drie te laten groeien, dan verkoop je twee activiteiten en ga je met het extra geld door in nummer drie.

Je ziet het bijvoorbeeld in de chemiesector, dat is een bedrijfstak die al jaren heel internationaal is. Je ziet nu superspecialisatie. In bulkchemie. In fijnchemie. Datzelfde patroon zie je in bedrijfstakken die tot voor kort langs nationale grenzen waren geordend, zoals verzekeringen, detailhandel, maar ook computerservice. Als je naar de Verenigde Staten kijkt, dat is een markt met een vergelijkbare omvang als de Europese. Afgezien van een paar sectoren waar de VS eigen restrictieve regels hebben, zoals het bankwezen, zie je dat het aantal ondernemingen per branche in Europa veel groter is. Die consolidatie in Europa gaat nog wel even door.''

Academische studies duiden erop dat fusies en overnames slecht uitpakken voor creatie van economische waarde en innovatie. Waarom blijven de managers toch volharden in hun animo?

Meeuwis: “Dat zijn studies over fusies en overnames van beursgenoterede bedrijven, anders is er geen cijfermateriaal. Bieders moeten met een flinke premie komen. En zeker op korte termijn blijkt dat wie verkocht heeft er het beste uitspringt. Strategische waarde haal je er als kopend bedrijf veelal niet op korte termijn zomaar uit.”

Het verschijnsel fusies en overnames gaat hand in hand met zonnige economische vooruitzichten en hoge beurskoersen. Is dit het hoogtepunt van de golf, gezien het afketsen van deze fusie en eerder van Glaxo en SmithKline en KPMG en Moret?

Meeuwis: “Je vraagt eigenlijk: kunnen wij nog optimistischer worden? Er zijn zoveel dingen structureel aan het veranderen, ik denk niet dat de fusie-activiteit zo snel weer gaat liggen. De afgelopen anderhalf jaar is deze afdeling wereldwijd verdubbeld tot 500 mensen.

Vorig jaar stonden wij in Europa als adviseur in de top vijftien van afgesloten grensoverschrijdende fusies en overnames. Dit jaar in de top tien, dat voorspel ik je. Maar misschien ben ik te optimistisch. Wie houdt er nog rekening met een renteverhoging?''

Dan is er juist alle reden om er wel rekening mee te houden.

Meeuwis: “Ik moet zeggen dat ik mijn hypotheek vorig jaar voor de langst mogelijke periode heb verlengd.”

Is het afketsen van deze fusie op mededingingsoverwegingen niet een signaal dat de koplopers van de fusiehausse hun grenzen bereikt hebben?

Meeuwis: “Wellicht. Maar er zijn nog zoveel andere bedrijfstakken waar de koplopers op hun markt nog maar een paar procent marktaandeel hebben. Daar gaat het rücksichtlos door.”

Wie heeft het meest te verliezen, Reed Elsevier of Wolters Kluwer?

Meeuwis: “Het is niet aan mij antwoord te geven op vragen over klanten.”