De beste honderd

Nu hij de finish nadert, begint samensteller en enig keuzeheer Henk Spaan beter in vorm te komen. Gisteren publiceerde hij in Het Parool de nummers dertig tot en met eenentwintig en, hoe positief-kritisch gezind ik ook ben - ik kan hem goed volgen. Toch houd ik een flinke slag om de arm. Je kunt het slagveld pas echt overzien als alle honderd een plek hebben gevonden. En dan weten we ook, wie helemaal niet aan de bak zijn gekomen. Het blijft natuurlijk ook een kwestie van welk genre voetbal je gecharmeerd bent.

Ik heb de indruk dat Spaan meer van de techniek houdt dan van spierballen. Anders zou Gerrie Mühren niet op plek zevenentwintig zijn beland. Frans Thijssen niet op vijfentwintig, Puck van Heel niet op drieëntwintig en Bertus de Harder niet op eenentwintig. Natuurlijk lopen er een paar krachtpatsers tussendoor, zoals Jan Wouters (achtentwintig), maar in dit rijtje van tien is hij de enige. Ook Kees Rijvers kreeg de waardering, welke deze getalenteerde dribbelaar verdient en Wim Jansen wordt correct beoordeeld vanwege zijn hoog-nuttige werk voor de ploegen waarin hij opofferend zwoegde - een tweeëntwintigste positie werd zijn deel.

Sommige lezers van Het Parool zijn dermate begaan met de klassering welke Spaan voor hun favoriet heeft uitgedacht, dat zij bitter ontgoocheld dreigen te raken. Zo schreef iemand uit Amstelveen in een ingezonden stuk, dat het hem 'intens verdriet' doet, dat zijn tip om Faas Wilkes te nomineren, niet is opgevolgd. Ik spreek niet namens Henk Spaan, maar ik ga ervan uit dat Wilkes nog aan de beurt komt bij de beste twintig. Daarmee zou de samensteller hem alle eer hebben gegund, al was het maar omdat de De Boertjes daarmee alsnog door Wilkes voorbijgestreefd worden. Die kwamen niet verder dan drieëndertig en negendertig.

Schrijvend over het begin van deze serie, sprak ik de vrees uit, dat spelers die Spaan - door een te vroegtijdige geboorte - nooit in levende lijve aan het werk kan hebben gezien, daar in hun klassering de dupe van zouden kunnen worden. Ik moet zeggen, dat de schade meevalt. Kick Smit en Puck van Heel, sterren uit de dertiger jaren, zijn met vierentwintig en drieëntwintig billijk gepositioneerd. En ik meen te mogen aannemen, dat Bakhuys er nog aan komt. Een onoplosbaar probleem blijft uiteraard, dat ook de grootste uitblinkers ruim voldoende presteerden om in hun periode te schitteren - maar niet meer dan dat. Daarmee is geenszins bewezen dat zij niet beter zouden hebben gekund, indien dit nodig was geweest. Wellicht hadden zij zich aan hogere eisen aangepast, maar wellicht ook niet. En was wat zij presteerden werkelijk hun top.