Bolhuis voorzitter van hockeybond

UTRECHT, 10 MAART. André Bolhuis wordt de nieuwe voorzitter van de Nederlandse hockeybond. Het bestuur van de KNHB heeft de oud-international voorgedragen als opvolger van Wim Cornelis, die vrijwillig aftreedt. De algemene vergadering moet de voordracht in juni bekrachtigen. Bolhuis treedt naar verwachting in november officieel in dienst als voorzitter.

Bolhuis (51) is sinds anderhalf jaar vice-voorzitter van de hockeybond. Hij aanvaardde die functie na de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta, waar hij afscheid nam als chef de mission. “Ik wilde terug naar mijn wortels. In maart werd ik al benaderd. Ik heb er toen een paar maanden over nagedacht. Tegenwoordig overleg ik dergelijke zaken met mijn vrouw.” Bolhuis is in het bestuur verantwoordelijk voor het tophockey. “We hadden toen nog niet het idee dat ik voorzitter zou worden.”

De Utrechtse tandarts Bolhuis, lid van verdienste bij de KNHB, heeft een grote staat van dienst in de hockeysport. Als speler werd hij met Kampong vijf keer kampioen van Nederland. Hij speelde 128 interlands. Zijn grootste succes was de wereldtitel van 1973. In de finale tegen India was hij een van de uitblinkers. In 1984 was hij bij de Olympische Spelen van Los Angeles manager van de nationale ploeg.

Het is de tweede keer dat Bolhuis zijn stadgenoot Cornelis opvolgt. Eerst als chef de mission van de olympische ploeg, dit keer als bondsvoorzitter. Cornelis was geruime tijd manager van het kampioenselftal van Kampong. “Wim heeft straks voor het eerst na zo'n vijftig jaar geen functie meer in het hockey”, zegt Bolhuis. “Wim begon ooit met het kalken van de lijnen. Hij schijnt als speler van Kampong 2 soms in het eerste elftal te zijn ingevallen. Maar dat was voor mijn tijd en het bewijs daarvan heb ik nooit gekregen.”

Cornelis noemt Bolhuis “een fantastische kandidaat” voor het voorzitterschap. “Het heeft binnen ons bestuur nauwelijks voor discussie gezorgd. Het zou me ook buitengewoon verrassen als zich in juni een tegenkandidaat aandient.” Zelf heeft Cornelis, die negen jaar de hockeybond aanvoerde, geen nieuwe sportfunctie op het oog. “Eigenlijk is het wel best zo.”