Fortis toont kooplust op Amerikaanse markt

Zes overnames in twaalf maanden. Het Nederlands-Belgische financiële concern Fortis volgt de Amerikaanse kooplust van concurrenten Aegon en ING, maar legt andere prioriteiten. Fortis wordt van de VS niet ziek.

AMSTERDAM, 10 MAART. Op de Amerikaanse verzekeringsmarkt geldt tegenwoordig het adagium: up or out. De samensmelting van bedrijven in de verschillende segmenten van de verzekeringsmarkt gaat zo snel dat elke partij met enige ambitie zich regelmatig de vraag moet stellen: ben ik nog wel groot genoeg om mij staande te houden? Bij een aarzelend - of erger - ontkennend antwoord is de vervolgvraag simpel: moet ik groter worden door overnames of uit de race stappen omdat de vervolginvesteringen niet in verhouding staan tot het verlangde rendement?

Elk op hun eigen manier hebben Aegon, ING en Fortis, de Nederlands-Belgische financiële groep, de vraag positief beantwoord. Overnames hebben hen samen inmiddels zo'n 12 miljard gulden gekost. Aegon kocht ruim een jaar geleden verzekeraar Providian, ING nam vorig jaar Equitable of Iowa over. De acquisitie catapulteerde Aegon in de top-tien op de (nog zeer verbrokkelde) Amerikaanse markt voor levensverzekeringen en aanvullende pensioenen. ING kwam door de overname op een twintigste plaats. Het concern graast de markt alweer af op zoek naar nieuwe overnames.

Terwijl Aegon en ING hun slag sloegen op de groeiende levensverzekeringenmarkt, waar consumenten gretig geld uitgeven om hun oudedagsvoorzieningen uit te breiden, zit Fortis in een aantal specialistische segmenten die minder tot de verbeelding van beleggers spreken. Uitvaartverzekeringen, bijvoorbeeld, en ziektekosten. Amerika is voor Fortis de tweede markt na de thuismarkt Benelux. In Nederland bezit de groep Amev, VSB en MeesPierson, in België AG en ASLK. In Amerika werkten eind 1996 ruim 6.000 van de in totaal 34.400 Fortis-personeelsleden.

Bijna een half jaar geleden voegde Fortis voor zo'n 350 miljoen gulden een uitvaartverzekeraar aan zijn Amerikaanse portefeuille toe. Gisteren waren de ziektekosten aan de beurt. Voor, omgerekend 1,2 miljard gulden, koopt Fortis John Alden, een kwakkelende speler (1.800 werknemers) in de markt voor ziektekostenverzekeringen van kleine bedrijven (tot zo'n 50 man personeel).

“Dat er iets moest gebeuren in de ziektekosten was duidelijk”, reageert financieel analist H. Pluijgers van zakenbank Kempen & Co. “Maar ik had eerder verwacht dat Fortis uit deze markt zou stappen.”

De Amerikaanse markt voor ziektekostenverzekeringen liet de afgelopen jaren een grillig patroon zien, en Fortis moest mee, op en neer. “De groei van de markt gaat niet zo hard en de ziektekosten rijzen de pan uit”, zo vat Pluijgers de marktsituatie samen. “Ik raad geen enkele Nederlander aan in de VS ziek te worden.”

In 1995 viel het operationeel resultaat van Fortis in Amerika ver terug en ging het concern drastisch reorganiseren. De markt was toen in de ban van nieuwe plannen van de regering-Clinton om de financiering van de gezondheidszorg te hervormen en de kosten te beteugelen.

Verder hadden de Fortis-bedrijven te lijden onder de opkomst van nieuwe concurrenten, de zogeheten Health Maintenance Organizations, die op grote schaal zorg (ziekenhuisbedden, medicijnen) inkopen voor bedrijfsklanten.

Inmiddels laat het Amerikaanse resultaat weer herstel zien. In de eerste negen maanden was sprake van een stijging met 59 procent tot, omgerekend, 275 miljoen gulden. Na de overname van John Alden profileert Fortis zich als de leidende partij (met een miljoen verzekerden) voor verzekeringen aan kleinere bedrijven en particulieren. Analist Pluijgers van zakenbank Kempen vindt de claim van marktleiderschap tamelijk gekunsteld. De Health Maintenance-partijen kunnen hun actieradius verruimen en ook kleinere bedrijven bedienen. “Grote klanten, kleine klanten, het is een markt.”