Externe adviseurs helpen de overheid beter functioneren

Over de 'toegevoegde waarde' van externe adviseurs voor overheidsorganen schreef K. Kolthoff in deze krant van 3 maart een prikkelend artikel. De kern van zijn betoog is: externe adviseurs zijn een groot gevaar voor de overheid. Het artikel van Kolthoff vereist enige nuancering, want de realiteit staat diametraal op de getrokken conclusie.

Organisatieadviseurs verdienen niet alleen geld aan problemen, maar - hoe verrassend voor Kolthoff cum suis - ook aan oplossingen. Dat verklaart wellicht waarom vele overheidsorganen drijven op het gedachtegoed van een bont palet externe adviseurs.

Externe adviseurs die niet van kleine misstappen leren, begaan vandaag de dag ook in veel overheidsorganisaties een grote misstap. Het kaf scheidt zich daardoor sneller dan ooit van het koren. De in toenemende mate kritischer en mondiger ambtenaren spelen in dit verband een belangrijke en opbouwende rol.

Kolthoff wil overheidsorganisaties tegen het snel oprukkende externe 'organisatieadviesgeweld' beschermen. Maar waarom eigenlijk? Op de vele ministeries die dit land rijk is lopen vele (top)ambtenaren rond die precies weten waarom ze van de diensten van een extern adviesbureau gebruik willen maken.

Externe adviseurs worden door ambtenaren aangetrokken om (doorgaans) eenmalige vraagstukken aan te vatten en op te kunnen lossen dan wel het oordeel van een buitenstaander wensen. Veel overheidsambtenaren zijn bovendien van mening dat externe adviseurs doorgaans minder last hebben van 'bedrijfsblindheid'. Zij kunnen daardoor objectief de problemen c.q. uitdagingen van overheidsorganen te lijf gaan.

Kolthoff diskwalificeert met zijn opmerkingen een naar mijn mening grote groep hooggekwalificeerde collegae (Kolthoff is zelf oud-ambtenaar). Voor alle duidelijkheid: de externe adviseur wikt, de overheidsambtenaar beschikt.

Het gaat ook binnen overheidsorganisaties in toenemende mate om economies of skills (in plaats van economies of scale). De hamvraag is nu: past de externe adviseur in dit plaatje? Mij antwoord is een volmondig 'ja'. Ervaring met ondernemerschap is een economisch en daardoor schaars goed dat een rijpingsproces van ettelijke jaren (niet zelden decennia) ondergaat. Het inherente kenmerk bij uitstek van de externe adviseur, te weten zijn doorgaans tijdelijke intensieve, op ervaring gebaseerde relatie met een overheidsorganisatie valt hier goed mee te verenigen.

De aanwezigheid van een externe adviseur met een behoorlijke hoeveelheid specifieke ervaring in zijn rugzak zal in het minst positieve geval het effect hebben van een 'peeling': de doorbloeding in het hoofd van de opdrachtgever zal er door worden gestimuleeerd. In het meest positieve geval zal een externe adviseur de met een uitdaging worstelende overheidsorganisatie van een ferme injectie ervaring kunnen voorzien.

Kortom: Kolthoff diskwalificeert in zijn artikel niet alleen vele van zijn oud-collegae, maar is daarenboven eenzijdig (en daarmee ongenuanceerd), schaart alle externe adviseurs over een kam (het organisatie-advieswezen is een van de meest diverse beroepsgroepen), presenteert het hele gebeuren rond de kwestie Steenhuis/Bakkenist Management Consultants als een quasi-wetmatigheid en - ernstiger - komt niet toe aan de feitelijke onderbouwing van zijn kritiek. Dergelijke bespiegelingen staan wel vaker haaks op de alledaagse realiteit.